Boeken

In de NUL20 boekenrubriek worden publicaties besproken op het terrein van stedelijke ontwikkeling, wonen, volkshuisvesting, wijkontwikkeling en leefbaarheid.

In 1999 verwerft De Key het Spaarndammercarré in Westerpark. Het complex verkeert in matige staat en kent voornamelijk kleine woningen met een oppervlakte tot vijftig vierkante meter. Omdat het gebouwen zijn met de stijlkenmerken van de Amsterdamse School besluit de corporatie tot behoud en ingrijpende transformatie. Die begint bloksgewijs in 2004.

Bij ‘Stedelijke transformatie in de tussentijd’ speelt de tegenstelling tussen een grootschalige visionaire benadering en het meebewegen met de stad - lees vooral ook: de bewoners - zoals die is. In de tussentijd tussen plan, uitvoering en eindresultaat neemt een vernieuwingsgebied steeds andere vormen aan. Tijdelijke gebruikers en bewoners nestelen zich in de buurt.

Tegenwoordig praten we over herstructurering, pardon, stedelijke vernieuwing. Maar termen én uitgangspunten veranderen natuurlijk in de tijd. In ‘Amsterdam op de helling’ van politicoloog Herman de Liagre Böhl valt te lezen hoe zich vanaf begin jaren zeventig het denken over de stadsvernieuwing ontwikkelt.

Nederlanders bezitten samen 7,5 miljoen auto’s.

‘Migranten in Slotermeer. Aanpassingsmoeilijkheden bij migrantengezinnen in een Amsterdamse tuinstad.’ Zo luiden titel en ondertitel van een sociaal-psychologisch onderzoek waaruit blijkt dat ruim één op de vijf migrantenhuishoudens in Slotermeer kampt met spanningen binnen het gezin en met de omgeving.

De auteurs van dit boekje hebben een zeer lezenswaardig toekomstbeeld geschreven van Amsterdam in 2040 waarin de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente zijn verwezenlijkt. De gedachtenoefening is in een verhalend vat gegoten. De lezer volgt een etmaal uit het leven van een fictieve reiziger, die na jaren afwezigheid, Amsterdam weer bezoekt in de zomer van 2040.

 In ‘Stedenbouw als strategie’ wordt de discipline grondig doorgelicht aan de hand van zes essays en zes reacties. Onderwerpen als sluipende privatisering, de teloorgang van stedelijke diensten en het grotendeels uit handen geven van bouwprogramma’s passeren de revue. Het vak van stedenbouwkundige lijkt meer en meer te draaien om de vraag waar en hoe nog kan worden bijgestuurd.

Niet alleen pleinen, ook spoorzones rond stations blijken een dankbaar onderwerp te kunnen zijn voor een boek. Dan praten we in Nederland al snel over zo’n 500 hectare. Ton Venhoeven, rijksadviseur voor de infrastructuur, en Koen van Velsen, spoorbouwmeester, beschrijven in ‘Station Centraal’ de veranderende functie van het klassieke station.

In het prachtig uitgegeven ‘Circumstances’ beschrijft architectuurhistoricus Hans Ibelings de ontstaansgeschiedenis van architectenbureau MVSA, onder meer bekend van de ING-‘schoen’ en La Grande Cour aan het Westerdok.

In ‘De Verfdoos’ beschrijft stadssociologe Ineke Teijmant met veel gevoel voor detail de geschiedenis van het gelijknamige gebouw aan de Slotermeerlaan. NUL20 schreef er eerder over. Het naoorlogse complex kreeg onlangs dankzij de intelligente ingrepen van Van Schagen Architekten een tweede leven.

Wat op het eerste gezicht lijkt op een koffietafelboek, blijkt bij lezing een gedegen beschrijving van de bijna driehonderd (!) pleinen die Amsterdam rijk is. Kleine, grote, mooie en helaas ook lelijke. Hilde de Haan en Bob Witman werken als architectuurcriticus voor de Volkskrant en hebben de opdracht van initiatiefnemer Stadgenoot merkbaar serieus genomen.

Geheel tegen de trend van ‘zorg op afroep’ in ontstond in Zuidoost (2009) een woongroep voor inmiddels honderd Chinese ouderen. ‘Foe Ooi Leeuw’ verhaalt hoe de bewoners, met vaak een andere achtergrond, elkaar vonden. Bijzonder was de rol van kunstenaars.

Een handboek voor communicatiespecialisten dat leunt op de praktijk. Niet verrassend met een hoog instrumenteel gehalte, toegespitst op campagnes rond duurzame woningverbetering. Veel aandacht voor strategie en middelen, maar ook voor onmisbare vaardigheden als luisteren en overtuigen.

Twintig jaar experimenteren met participatie heeft het inzicht opgeleverd dat je er zonder gedeelde visie niet uitkomt. Wie met een beperkt budget en grote ambities gebiedsplannen maakt, kan niet zonder ‘sterk verhaal’. En dan geen vastgelegde route, begeleid door een leuk praatje, maar een gezamenlijk leerproces. In een echt sterk verhaal kunnen alle betrokken partijen zich herkennen.

Ook ‘De Spontane stad’, een bundel columns, reportages en interviews, doet een beroep op planners en ontwikkelaars om eindgebruikers centraal te stellen. Minder grootschalig denken, luisteren naar ideeën en wensen (co-ontwerp) en ruimte laten voor toeval, bijvoorbeeld bij zelfbouw.

Pagina's