Huurverhogingen vallen bescheiden uit

Vooral lage inkomens worden ontzien
Huurverhogingen vallen dit jaar bescheiden uit

Op 1 juli is het weer zover: de jaarlijkse huurverhoging. Die valt voor veel huurders bescheiden uit dit jaar. Volgens een enquête van Aedes komt de gemiddelde huurstijging in de sociale sector uit op 0,6 procent. Dat is beduidend minder dan de 1,3 procent huursomstijging die wettelijk is toegestaan. De corporaties ontzien met name lage inkomens met een hoge huur.

Sinds 1 januari geldt voor woningcorporaties de huursombenadering. De totale huurstijging van alle zelfstandige sociale huurwoningen mag dit jaar maximaal 1,3 procent zijn (inflatie + 1 procentpunt). De huurverhoging kan variëren per woning, tot een maximum van 2,8 procent voor lage inkomens (tot €40.349) en 4,3 procent voor hogere inkomens. 
Veel corporaties in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) gebruiken de bandbreedte die de huursombenadering geeft om huurprijzen beter aan te laten sluiten bij de woningkwaliteit. Of om grote huurverschillen bij vergelijkbare woningen terug te dringen. Zo werken Ymere, Stadgenoot en - in beperktere mate - Eigen Haard met een staffel, waarbij lage huren meer stijgen dan hoge. De Key werkt met een staffel gebaseerd op het verschil tussen huidige huur en de streefhuur/maximale huur. Een nadeel van zoveel nuancering is dat het voor huurders moeilijker wordt te controleren of de verhoging klopt. Bewonerscommissies van De Key klagen bijvoorbeeld dat huurders geen duidelijke informatie krijgen over hun streefhuur dan wel maximale huur.
 

Geen huurverhoging

Vooral huurders met een laag inkomen worden ontzien. Zo krijgen 30 procent van de huurders van Stadgenoot en Rochdale, en ruim 60 procent van alle huurders van bij De Key helemaal geen verhoging. De Alliantie meldt dat 90 procent van alle huurders met een lager inkomen maximaal een half procent verhoging krijgt. Bij kleinere woningcorporaties in de regio Amsterdam zie je een vergelijkbaar beleid. Zo krijgen bij het Zaanse ZVH alle sociale huurders met een laag inkomen (<€40.349) geen huurverhoging. Huurverlagingen komen ook voor. Zo verlaagt Wooncompagnie uit Noord-Holland voor 2.000 woningen de huur; Rochdale verlaagt de huur voor 300 huurders.

Inkomensafhankelijke verhoging

Sociale huurders met een hoger inkomen (>€40.349) hebben te maken met de inkomensafhankelijke huurverhoging. Veel corporaties passen de maximale verhoging van 4,3 procent toe. Stadgenoot en Ymere hanteren ook voor deze groep huurders een staffel waarbij de verhoging afhankelijk is van de huidige huur. Bij Stadgenoot bijvoorbeeld gaat dat zo: bij huren tot 635 euro komt er 4,3 procent bij; bij een huur tussen 635 en 710 euro is de verhoging 3,6 procent en bij hogere huren is de verhoging 2,9 procent. Overigens worden bepaalde groepen beschermd tegen de inkomensafhankelijke huurverhoging. Dat zijn grote gezinnen (vanaf 5 personen) en ouderen (als een gezinslid per 1 juli recht heeft op AOW).
 
Ten slotte: voor alle huurverhogingen geldt dat de bovengrens wordt beperkt door het woningwaarderingssysteem. Daarnaast zijn er nog allerlei nuanceringen per corporatie. De wetgever geeft ook chronisch zieken of gehandicapten de mogelijkheid om met succes bezwaar maken tegen een inkomensafhankelijke huurverhoging.
 
Huursomstijging: zo zit het

Vanaf 1 januari 2017 mag de gemiddelde huursom voor zelfstandige woningen van corporaties in een kalenderjaar maximaal stijgen met de inflatie + 1 procentpunt. Het gaat dan om de jaarlijkse huurverhoging én de verhoging bij mutatie (huurharmonisatie).


Bij het bepalen van de maximale huursom blijven buiten beschouwing de woningen die:

  • zijn geliberaliseerd (per 1 januari 2017)

  • waarvoor een inkomensafhankelijke huur wordt doorberekend

  • onzelfstandig zijn

  • voor het eerst of voor het laatst zijn verhuurd in het kalenderjaar

  • dat jaar al in huur zijn verhoogd vanwege woningverbetering.

 
 

Trefwoorden: