Het nieuwe HA-bestuur

Prioriteiten van het nieuwe HA-bestuur 

Beducht voor nieuwe rol  corporaties

In het bestuur van de Huurdersvereniging Amsterdam (HA) hebben zich in de zomerperiode flinke wijzigingen voorgedaan. Behalve dat Léon Vlasbloem de voorzittershamer overdroeg aan Frans Ligtvoet meldden zich ook enkele jongeren aan voor het polderwerk. Wat zien de nieuwkomers als de belangrijkste speerpunten in het post-Dekker-tijdperk, waarin de strijd over de huurprijzen is geluwd? Er blijkt vooral ongerustheid te zijn over de kansen van starters en de rol van de corporaties.

De HA. Zo zit het.

De tien jaar geleden opgerichte Huurdersvereniging Amsterdam (HA) telt in totaal twaalf (aspirant-)bestuursleden. Ze overlegt op regelmatige basis met de gemeente, stadsdelen, corporaties, particuliere verhuurders, makelaars, huurdersvereningen uit de regio, uit de drie andere grote steden en met de Woonbond. Ze komt daarbij op voor de belangen van alle huurders, namens een waaier van Amsterdamse huurdersorganisaties, zoals de huurderskoepels en wijk- en buurtgebonden huurdersverenigingen. Het nieuwe bestuur bestaat uit voorzitter Frans Ligtvoet, penningmeester  John Sedney, secretaris Bert Dörsch, de bestuursleden Cees Witte, Frank Witzen, Fred van der Vlist, Ivan Nibte, Dagmar Letanche, Liesbeth Bolier,  en Merijn Oudenampse.  De aspirantleden Mohib Abrari en Laïla Abid treden na verkiezing in december officieel toe. De zittingstermijn is drie jaar; herverkiezing is mogelijk.

Frans Ligtvoet (57) was op jonge leeftijd al met huurdersbelangen bezig. Hij komt van de Oostelijke Eilanden en maakte als jongeling de verbeten strijd om het ‘bouwen voor de buurt’ en de huuracties op Kattenburg van dichtbij mee. “Waarschijnlijk is toen het vonkje al overgesprongen,” aldus Ligtvoet. Eind jaren zeventig trad hij toe tot een groep die zich voornamelijk met leefbaarheid bezighield. Daarna hield hij zich enige tijd afzijdig, om enkele jaren geleden de zaak weer op te pakken, eerst in de bewonerscommissie, toen in Arcade, de huurderskoepel van de Key, en vervolgens in de HA.
De nieuwe voorman heeft er moeite mee om de drie belangrijkste kwesties te noemen waarop de HA zich volgens hem de komende tijd zou moeten toeleggen. “Het zijn de leden die de agenda bepalen, en niet de voorzitter. Ik heb wel heel scherpe meningen, maar het gaat niet om mij maar om de belangen van de huurders.”
“Maar we signaleren als HA wel tal van problemen,” zo vervolgt Ligtvoet. En dat het rustig is aan het huurprijsfront wil hij niet zeggen; vanuit tal van hoeken wordt gepleit voor liberalisering van de huurmarkt. “Het CPB (mei 2008, jvdt) en directeur Henk Brouwer van De Nederlandsche Bank (Aedes Magazine, augustus 2008, jvdt) pleitten onlangs voor het loslaten van de huurtoeslag en de gereguleerde huurmarkt. In de pers en in de wandelgangen merk je toch dat verhuurders druk bezig zijn om de liberalisering ingevoerd te krijgen, maar dan onder een andere titel. Dat baart mij zorgen. Er wordt vooral naar de centen gekeken en niet naar wat de kerntaak hoort te zijn van de corporaties. Die profileren zich steeds meer als commerciële organisaties. Als Rochdale bouwt in Spanje en als Woonbron in Rotterdam voor tientallen miljoenen een schip verbouwt, dan zeg ik: prachtig initiatief, maar niet voor een corporatie.”
Ook twee andere nieuwe bestuursleden, Mohib Abrari en Merijn Oudenampsen, zijn beducht voor de nieuwe rol van de corporaties. Oudenampsen: “Er is een enorm gebrek aan transparantie. Het zijn geen gemeenten die vergaderverslagen op internet zetten, en hun bestuurders kunnen niet na vier jaar worden weggestemd, terwijl ze wel steeds meer taken voor zorg, leefbaarheid en het verloop van de herstructurering krijgen. Zo voeren ze in vernieuwingsgebieden bewonersonderzoeken uit met de vraag: zou u een andere woning willen hebben? Nou, dat willen de meesten wel. Maar dan blijkt achteraf dat ze daarmee ongewild hebben ingestemd met de sloop van hun huidige woning.”

Kaderafspraken

Ligtvoet beaamt dat er nog veel misgaat bij de naleving van de Kaderafspraken sloop en woningverbetering, die onderdeel zijn van de Beleidsovereenkomst. Ze behelzen de procedures rond sloop en renovatie, en de rechten van stadsvernieuwingsurgenten. Er is onder meer in vastgelegd dat bewoners in geval van sloop de ruimte krijgen zich echt te verbeteren. “Maar in de praktijk constateer je toch vaak dat de verhuurder de grenzen van deze afspraken opzoekt. En dan druk ik me nog diplomatiek uit,” aldus Ligtvoet.
De jongste aanwinst van het HA-bestuur, de 25-jarige Abrari, kan hierover meepraten. Hij werd als aspirant-bestuurslid gevraagd nadat hij was opgevallen in de Reimerswaalbuurt, waar hij samen met anderen een buurtplatform oprichtte en “flink kabaal heeft gemaakt”. Aanleiding waren de sloopplannen voor het blok van zijn ouders. “Met de communicatie was van alles mis en er was geen passende vervangende woonruimte in de buurt. We hebben een advocaat in de arm genomen en de stadsdeelwethouder en andere politici benaderd. We werden uiteindelijk serieus genomen en kregen het voor elkaar dat enkele woningen aan de verkoop werden onttrokken.”
Voor Abrari is het belangrijk dat van tijd tot tijd wordt onderzocht of het Vogelaargeld geen weggegooid geld is. “Je ziet nu al dat je stadsnomaden krijgt, die van vernieuwingsgebied naar vernieuwingsgebied gaan, en dat problemen zich verplaatsen naar naastliggende wijken, zonder dat de bewoners er echt op vooruit zijn gegaan. Zo ontstaan nieuwe probleemwijken. Er zou ook veel meer in de mensen zelf, in onderwijs en brede scholen moeten worden geïnvesteerd. De HA moet de komende jaren goed kijken hoe het Vogelaargeld wordt verdeeld. Bewoners moeten er zeggenschap over hebben, zodat de veranderingen van onderop en niet van bovenaf worden doorgevoerd,” aldus bouwkundig ingenieur en planologiestudent Abrari.

‘In de praktijk zoeken verhuurders de grenzen van de afspraken op’


Ligtvoet en Abrari noemen als belangrijke aandachtsgroepen de starters, die pas na een wachttijd van ruim zes jaar in Amsterdam aan een fatsoenlijke woning kunnen komen. Ligtvoet: “In de stadsvernieuwingsgebieden staan woningen die zeer geschikt zijn om starters te huisvesten. Waarom moet alles gesloopt worden en moeten we plannen die acht jaar geleden zijn gemaakt blind doorvoeren. De HA is voor een herbeoordeling van die sloop.”
Oudenampsen ergert zich eraan dat de kwalitatieve woningnood naar de achtergrond is verdwenen. “Het wordt vooral gezien als een probleem voor middengroepen die hier geen woning kunnen krijgen, en voor studenten. Het idee bestaat dat het overgrote deel van de Amsterdamse jongeren een hogere opleiding volgt en daarna genoeg geld verdient om een huis te kopen. Dus zijn er geen huurwoningen voor hen nodig. Dat is natuurlijk niet zo. Een groot deel van de jongeren in Amsterdam is hier opgegroeid, en de meesten daarvan doen of hebben vmbo.”
Een paar jaar geleden schreven we in NUL20 dat de formele huurdersvertegenwoordiging vooral een zaak voor grijze, blanke mannen was geworden, maar nu blijkt het HA-bestuur toch weer een impuls vanuit de jeugd en de nieuwe Nederlanders te krijgen. Ligtvoet heeft er alle vertrouwen in dat jongeren, ook vanuit de migrantenhoek, zich zullen aandienen. “Daarvoor hebben we de bestuurdersbank op onze site ontwikkeld, met informatie voor belangstellenden. En we hebben nu ook een allochtone vrouw als aspirant-bestuurslid.” Maar het bestuurswerk kost veel tijd, erkent vutter Ligtvoet, en veel jongeren hebben die door studie en carrière niet. “Ik zelf ben er zeker een paar uur per dag mee bezig.”

Oppositie

Wetenschappelijk onderzoeker Oudenampsen, pas afgestudeerd als socioloog, ziet het aloude verenigingswerk onder druk staan. In de internetwerkgroep van de HA zal hij zoeken naar nieuwe manieren om huurders te bereiken. “Meer met campagnes zoals in de Dekker-tijd. Misschien oppervlakkiger, maar wel met inhoud.”
Het mobiliseren van de achterban zou onder meer nodig kunnen zijn om corporaties tot meer nieuwbouw aan te sporen. Ligtvoet: “De productieafspraken van Bouwen aan de Stad worden bij lange na niet bereikt. Kennelijk waren de afspraken tussen gemeente en corporaties niet reëel, en niemand van de professionals roept volmondig: we moeten bouwen, bouwen, bouwen. Wij zijn de vertegenwoordigers van de grootste stakeholders in de corporaties en kunnen via onze achterban druk uitoefenen.”
Volgens Oudenampsen wordt het voor de Huurdersvereniging op termijn noodzakelijk om niet alleen te onderhandelen, maar ook om oppositie te organiseren. “De HA is met name opgezet om te onderhandelen over bezuinigingen op de sociale huisvesting en houdt in haar strategie rekening met een vermindering van het aantal sociale huurwoningen. Ze heeft grote expertise opgebouwd in het onderhandelen. Maar als je de woonvisie leest, gaan we af op een halvering van de sociale huisvesting in 2020. Dan rest er weinig om over te onderhandelen.”

Johan van der Tol