29.05.20
Geactualiseerd op: 
29.05.20
Verslag Livecast over participatie in het coronatijdperk
Digitale participatie: hoe werkt dat?

Vanwege de coronacrisis kan bewonersparticipatie niet of nauwelijks via directe interactie plaatsvinden. Consultatie van bewoners is echter wel een voorwaarde om plannen door te laten gaan. Wat zijn de ervaringen online?

Livecast 26 mei

Tijdens de bijeenkomst met de titel 'Digitale bewonersparticipatie. Werkt dat? zaten Menno van der Veen, onderzoeker en mede-eigenaar van Tertium, Margot Lötters, manager gebiedsbeheer bij Rochdale en Wout Kranen, manager gebiedsbeheer bij Stadgenoot vanzelfsprekend op minimaal anderhalve meter afstand van elkaar. 
Frans Vlietman, programmamanager democatisering in Amsterdam Zuidoost, programmamaker Angelo Bromet en Kevin van Beek, adviseur bij !Woon namen vanuit hun eigen woning deel aan het gesprek. Het publiek kon via 'zoom' vragen stellen. Gespreksleider: Charlot Schans.
 

HIER TERUGKIJKEN

 

Volgens participatie-onderzoeker Menno van der Veen is het ronduit 'revolutionair' dat gemeenten, ontwikkelaars en woningcorporaties over moesten stappen op online bewonersparticipatie. Dat was nog nooit eerder vertoond. Wat is er de afgelopen maanden gebeurd? Van der Veen: "Eerst gebeurde er niks, vervolgens ging online door wat echt niet kon wachten maar op een heel formele manier. Nu zijn we in de derde en zeer interessant fase terechtgekomen: hoe kunnen we de informaliteit en sfeer van een fysieke bijeenkomst in online sessies krijgen?" 

Drie soorten participatie

Om renovatie- of sloopplannen door te laten gaan is het volgens de kaderafspraken verplicht om bewoners te consulteren. Volgens Margot Lötters, manager gebiedsbeheer bij woningcorporatie Rochdale, is dat echter de formele en minimale lijn. "Wij hebben juist de afgelopen jaren geïnvesteerd in contacten in de buurten. Het was schrikken toen we vanwege het coronavirus niet meer de wijken in konden." Informele, fysieke contacten vallen derhalve weg. Toch is Lötters zeer positief over de manier waarop bewoners nieuwe vormen van overleg accepteren. "We hadden afgelopen week een buurtbijeenkomst met bewoners van de Van Deysselbuurt. Die is door 450 mensen bezocht, een derde van het totale aantal bewoners. En er zijn 350 vragen gesteld." Dat is volgens Lötters een bijzonder hoge opkomst, zeker in Nieuw-West.
Ook Wout Kranen, manager gebiedsbeheer van Stadgenoot, ziet de grote 'innovatiekracht' bij bewoners. Tegelijkertijd wijst hij er op dat participatie ook een containerbegrip is van heel verschillende vormen van betrokkenheid. "Meedoen in de buurt, hoe organiseer je dat online?" Dat is heel iets anders dan reageren op een plan. Van der Veen ziet ook dat er duidelijk verschil gemaakt moet worden tussen beleidsparticipatie, participatie over een concreet plan en de directe betrokkenheid in de buurt. Het zijn volgens hem drie soorten participatie die ieder een ander soort contact vragen. Inspreken op een concreet plan is veel gemakkelijker online te doen dan participeren in de buurt. Tegelijkertijd heeft het 'elkaar in de ogen kunnen kijken' als het om concrete plannen gaat ook een belangrijke rol. Als het er om spant tussen bijvoorbeeld corporatie en huurdersvereniging.
Kevin van Beek, adviseur bij !WOON, merkte dat bij intensieve trajecten bewonersgroepen niet te porren waren voor digitale trajecten. 

Andere bewoners betrokken 

Het is Van der Veen opgevallen dat de coronacrisis een nieuwe groep betrokken buurtbewoners heeft opgeleverd: "Mensen die je voor corona om half acht in een auto zag vertrekken naar hun werk, laten zich nu ineens horen. Die blijken ook een mening over hun leefomgeving te hebben." Dat is volgens Van der Veen een kans: "Hoe kunnen we deze groep ook na corona vasthouden?" 
Lötters haakt daar op in met haar observatie dat mensen die normaal gesproken geen tijd hadden of namen om hun stem te laten horen dat nu wel doen. "Het is nu gemakkelijker om mee te doen, tussen andere werkzaamheden door. Daardoor is participatie ook minder afhankelijk van specifieke uren op een dag."
Van der Veen vraagt zich af of gevestigde organen als bewonerscommissies nog toe komen aan hun adviserende rol. Daarvoor heeft fysieke aanwezigheid wel echt een meerwaarde. Kranen: "We hebben iedere week met een nieuwe horizon te maken, met wat wel en niet kan en ook hoe mensen daar in staan. Bij bewonerscommissies merken we dat een deel van de leden nadrukkelijk kiest voor online contact. Hoe we dat uiteindelijk het beste kunnen doen, vraagt echt een gezamenlijke inspanning."
Om met jongeren in contact te komen gebruikte programmamaker Angelo Bromet al veel de sociale media: "Daar is niet zoveel in veranderd. Maar dat is wel vluchtig. Voor meer diepgang heb je toch die fysieke ontmoeting nodig."

Grote verschillen in de stad

Frans Vlietman, programmamanager democratisering in Amsterdam Zuidoost, ziet dat het dagelijkse contact tussen bewoners van de pre-coronaperiode is 'teruggezakt'. Heel voorzichtig vinden nu wel bijeenkomsten plaats op anderhalve meter afstand. "De betrokkenheid in de buurten is niet verdwenen. Als je ziet hoeveel pakketten van de Voedselbank zijn rondgebracht, dan is dat indrukwekkend." Ook Lötters noemt enkele, aan corona aangepaste, buurtinitiatieven zoals een concert in de flat Groeneveen.
Kranen vindt dergelijke initiatieven ook prijzenswaardig, maar wijst ook op de grote verschillen tussen buurten in de stad. "Wij hebben 1500 huurders van 80 jaar en ouder gebeld. Als je bewoners in Zuid aan de lijn krijgt dan komen er fantastische verhalen los, maar in andere delen van de stad blijkt er sprake van veel eenzaamheid. Lötters deelt die zorg over eenzaamheid en ook over spanningen tussen buren. "Onze wijkbeheerders zijn ook gericht op wie ze niet meer zien. Het is iets waar we extra op letten in deze tijd."

Online en/of fysiek

Hoewel de richtlijnen versoepeld worden waardoor fysieke ontmoetingen binnen de nieuwe richtlijnen gemakkelijker worden, is het volgens Van der Veen de vraag of dat ook gaat werken. "Als fysieke ontmoetingen op anderhalve meter afstand plaats moeten vinden dan weet ik niet of fysieke ontmoetingen nog een meerwaarde hebben. Daarbij gaat het er toch om elkaar aan te stoten en dichtbij in de ogen kunnen kijken. Je kunt ook zeggen: laat online wat meer los en 'laat de hele mens zien', zoals Louis van Gaal dat zo mooi heeft gezegd." Lötters: "Wij denken ook na over de mogelijkheid deelnemers van een online bijeenkomst bijvoorbeeld aan het begin een persoonlijke bijdrage te laten leveren. Daardoor creëer je een informele sfeer.
Kranen geeft aan dat online bijeenkomsten al tot andere regels en omgangsvormen leiden. "Een van de afspraken is om het geluid van de eigen telefoon of computer uit te zetten, behalve als iemand aan de beurt is om iets te zeggen. Als een van de deelnemers zich daar niet aan houdt dan kan hij of zij verwijderd worden uit de online bijeenkomst. In een fysieke samenkomst is dat zo goed als onmogelijk. Het is heel bijzonder dat voor het eerst ooit zo duidelijk afspraken gemaakt worden over de manier waarop we met elkaar praten."