Hoe Aedes-voorzitter Marc Calon de corporatiesector wil verbeteren
‘Betere bedrijfsvoering en meer toezicht’

Het imago van de corporatiesector wordt met regelmaat geteisterd door sjoemelende bestuurders, zwakke bedrijfsvoering en gebrekkig toezicht. Hoe kan het tij gekeerd en het imago verbeterd? Aedes-voorzitter Marc Calon geeft zijn visie. Maar daar hoort wel een hervorming van de woningmarkt bij. Helaas ontbreekt het bij Rutte II volgens Calon aan een evenwichtige aanpak.

Aedes-voorman Marc Calon neemt geen blad voor de mond. De sector heeft een negatief imago. Het gaat te vaak fout. Bestuurders als Hubert Möllenkamp (Rochdale) en wellicht ook Laurentius-bestuurder Walter V. hebben met de vingers in de suikerpot gezeten. Tegen boeven kan volgens Calon niet streng genoeg worden opgetreden. Hij wil evenmin vergoelijken dat er regelmatig flinke fouten in de bedrijfsvoering worden gemaakt. In Rotterdam, Maastricht en elders. “Ik wil niks goedpraten. Neem Vestia. Belachelijk wat daar bij de creatie van een buitensporige derivatenportefeuille is gebeurd.”

Tegelijkertijd vraagt hij aandacht voor veranderende maatschappelijke omstandigheden. “Na de verzelfstandiging hebben politiek en maatschappij op grote schaal corporaties gevraagd lastige klussen op te knappen. In Amsterdam zijn voor een hoge prijs bordelen opgekocht. Dat vond ik geen goed idee. Dat heb ik Frank Bijdendijk indertijd laten weten, maar de stad wilde het graag. Nu gaat het economisch minder goed. Dan komen corporaties in de problemen en zijn ingrijpende keuzes onontkoombaar.”

Dat deze keuzes met veel wantrouwen worden ontvangen, heeft volgens Calon ook met veranderingen in de samenleving te maken. “Overheden. Corporaties. Banken. Grote bedrijven. Iedereen wordt met wantrouwen bekeken door een almaar mondiger en steeds kritischer publiek. Alles komt naar buiten. Er is geen tijd meer om zaken uit te leggen. Ook corporaties zullen daar aan moeten wennen.” En het wordt alleen maar erger, voegt hij daar aan toe. Aan de andere kant signaleert hij een groot vertrouwen bij de huurders. Zij geven hun eigen corporatie doorgaans een ruime voldoende.

Meer toezicht

“De komende jaren, dat is mijn persoonlijke mening, moet de nadruk veel meer komen te liggen op de bedrijfsvoering. We hebben leden die het lukt strak op de kosten te sturen. Maar andere leden lukt het niet de kosten in de hand te houden. Hoe kan dat? Samen met onder meer het Centraal Fonds Volkshuisvesting en KWH werken we aan een benchmarkcentrum. Volgend jaar is een testjaar. Vanaf 2014 kunnen corporaties zich aan vergelijkbare collega’s spiegelen.”

Het toezicht moet eveneens worden aangescherpt. “We zitten in de rare situatie dat Aedes sneller, harder en steviger wil ingrijpen dan de Kamer. Al voor de Vestia-affaire hebben wij aangedrongen op verbetering van het toezicht. Meer dan 90 procent van de leden heeft zich achter het voorstel ‘Toezicht met bite’ geschaard. Het gaat om een simpel mechanisme. Corporaties kunnen alleen voor elkaar garant staan als zij in elkaars keuken en portemonnee kunnen kijken. Er moet een vorm van disciplinering gestalte krijgen, anders kunnen we de onderlinge solidariteit niet in stand houden.”

Het Centraal Fonds Volkshuisvesting heeft aangekondigd het toezicht scherper en selectiever te zullen maken, in het bijzonder voor corporaties met een hoog risico in financiële problemen te komen. Dat is volgens Calon een bouwsteen, maar aanscherping van het toezicht is nog afhankelijk van de uitkomsten van de Commissie Hoekstra, die zich buigt over het toezichtsvraagstuk. “Wij hebben direct na de zomer met de commissie gesproken. Daar hebben we aangedrongen op uitvoering van onze voorstellen. Ze zullen niet bij het kruisje tekenen, maar hun reactie was positief. Eind dit jaar komen zij met een eindadvies.”

Niet op de laatste plaats benadrukt hij de noodzaak meer aandacht te hebben voor het eigendom van het corporatievermogen en voor de legitimatie van het handelen. Het is nadrukkelijk geen standpunt van het Aedes-bestuur, maar Calon vindt het zelf belangrijk de stem van de huurders te versterken. “Ik wil niet terug naar de verenigingen van weleer. Maar de private ondernemingen met een publieke doelstelling moeten twee dingen goed regelen: het eigendom en de controle van de raad van commissarissen. Laten we onderzoek doen naar een moderne coöperatieve structuur. Met een ledenparlement. Dat past bij de emancipatie van de huurders.”

Beloningen

Het negatieve imago van de sector staat niet los van de zeer riante beloning van sommige corporatiebestuurders. “Alle leden onderschrijven de Aedes-code. In de praktijk wordt bij alle nieuwe benoemingen aan de code voldaan. Oude benoemingen zijn indertijd uitgezonderd. We hebben wel aangedrongen op aanpassing van hogere salarissen, maar kunnen niet in bestaande contracten ingrijpen. De nieuwe Wet normering topinkomens – de Eerste Kamer moet er nog een besluit over nemen – stelt straks een grens aan de doorlooptermijn van oude contracten. Dat is dus geregeld.” Calon heeft inmiddels schoon genoeg van de aanhoudende discussie over de salarissen. Hij is daarom voorstander van aanvullende beloningsafspraken naar corporatiegrootte. “Dat zit al in onze nieuwe code. En het ministerie van Binnenlandse zaken werkt aan een bepaalde staffel. Er moet rekening worden houden met de omvang van de corporatie. Dat vinden wij ook.”



Alle goede bedoelingen ten spijt, het toekomstige succes van de corporaties staat of valt volgens Calon met hervorming van de woningmarkt. “De markt zit muurvast. Daarom hebben we samen met de Woonbond, de vereniging Eigen Huis en de NVM het voorstel Wonen 4.0 ontwikkeld. Maar het kabinet kiest helaas voor een onevenwichtige aanpak. De hypotheekrente wordt maar een beetje beperkt. En het geld van de huurverhogingen gaat rechtstreeks naar de schatkist, terwijl het hard nodig is voor nieuwbouw, renovatie en herstructurering. Dat geld is echt nodig om de woningmarkt te hervormen. Waar moeten de huurders heen die door moeten stromen?”