Investeerders zien brood in huurstudio’s

Vier locaties voor vijfhonderd middeldure huurwoningen
Investeerders zien brood in huurstudio’s

Investeerders en ontwikkelaars zien wel brood in de bouw van betaalbare vrije sector huurwoningen - als de gemeente inderdaad bereid blijkt de grondprijs zodanig te verlagen dat voldoende rendement mogelijk is. Aan de verhuurmogelijkheden twijfelt eigenlijk niemand. De vraag naar huurstudio’s - mits binnen de ring - lijkt groot.

Afgelopen maand nodigde Amsterdam beleggers, ontwikkelaars en corporaties uit plannen te maken voor de bouw van minstens vijfhonderd vrije sector huurwoningen. Tegen aantrekkelijke voorwaarden. Zo wordt de huidige norm voor parkeervoorzieningen losgelaten. De gemeente heeft vier locaties op het oog: naast Solid 1 bij de entree van het Haveneiland van IJburg; aan de Spaklerweg in het Amstelkwartier; een woontoren in Noord op Overhoeks; en op  twee kavels op de Amsterdamse Zuidas. Dat is nog maar het begin. In de toekomst moet de bouw van dergelijke woningen een vast en substantieel onderdeel worden van het stedelijke bouwprogramma.
Henk Jagersma, directievoorzitter van Syntrus Achmea  Real Estate & Finance, vindt het verzoek niet meer dan logisch.  “De gemeente kampt met braakliggende grond. En er is in de stad een sterk toenemende vraag naar vrije sector huurwoningen tot maximaal 900 euro in de maand. In Amsterdam kan de prijs wellicht nog wat hoger liggen”, zegt Jagersma. “In het verleden hebben we dergelijke woningen maar mondjesmaat kunnen realiseren.”
Voor Syntrus Achmea, pensioenuitvoerder voor een veertigtal fondsen, zijn vrije sector huurwoningen een belangrijke beleggingscategorie. “We hebben veel vertrouwen in de woningmarkt in de Randstad.  Niet alleen in Amsterdam. Ook in Utrecht of Den Haag.” De afgelopen jaren kocht Syntrus Achmea al huurappartementen op IJburg. En werden eengezinswoningen, appartementen en zorgwoningen verworven in Amsterdam-Noord.
De sterke belangstelling voor dergelijke woningen wordt door ontwikkelaars gedeeld.  Robert Kohsiek, initiatiefnemer van Wonam, twijfelt niet aan de afzetmogelijkheden. Zijn bedrijf is een nieuwe speler op de markt. Samen met Carolyn van Duijvendijk-Koster richt hij zich op een specifieke categorie. “We richten ons op woningzoekenden die na hun studie een baan vinden en graag in de stad blijven wonen. Zij kunnen geen sociale huurwoning bemachtigen. En  de koopwoningmarkt is voor hen evenmin interessant. Niet alleen vanwege de prijs. Of de huidige onzekerheid op de koopmarkt. Zij verlangen simpelweg meer flexibiliteit.”
Ook Bob Jansen, directeur van ontwikkelaar Lingotto, staat positief tegenover de nieuwe route die de gemeente kiest. Lingotto was ooit voorloper in de herontwikkeling van gebouwen, maar zoekt nieuwe markten. “Vanaf 2006 hebben we ons ingezet voor de herontwikkeling  van gebouwen. Toen bestond daar bij andere partijen nauwelijks belangstelling voor. Nu houdt iedereen zich daarmee bezig. Dat is voor ons reden te kijken of we met andere activiteiten een bijdrage aan de stad kunnen leveren. Betaalbare huurwoningen zijn gewild.”

Interessante locaties

De aangeleverde locaties vinden ze interessant. “Het gaat erom dat de woningen heel goed aansluiten bij de vraag van onze huurders. De plek moet aantrekkelijk zijn. En de kwaliteit van de woning moet  voldoende zijn”, aldus Kohsiek.  De bouw van een woontoren op Overhoeks acht hij  voor zijn doelgroep heel aantrekkelijk. Ook ziet hij wel iets in IJburg, al gaat het daar eerder om huurders die al zijn begonnen aan gezinsvorming.
Daadwerkelijke realisatie, zo benadrukt Jansen, zal sterk afhangen van de eisen van de gemeente. “Op dit moment bestaat nog weinig inzicht in de procedure die Amsterdam wil volgen. Gaat de gemeente een tender uitschrijven en valt de partij met het hoogste bod in de prijzen. Of worden partijen met het beste plan geselecteerd. Bij een tender doen we niet mee. Dan kan het doel, de bouw van middeldure huurwoningen, niet worden gerealiseerd.”
Over de financierbaarheid van toekomstige bouwplannen maakt Kohsiek zich op zijn beurt geen zorgen.  Zijn zakenpartner Carolyn van Duijvendijk-Koster heeft goede banden met zogeheten family offices. Zij heeft nieuw leven geblazen in de vastgoedtak van haar familieonderneming. Plantation is als particuliere vastgoedbelegger met familiekapitaal actief in Nederland en Duitsland. Wonam zal de woningen ook zelf in beheer nemen.
Amsterdam benadrukte bij de presentatie van de plannen de noodzaak met investeerders afspraken te maken over de termijn van uitponden. Geen probleem, vindt Jagersma. “Het is de bedoeling dat we onze bezittingen voor lange tijd aanhouden.” In ruil daarvoor geldt een zodanige grondprijs, dat beleggers een bruto aanvangsrendement van vijf procent kunnen realiseren.  Dat is volgens hem voldoende. “Als  de huren zich gunstig ontwikkelen en we  boeken op termijn enige waardestijging, dan zijn dergelijke woningen voor onze fondsen voldoende aantrekkelijk.”