"Zes kamers. Dat was wat in die tijd”

3 portretten van Bijlmerbewoners

 

foto portret 1

“Zes kamers. Dat was wat in die tijd”

Op 25 november is het 35 jaar geleden dat de eerste bewoners van de Bijlmer de sleutel kregen. Het zes kinderen tellende gezin Copray uit Geuzenveld stroomde door naar een woning met on-Amsterdamse afmetingen, met maar liefst zes kamers. “Dat was wat in die tijd”, zegt mevrouw Copray (77). Ze woont nog steeds in de flat Hoogoord, nu op een vierkamerwoning op een hogere verdieping. Ze woont alleen; de kinderen zijn al lang het huis uit en haar man is dertien jaar geleden overleden.
“Tegelijk met die van ons werden ook de woningen van onze buren opgeleverd. Maar ik denk dat wij als ‘eerste’ bewoners werden uitverkoren, omdat ze ons een prototype-gezin vonden voor de woningen. Die waren van de toen nog katholieke woningbouwvereniging het Oosten. Mevrouw Copray vertelt dat het enkele jaren “niet zo makkelijk” was in de Bijlmer. “Alles was verloederd, maar wij wisten ook niet goed waar we anders naartoe moesten in Amsterdam. Er is hier veel vreemd volk naartoe gekomen, dat hier nog moest wennen, en waar wij nog aan moesten wennen. Pas nu zie je dat dat gebeurt, maar daar is wel twintig jaar overheen gegaan. Nu heb ik het zeker weer naar mijn zin. Het huis is goed - daar hoor je nooit wat over, die mooie woningen in de Bijlmer. Ik woon hoog en heb naar drie kanten uitzicht. Er is hier ook veel minder rommel, het vuil wordt zelfs op zondag opgehaald.”
Copray denkt dat de sloop en nieuwbouw bijdraagt aan een verbetering van het leefklimaat. “Het wordt wel niet gezegd, maar er worden toch probleemgevallen verspreid over de stad. De grote kliek is daarmee gebroken.”

 

foto portret 2

Van mijn levensdagen niet weg

John Brouwer, 73, agentschaphouder van het Parool onder de parkeergarage van Echtenstein, woont al ruim een kwart eeuw in de Bijlmer. Eerst zo’n zes jaar in de hoogbouw op Koningshoef – “dat is allemaal afgebroken” – en nu al 21 jaar in de laagbouw van het naastgelegen Kantershof. Over de sloop kan hij geen traan laten. De leegstand kostte de corporatie veel geld, en veel flats waren getto’s geworden, zoals het vroegere Geldershoofd 1. “Daar had je geloof ik tweehonderd woningen, en daar waren twee blanken, de rest kwam van elders.”
Het leven in de wijk is volgens Brouwer beter dan de buitenwereld denkt. “Op de televisie zie je enkel beelden van slechtigheid, vuil in de binnenstraten en ongure types. Dat geeft een slecht imago. Dat vind ik zonde. Maar je moet het ook niet opzoeken. Ik ga niet onnodig ’s avonds de straat op. En als ik ga, pak ik meestal de auto. Maar ja, niets ten nadele, ik zou van mijn levensdagen niet uit de Bijlmer weg willen.” Het mooie van de wijk? “Het groen dat je hebt. Als je beneden de grote weg het fietspad neemt, dan gaat dat helemaal door het park heen. Dat zien de mensen niet.”
Ondanks het slechte imago besloot Brouwer zes jaar geleden zijn huurhuis te kopen toen de mogelijkheid zich voordeed. Voor een zachte prijs van 167 duizend gulden zonder overdrachtskosten, onder de voorwaarde dat bij verkoop binnen vijf jaar een deel van de winst naar de woningbouwvereniging zou gaan. “Dat is nu onderhand voorbij”, constateert Brouwer tevreden. “Ik ben nu pensioengerechtigd. Ik los niks af, ik betaal enkel maar rente. Wat ik nu betaal had ik misschien ook wel kwijt geweest aan huur. Misschien wel meer.”

foto portret 3

Naar Steenwijk

Marcel en Ciela Niekoop (73 en 70) verhuizen deze maand vanuit de sloopflat Echtenstein naar het Overijsselse Steenwijk. Zestien jaar hebben ze in de flat gewoond, nadat ze vanuit Suriname naar Nederland waren gekomen wegens een medische behandeling die hun zoon hier moest ondergaan. De Niekoops behoorden tot de eersten die er een woning op de begane grond met een tuintje konden betrekken. “Een tuin heb ik echt nodig om te kunnen ontspannen en als bron van inspiratie”, zegt Ciela. Met de aanleg van privé-tuintjes en het vervangen van de boxen op de begane grond door woningen probeerde de corporatie destijds de flat leefbaarder te maken.
Natuurlijk overkomen je vervelende dingen in de Bijlmer, rommel van bovenverdiepingen in het tuintje en nog niet zo lang geleden zelfs een tasjesroof. Gelukkig werden daarbij geen waardevolle spullen gestolen. Maar de Niekoops benadrukken dat ze een goede tijd hebben gehad in de Bijlmermeer. Ze hebben er een rijk sociaal leven gehad, met name in de parochie de Graankorrel, waarbinnen ze veel vrijwilligerswerk hebben verricht. Ook waren ze nauw betrokken bij het wel en wee van de flat. De afbraak daarvan vinden ze eigenlijk maar kapitaalvernietiging.
Marcel en Ciela Niekoop hebben nog wel in Amsterdam gezocht naar een vergelijkbare woning, maar dat was moeilijk. “Toen we hier kwamen, woonde onze zoon bij ons in en hadden we recht op een grotere woning”, aldus Ciela. Haar dochter in Nijensleek, vlakbij Steenwijk, vroeg of het stel niet bij haar in de buurt wilde komen wonen. Dan zouden ze ook op de kleinkinderen kunnen passen. Herhuisvestingsbegeleiders van Patrimonium hebben daar voor het echtpaar informatie ingewonnen over de mogelijkheden. Uiteindelijk stonden ze op het punt om een huis met tuin in Amsterdam-Noord te accepteren, toen de aanbieding uit Steenwijk kwam. Ze zullen de Bijlmer missen en zijn van plan regelmatig terug te komen voor de Surinaamse boodschappen. Ze hopen dan hun kennissen weer te ontmoeten.

3 portretten van Bijlmerbewoners