De balans van acht jaar Stadig
‘Amsterdam moet grootstedelijke arrogantie laten varen’

Acht jaar regenschap van PvdA-er Duco Stadig zijn voorbij. Dikke kans dat zijn machtige dubbele portefeuille van grondzaken én Volkshuisvesting in de nieuwe raadsperiode wordt opgesplitst. De nieuwe wethouder Volkshuisvesting moet meer rekening houden met de dynamiek van de stad en de regio betrekken bij het Amsterdamse beleid. En er moet vooral worden gebouwd, gebouwd en nog eens gebouwd. Zeven politici en beleidsmakers beoordelen de periode Stadig en spreken hun wensen uit voor de komende raadsperiode.

Lex Pouw is directeur van de grootste woningcorporatie in de hoofdstad, Woningbedrijf Amsterdam. Pouw vindt dat Stadig een grote impuls heeft gegeven aan de kwaliteitsslag die de stad heeft gemaakt. Des te schrijnender vindt hij de huidige stagnatie van de woningbouw. “Hierdoor gaat de dynamiek verloren. Er moet de komende jaren als een gek worden gebouwd. De voorwaarden zijn geschapen. Het is nu nog een kwestie van uitvoeren.” Stadig geeft in de pers de bouwers en de woningcorporaties wat al te makkelijk de schuld van de bouwstagnatie, meent Pouw. “We moeten de oplossingen zoeken in snellere besluitvorming en daar zijn alle partijen bij betrokken.”

“Goed”, zo kwalificeert directeur Ab Vos van de Stedelijke Woningdienst het beleid van Stadig. Er wordt al jaren met voortvarendheid overleg gepleegd meent Vos. De komende vier jaar moet een periode worden van uitvoering. “Er wordt veel nadruk gelegd op de bouwstagnatie, maar dat is een fenomeen van de afgelopen twee jaar en heeft mijns inziens vooral te maken met de forse prijsverhogingen van de aannemers. Vóór twee jaar geleden is er volop gebouwd. Denk aan De Aker en het Oostelijk Havengebied. Nu zijn alle ogen gericht op IJburg en ik hoop van harte dat dit woningbouwproject naar wens verloopt.”

Alleenheerser

Volgens Maarten van Poelgeest, lid van de raadscommissie Volkshuisvesting voor GroenLinks ontkent Stadig de krapte op de woningmarkt “aan de onderkant”. Het resultaat: lange wachttijden, en veel meer vraag dan aanbod. Stadig vergeet bovendien dat Amsterdam deel uitmaakt van de regio en hij heeft te weinig oog voor de dynamiek van de stad, zegt van Poelgeest. “De afgelopen tien jaar ging een half miljoen mensen de stad in en er gingen er net zo veel weer uit. Dat hoort bij een stad. De mensen komen er heen om zich te ontwikkelen en trekken dan weer weg. De laatste jaren zit de stad echter potdicht.” Wat wil Van Poelgeest dat er de komende jaren gaat gebeuren? “Versobering in de bouw, projectsubsidies van de gemeente die als smeerolie kunnen werken, keiharde garanties van niet slechts dertig procent sociale woningbouw, maar zelfs veertig procent. En wat er wordt verdiend aan de hoge grondprijzen moet terugvloeien in de Volkshuisvesting”, somt de politicus op.

 

Stadig op rapport

+ Volop gebouwd tot twee jaar terug
+ Voortvarend overleg
+ Impuls voor kwaliteitsverbetering
+ Versterking consumentenorganisaties
+ Meer greep op particuliere huurmarkt
 

– Niet alert op signalen bouwstagnatie
– Te lange besluitvorming
– Doorgeslagen ambitieniveau
– Teveel partijen bij woonontwikkelingen
– Ontkenning krapte onderkant markt
– Weinig oog voor dynamiek van de stad
– Alleenheerschappij

 

Stadig had alerter moeten reageren op signalen dat de bouwproductie stokte, vindt John Goring van de VVD-raadsfractie. Tijdens de begrotingsbehandeling van 2000 lag er al een motie van de VVD om onderzoek te doen naar de bouwstagnatie, maar Stadig wuifde de bezorgdheid van de liberalen weg. Goring: “En nu is hij opeens voorstander van deregulering - weliswaar vier jaar te laat - en haalt hij de VVD rechts in. Het hele ontwerpproces moet zeer kritisch worden bekeken. De besluitvorming duurt veel te lang. Er wordt bijvoorbeeld oeverloos gesproken over het kappen van een paar bomen op een plek waar moet worden gebouwd. Daar moet een eind aan komen. En wat betreft de dertig-procentsnorm voor sociale woningbouw: dat is een dogma dat van tafel moet.”
Goring vraagt zich overigens ook af of het wel zo slim is dat de wethouder Volkshuisvesting ook wethouder Grondzaken is. “Daar waar Volkshuisvesting inlevert, maakt Grondzaken gigantische winsten. Wat mij betreft worden die twee zaken in het vervolg strikt gescheiden. Combinatie van die twee portefeuilles levert een schizofrene situatie op.” CDA-raadslid Gerrit Goedhart noemt Stadig “een soort alleenheerser” door zijn dubbele functie van wethouder Volkshuisvesting én van Grondzaken. Ook wat hem betreft worden die twee zaken in een nieuwe raadsperiode gescheiden.

Groepsseks

De plannen van Stadig voor het creëren van zogenoemde broedplaatsen voor kunstenaars gaan Goedhart lang niet ver genoeg. “Broedplaatsen worden vaak gezien als hindernis voor woningbouw, maar dat is natuurlijk flauwekul. Zo’n Swammerdam Instituut bijvoorbeeld moet gewoon voor de kunstenaars behouden blijven. Zo houd je de diversiteit in stand. Ook moet er in de toekomst meer nadruk worden gelegd op sociale vernieuwing in de hervernieuwingsgebieden.”
Friso de Zeeuw is directeur Nieuwe Markten van projectontwikkelaar Bouwfonds Wonen, die onder meer betrokken was bij de ontwikkeling van een deel van het Oostelijk Havengebied. De Zeeuw is positief gestemd over de projecten die de afgelopen jaren in de hoofdstad van de grond kwamen. De projectontwikkelaar vraagt zich echter wel af of bij alle woonontwikkelingen de corporaties betrokken moeten worden. “Dat is typisch Amsterdams. Wanneer je de markt open gooit, krijgen ook andere partijen de kans om het voortouw te nemen in woningbouw.” Hij spreekt van “groepsseks” bij een project als IJburg. “Een hoog ambitieniveau is prima, maar dat is bij IJburg doorgeslagen. Daar zijn maar liefst 21 partijen bij betrokken. Dat maakt zo’n project uiterst kwetsbaar.” De Zeeuw vindt bovendien dat Amsterdam z’ n natuurlijke neiging tot “grootstedelijke arrogantie” verder moet onderdrukken en intensiever moet samenwerken met de regio. De woningmarkt is immers overwegend regionaal. De liefde moet dan overigens wel van twee kanten komen. De komende jaren moet hoog worden ingezet om de zware taakstelling (de bouw van zo’n vijftigduizend woningen) waar te maken. Meer flexibiliteit en variatie zijn daarbij voor De Zeeuw onontbeerlijk. “Wat dat betreft moeten we door de politieke geluidsbarrière heen.”

Zeggenschap bewoners

Door toedoen van Stadig zijn de consumentenorganisaties op het gebied van wonen versterkt meent Eef Meijerman van Steunpunt Wonen. Dieptepunt is ook voor Meijerman de bouwstagnatie. “Als er niet gebouwd wordt loopt de boel vast. Over de uitvoering van alle mooie plannen die er liggen moeten keiharde afspraken worden gemaakt voor de komende periode.” Het stedelijk kader voor het sociaal plan is nu redelijk op orde, vindt Meijerman. Het gaat er volgens hem nu vooral om dat er in de praktijk goed overleg wordt gepleegd met bewoners van de gebieden die de komende jaren worden aangepakt. Meijerman: “De bewoners moet duidelijk worden verteld wat er terugkomt aan woningen in hun buurt en waar zij na de ingreep terechtkomen. Ik persoonlijk zie Duco Stadig overigens graag blijven in de komende raadsperiode.”
“Bouwen, bouwen en nog eens bouwen. Deze stagnatie heeft dramatische gevolgen voor de doorstroming,” herhaalt Henk Stegink, voorzitter van de enkele jaren geleden opgerichte Huurdersvereniging Amsterdam in antwoord op de vraag wat prioriteit nummer één is voor de komende periode. Over het beleid van Duco Stadig heeft Stegink overigens vooral veel lof. “Hij heeft het bestuurlijk initiatief genomen voor de huurteams. Niemand kreeg in het verleden grip op de particuliere huurmarkt, maar die tijd lijkt voorgoed voorbij. Vooral in de vooroorlogse stadsdelen heeft dit al geleid tot duizenden procedures om de huur omlaag te krijgen.” Bovendien heeft Stadig oog voor zeggenschap van de huurders, meent Stegink.
Hij pleit er echter wel voor bewonersparticipatie ook daadwerkelijk te laten plaatsvinden bij toekomstige ingrepen in de woningvoorraad door stadsdelen en woningcorporaties. “Daar moet de wethouder zich de komende jaren hard voor maken. Het gebeurt nu nog te vaak dat bewoners door stadsdelen en corporaties in de gordijnen worden gejaagd wanneer zij bijvoorbeeld vanuit het niets worden geconfronteerd met een uitgewerkt plan voor de sloop van een heel huizenblok.”

 

Janna van Veen

 

Trefwoorden: