Overmaat aan betaalbare woningen neemt toe

Amsterdam heeft een lange traditie van sociale woningbouw. Daardoor zijn er veel betaalbare huurwoningen in de stad. Het deel daarvan, de zogenaamde ‘kernvoorraad+’, neemt de laatste jaren wat af. Sinds 1999 met zo’n drie procent. Oorzaken zijn het bijbouwen van koopwoningen en dure huurwoningen, het splitsen en verkopen van particuliere huurwoningen, het harmoniseren van huren bij leegkomst, en – in geringe mate – de sloop van huurwoningen en de verkoop van corporatiewoningen.

Het aandeel ‘goedkope en betaalbare’ huurwoningen wordt sinds 1999 in Amsterdam uitgedrukt door middel van de kernvoorraad+. De kernvoorraad zijn woningen tot ¤ 323,-. De kernvoorraad+ zijn de woningen uit de kernvoorraad aangevuld met de woningen tussen de ¤ 323,- en ¤ 415,- met een oppervlakte groter of gelijk dan 60 m2 en vier kamers of meer.



De daling van de kernvoorraad+ staat niet op zichzelf, ook het aantal huishoudens waarvoor ze bedoeld is wordt minder. Amsterdammers worden namelijk rijker, of liever: er komen meer bewoners met een hoog inkomen. De zogeheten ‘primaire doelgroep’ slinkt daardoor, van 1997 tot 2001 van 46 naar 37 procent.

Verdeling inkomensgroepen. De primaire doelgroep bestaat uit huishoudens met een laag inkomen; de secundaire doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen tot de ziekenfondsgrens.

Vergelijking kernvoorraad+ met primaire doelgroep in absolute aantallen

Door de forse daling van het aantal huishoudens uit de primaire doelgroep is de al bestaande overmaat van deze kernvoorrraad+ woningen nog verder toegenomen. Was de overmaat in 1999 al 55 procent, in 2001 raakte de verhouding doelgroep/ woningvoorraad nog verder uit balans: er waren 90.000 goedkope woningen (67%) teveel, gelet op de inkomenspositie van de Amsterdammers.

Bron: tweejaarlijks onderzoek van de Stedelijke Woningdienst onder bewoners van zelfstandige woningen in Amsterdam.
In de lente van 2001 zijn ongeveer 17.000 enquêtes ingevuld en teruggestuurd. Dit zijn voorlopige resultaten.