Het moeizame verdelen van de schaarste

Het moeizame verdelen van de schaarste
Eigen starters eerst?

Met de introductie van Woningnet een jaar geleden is de woningmarkt voor veel Amsterdammers pas echt een regionale geworden. Toch bestaat de huidige ROA-Raamovereenkomst Woonruimteverdeling al bijna vijf jaar. Amsterdammers kunnen daardoor in Purmerend meedingen naar huurwoningen en Aalsmeerders in Amsterdam. Dat geeft hier en daar wrijvingen, met name in regiogemeenten. Komen de ‘eigen’ starters er nog wel tussen of zijn het de Amsterdammers die er met de woningen in de randgemeenten vandoor gaan? Sommige gemeenten staan op scherp. De huidige Raamovereenkomst moet per 1 juni worden verlengd en dat lijkt niet te lukken. Het ‘Voorstel op Hoofdlijnen’ waarover al maanden wordt gediscussieerd, is weer ingetrokken. Eerst meer cijfers verzamelen.

Feiten en cijfers

De huidige ROA-Raamovereenkomst Woonruimteverdeling dateert van 1997.

Afspraken hebben betrekking op zelfstandige huurwoningen binnen het ROA-gebied met een huur tot 458 euro.
Vrijkomende woningen die speciaal geschikt zijn voor doelgroepen, zoals aanleunwoningen, zijn ook alleen voor deze groepen bestemd.
Op dit moment gelden zowel woon- als inschrijvingsduur. Wie de langste woon- dan wel inschrijvingsduur heeft, krijgt de woning.
In de ROA-regio staan in totaal 600 duizend woningen, waarvan 280 duizend sociale huur (205 duizend van deze sociale huurwoningen staan in Amsterdam)
Het aantal ingeschrevenen nam tussen 1999 en 2001 toe van 95.000 tot 292.629.
De mutatiegraag nam in dezelfde periode af van 8 tot 4%. Het aantal nieuwe huurders van 22.000 tot 14.500.
Het gemiddeld aantal reacties loopt snel op tot ruim boven de 150. Uitschieters komen tot boven de 1000 aanmeldingen.
Van de ROA-woningen die via WoningNet en directe bemiddelingen in de periode mei t/m december 2001 zijn verhuurd is 45% toegewezen aan starters en 55% aan doorstromers.

Leefbaar Haarlemmermeer, Zaanse Onafhankelijke Groepering, Stadspartij Purmerend, Burgerbelangen Amstelveen... Gevestigde politici voelen de hete adem van nieuwe lokale partijen in hun nek, tot in de ‘regioraad’ van het Regionaal Orgaan Amsterdam (ROA) aan toe. Eind 2001 stonden er in de regio bijna 293.000 mensen ingeschreven. Dat de - grotendeels kwalitatieve - woningnood niet per gemeente kan worden opgelost, daarover is nagenoeg iedereen het eens. Maar hoe je de schaarste binnen ‘Groot Amsterdam’ het beste kan verdelen, dat is een vraag die het regionale poldermodel in de voegen doet kraken. Het bestaande raamakkoord zou worden geactualiseerd via een ‘Voorstel op Hoofdlijnen’, maar dat riep zoveel discussie op dat half april is besloten eerst de evaluatie van het huidige systeem af te wachten, alvorens tot een nieuw akkoord te komen.
Nu sinds een jaar alle woningzoekenden in de regio in één bestand zijn samengebracht, wordt het effect van de open woningmarkt langzaam zichtbaar. Bijna driekwart van de actief woningzoekenden blijkt afkomstig uit Amsterdam. Daar staat overigens ook het gros van de sociale huurwoningen in het ROA-gebied. Omdat woonduur en inschrijvingsduur aan elkaar zijn gelijkgesteld, maakt een oudere Amsterdammer een grotere kans op een woning in, pakweg, Purmerend, dan een plaatselijke starter. Toch vertrok ‘slechts’ tien procent van de verhuisde Amsterdammers naar een andere gemeente. Maar voor kleinere gemeenten kan dat toch flinke gevolgen hebben; soms komt daar meer dan 80% van de reacties van buiten. Voeg daarbij een toenemend aantal woningzoekenden en een afnemend aantal huurwoningen, en de belangentegenstellingen worden zichtbaar.
De gemiddelde wachttijd is nu elf jaar. (Let wel, gemiddeld. Wie per se een huurwoning in de binnenstad van Amsterdam wil, mag daar wel vijfentwintig jaar voor uittrekken.) Als bovendien de oplevering van grote nieuwbouwcomplexen, denk alleen aan IJburg, in het huidige trage tempo doorgaat, komt er van doorstroming zeker de komende vijf jaar niet veel terecht. De vraag naar de rechtvaardigheid en doelmatigheid van het huidige systeem van woonruimteverdeling in het ROA-gebied is dus niet ongepast.

Geen overeenkomst

Dat er forse fricties zijn tussen de zestien betrokken gemeenten, blijkt uit de moeite die het kost om de huidige raamovereenkomst te verlengen die de basis vormt van Woningnet. De ROA-Stuurgroep Wonen had nog zo zijn best gedaan alle partijen mee te krijgen voor het ‘Voorstel op Hoofdlijnen Actualisering Raamovereenkomst Woonruimteverdeling ROA’. Voorzitter Hoffscholte, burgemeester van Aalsmeer, tevens DB-lid van het ROA geeft toe dat er spanningen bestaan. “Dat is er altijd als de vraag groter is dan het aanbod.” Maar, voegt hij monter toe, “we proberen er samen uit te komen.”
Een discussiepunt is de huidige praktijk om woonduur en inschrijvingsduur aan elkaar gelijk te stellen. Er zijn gemeenten die van dat criterium woonduur af willen. Sterker nog: belangstellenden zouden zich zelfs persoonlijk moeten gaan inschrijven in de gemeente van hun keuze.
Hoffscholte: “We hebben afgesproken om het huidige systeem in 2002 te monitoren. Als het werkelijk zo is dat Amsterdammers dankzij een langere woonduur worden bevoordeeld, moet dat uit de cijfers onmiskenbaar blijken.”

‘Mensen schrijven zich als idioten in maar als puntje bij paaltje komt willen ze toch liever niet in een ‘negorij’ wonen’

Dan is er de moeilijke positie van de starters op de woningmarkt. Kopen is voor hen meestal te duur, maar als je als starter - gemiddeld - zeven jaar op een huurwoning moet wachten, zijn de druiven wel zuur.
“Ook hiervoor geldt dat we duidelijke cijfers op tafel moeten hebben. Een voorstel van sommige gemeenten is om bepaalde woningen te ‘labelen’ als starterswoning. Dat betekent dan dat andere groepen er niet voor in aanmerking komen. Overigens stond het hele doel- en beroepsgroepenbeleid ter discussie. Hoe geef je onderwijzers, verplegers en politiemensen meer kansen? Vandaar dat we in het voorstel hadden opgenomen dat iedere gemeente 25 of 30% van de vrijkomende woningen naar eigen inzicht mag bestemmen voor bepaalde doelgroepen. Naar het zich liet aanzien was de meerderheid daarmee wel akkoord, anderen zien graag een percentage van 40%.”
Dan is er nog de vrees van een gemeente als Edam/Volendam, die meent dat de eigen cultuur ondergesneeuwd dreigt te raken door de massale import van woningzoekenden uit de regio.
“Dat vind ik een achterhaald standpunt”, zegt Hoffscholte. “Hier in Aalsmeer werken ook mensen uit Edam en Volendam, waarom zouden er dan geen mensen van buiten in Edam of Volendam mogen gaan wonen? We hebben een open markt en vergeet niet dat er een nieuwe Huisvestingswet in de maak is. Als Edam/Volendam niet in ROA-verband tot een regeling komt, loopt het de kans dat de bewindsman op VROM de gemeente liberaliseert. Dan kan iedereen uit heel Nederland zich er vestigen.”

Inflatie van woon- en inschrijvingsduur

Over naar Purmerend. Rogier van der Laan is als Hoofd Strategie en Beleid van de afdeling Huisvesting betrokken bij het voorstel voor een nieuw raamakkoord. “De huizen in Purmerend zijn groter dan die in Amsterdam, hebben vaak een tuin en parkeerplek en het is daarom geen wonder dat ze gewild zijn.” Neem alleen al de familieleden van eerder naar Purmerend verhuisde Amsterdammers. Vóór de introductie van WoningNet - de grote plaatselijke corporatie Wherestad doet er overigens niet aan mee - was driekwart van de aangeboden woningen voor burgers van Purmerend, nu is dat nog maar een derde. “Dat levert spanningen op bij de bevolking”, stelt Van der Laan vast.

‘Als het aan sommige gemeentes ligt mag je als woningzoekende alle lokale balies af’

Maar ondertussen willen veel starters natuurlijk ook best naar Amsterdam.
“Dat klopt, wij hebben hoofdzakelijk te maken met verhuisstromen van en naar de hoofdstad. Het probleem in Purmerend is eenvoudig dat de spoeling dun is en dat starters steeds langer moeten wachten. Dat komt onder meer omdat doorstromers uit Amsterdam hier huizen krijgen. Je zou kunnen zeggen dat woon- en inschrijvingsduur aan inflatie onderhevig zijn, want wat betekent het nog als je zeven jaar moet wachten als starter.”
Wat kan je nou als gemeente doen om het tij te keren?
“Zelf ben ik helemaal geen voorstander van het voortrekken van de eigen bevolking, maar we hadden er wel voor kunnen kiezen om iedereen op inschrijvingsduur te beoordelen. Nog beter, laat ze zich hier inschrijven en hier hun duur opbouwen. Nu reageren mensen als idioten, maar als ze een oproep krijgen willen ze soms ineens niet in deze ‘negorij’ wonen. Ze kennen de buurt niet en het gevolg is dat we pas na zeven oproepen een acceptatie hebben. Woningen staan dus langer leeg. In Beverwijk hanteren ze het optiemodel, wat betekent dat je aangeeft wat je wilt. Je krijgt dan een belletje als er iets in jouw categorie is. Maar goed, de corporaties hielden vast aan de woonduur, dus dat idee heeft het niet gehaald.”
Is bouwen niet een oplossing?
Van der Laan: “Er wordt hier flink gebouwd, alleen te weinig koopwoningen, waardoor de doorstroming stagneert. In dit verband moet je je ook realiseren dat als iemand uit Amsterdam naar Purmerend verhuist, er in de hoofdstad een woning vrijkomt en niet hier. Als je te maken hebt met vijftig procent starters, is het dan niet eerlijk dat je dan ook de helft van de woningen aan starters toewijst?”

Geen lokale balies

Jan Willem Kluit, beleidsadviseur van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties, is tegen het afschaffen van het criterium woonduur. “Wij zouden een systeem op basis van inschrijvingsduur als belemmerend zien. Als het aan sommige gemeenten ligt, zou je als woningzoeker al die lokale balies af moeten.”

Edam/Volendam stelt zich bijna op als een enclave

Het is wel een feit dat inschrijving op een woning nu heel gemakkelijk is. Met de krant, teletekst of de website kan je even fantaseren en kijken hoe ver je komt. Als puntje bij paaltje komt haken velen af, wat de uiteindelijke toewijzing aanzienlijk vertraagt.
“Dat moet je anders oplossen”, zegt Kluit. “We denken serieus na over een betere manier van presenteren. Als je bijvoorbeeld een plattegrond van de woning kunt bekijken en informatie kunt krijgen over scholen in de buurt, openbaar-vervoersvoorzieningen en parkeerruimte, dan wordt een keuze al een stuk gerichter. Nog beter is om als woningzoeker een zoekprofiel op te geven. Wij kunnen dan per krant aangeven hoeveel woningen er in die categorie zijn. Dat vraagt wel om de nodige investeringen en tot voor kort was het niet eenvoudig om geld te vinden. Overigens gaat onze krant straks in plaats van eenmaal per week tweewekelijks verschijnen.”
“Transparantie kan zich tegen je keren, maar ik zie niet in waarom je je eigen ingezetenen zou moeten voortrekken. Ik ben ook tegen mensen die zeggen dat IJburg alleen voor Amsterdammers is. Onzin. Het is een VINEX-locatie, bedoeld voor de regionale woningbehoefte. Je kunt beter je energie steken in het realiseren van meer en grotere woningen dan in het bedenken van beperkingen voor het verdelen van de schaarste.”
Een gemeente als Edam/Volendam onttrekt zich aan het ROA-verband en stelt zich bijna op als een enclave waarvan de sociale samenhang moet worden bewaakt. “Ja, je vraagt je af waarom de provincie, die het ROA bewaakt, en de inspectie van het ministerie dat laten lopen”, aldus Kluit. “Nu begint de gemeente Waterland ook al, straks is het Oostzaan en Haarlemmermeer en dan heb je een sneeuwbaleffect.”

Bas Donker van Heel
Met dank aan projectleider Jan Roncken (Laagland’advies/ORKA-advies),
Beppechien Bruins Slot
(SWD, lid van de ondersteunende projectgroep van de Stuurgroep Wonen),
Erik Lubberink (beleidsmedewerker ROA)

Ook in deze verdieping: Generaal Pardon: vorstelijk gebaar moet leiden tot wetswijziging

Het moeizame verdelen van de schaarste
Eigen starters eerst?

Met de introductie van Woningnet een jaar geleden is de woningmarkt voor veel Amsterdammers pas echt een regionale geworden. Toch bestaat de huidige ROA-Raamovereenkomst Woonruimteverdeling al bijna vijf jaar. Amsterdammers kunnen daardoor in Purmerend meedingen naar huurwoningen en Aalsmeerders in Amsterdam. Dat geeft hier en daar wrijvingen, met name in regiogemeenten." data-share-imageurl="">