Gelijkwaardig beleid voor wal en water blijft voorlopig utopie

Gelijkwaardig beleid voor wal en water blijft voorlopig utopie
Chaos en verwarring kenmerken woonbootbeleid

Het woonbootbeleid van de gemeente Amsterdam wordt gekenmerkt door chaos en verwarring. Handhaving en uitvoering van beleid is versnipperd over vele partijen, waardoor woonbootbewoners op de ene oever soms anders worden behandeld dan op de overkant. Voor de vijfduizend bootbewoners zijn de recente plannen voor invoering van erfpacht op het water en verhoging van het liggeld ronduit bedreigend. Tachtig procent raakt er financieel door in de problemen, denkt Eric Blaauw, secretaris van de Landelijke Woonbootorganisatie.

De Nieuwe Gerrit voldoet aan alle eisen

Matthijs Vermaat en Maria Dijkstra hebben sinds 1985 een ligplaats in de Singel. Hun vorige boot, de Gerrit, was hard aan vervanging toe. Financieel geen enkel probleem, vertelt de 45-jarige advocaat Matthijs: “Een hypotheek heb je zo. De moeilijkheden ontstaan zodra je op de Welstandscommissie stuit. Op zich is het prima dat er eisen worden gesteld aan schepen binnen de grachtengordel. Maar waar vind je zo makkelijk een ‘van origine varend schip’ dat ook nog eens aan de vereiste afmetingen voldoet?” Volgens Matthijs is er geen sprake van duidelijk vervangingsbeleid in de binnenstad, eerder van uitstervingsbeleid. “Stel, je boot raakt total loss. Wanneer je niet aan de vervangingsregels kunt voldoen, ben je je huis en je geld kwijt. Of er wordt niet vervangen, wat leidt tot verkrotting.” De bootbewoners vonden echter een slim alternatief. Er werd een ontwerp gemaakt voor een ‘schar’ zoals Matthijs de Nieuwe Gerrit noemt: een kruising tussen een origineel schip en een ark. Ambtenaren van de dienst Binnenwaterbeheer gaven groen licht en scheepswerf Vooruit in Zaandam kon aan de slag. Het resultaat mag er zijn: het uiterlijk van de Nieuwe Gerrit is zo misleidend dat zelfs een ervaren schipperszoon dacht met een originele spits van doen te hebben. Van binnen is het schip van alle mogelijke luxe voorzien. Maar varen doet de Nieuwe Gerrit voor geen meter.
Nu is het wachten op definitieve goedkeuring. Matthijs heeft er alle vertrouwen in: het schip voldoet immers aan alle gestelde eisen. Verwacht wordt dat deze slimme oplossing vaker binnen de grachtengordel zal worden toegepast.

 
Borreltafelbeleid
Cuno Schokker (36) voelt zich “vanaf dag één” bootbewoner. Dag één is het moment, inmiddels vier jaar geleden, waarop hij en zijn vriendin Saskia Roest een vrachtschip uit 1880 kochten met een ligplaats aan de Borneokade. Nu is Cuno bijna dagelijks bezig met restauratiewerkzaamheden en het bewoonbaar maken van het schip.
Dat hij tegen “een waanzinnige ambtenarij” zou oplopen had, Cuno niet verwacht. Hoewel officieel nog steeds walbewoner, is hij noodgedwongen actief geworden in het onlangs opgerichte Zeeburgs Woonbotenoverleg.
Volgens Cuno wordt het woonbotenbeleid gemaakt op basis van “borreltafelgesprekjes”. Van enige visie is volgens hem geen sprake. De Nota Beter Wonen op Zeeburgs Water werd dan ook onlangs van tafel geveegd na protesten van de bootbewoners. Sindsdien is er regelmatig overleg tussen de bootbewoners en een ambtenaar van stadsdeel Zeeburg. Cuno heeft er goede hoop op dat dit overleg vruchten afwerpt. Maar verbazen doet hij zich nog dagelijks. “Er bestaat blijkbaar geen enkel respect voor het feit dat woonbootbewoners op eigen kosten een woning toevoegen aan het woningbestand. De gemeente hoeft in feite alleen voor voorzieningen te zorgen, zodat we fatsoenlijk kunnen wonen.” Volgens Cuno worden beleidsafspraken regelmatig geschonden. “Onderzoek van jaren geleden wees uit dat de kosten voor het wonen op een boot niet lager zijn en mogelijk zelfs hoger dan voor wonen op de wal. De gemeenteraad besloot dan ook dat de kosten voor de bootbewoners slechts met de inflatie mee zouden stijgen. Desondanks werd in 1996 toch opeens de roerende-ruimtenbelasting ingevoerd (een equivalent van de onroerende-zaakbelasting aan wal, JvV) en werden de erfpachtplannen bekendgemaakt. Een regelrecht horrorscenario is het plan om ligplaatsvergunningen niet langer overdraagbaar te maken. Dan wordt een schip onverkoopbaar.” Spijt heeft Cuno niet van de rigoureuze beslissing die zij namen. “Hier heb ik altijd van gedroomd. Pas als dit hele project uitloopt op mijn persoonlijk faillissement heb ik spijt.”
 
Plannen zijn vaak bedreigend
“Steeds als er een nieuw stadsbestuur komt, worden er nieuwe maatregelen bedacht voor bootbewoners. Die plannen zijn vaak bedreigend”, is de ervaring van Hans de Moor en Marie du Bois (allebei 53 jaar). Zij verhuisden in 1982 van een piepkleine etage in Oost naar het door hen zelf verbouwde, nog varende schip aan de Zuiderijdijk. Hun twee, inmiddels bijna volwassen dochters, groeiden op het water op.
Het schip ligt samen met ongeveer veertig andere woonschepen en -arken in het IJmeer. Het water is van Rijkswaterstaat, de dijk waaraan de schepen liggen van de provincie. Toch ontkomen ook de woonbootbewoners in deze periferie niet aan de plannen van het stads(deel)bestuur.
Interieurbouwer Hans voert liever geen actie. “Maar we hebben toch noodgedwongen nogal wat inspraak- en raadsvergaderingen bezocht. Het gaat immers om onze toekomst. Soms hebben de acties succes, maar meestal valt het resultaat tegen. Wat wel opvalt is dat de meeste bestuurders weinig kennis van zaken hebben.” Drie jaar geleden werd de bootbewoners aan de Zuiderijdijk nog een ambitieus plan voorgeschoteld. De ligplaatsen moesten worden heringericht om riolering aan te kunnen leggen, omdat het Amsterdam-Rijnkanaal verbreed moest worden en om het aangezicht vanaf de wal te verfraaien. Marie: “Tot twee keer toe werd een duur bureau ingehuurd dat ging passen en meten. We zouden binnen twee maanden uitsluitsel krijgen, maar we hebben nooit meer iets gehoord. Wij vinden het prima, maar je wordt wel even op stang gejaagd. Nu is het wachten op een volgend plan waar je wakker van kunt liggen.”
 
Slapeloze nachten over twintig centimeter
De luxe woonark die Maria (44) en Thijs (57) Van der Veer in 1998 lieten bouwen voor hun ligplaats in de Amstel, bleek bijna veertig centimeter hoger dan de drie meter die hier is toegestaan. Stadsdeel Zuideramstel weigerde het echtpaar de nieuwe ligplaatsvergunning die na vervanging moest worden aangevraagd. Met extra ballast zakte de woonark achttien centimeter. Nog steeds twintig centimeter te hoog, concludeerde het stadsdeel. Verder laten zakken kan niet en een stuk van de bovenkant afhalen is bouwtechnisch geen optie. Dus besloot het stadsdeelbestuur afgelopen januari dat de boot moest worden ontruimd en weggesleept. Maria: “We namen het in eerste instantie niet serieus.”
Na inspectie van ambtenaren van de dienst Binnenwaterbeheer bleek dat de boot door zijn diepgang niet gesleept kan worden. Het onheil is daardoor - en omdat er nog een nieuw stadsdeelbestuur moet worden gevormd - tijdelijk afgewend. “We wisten voorafgaand aan de bouw van die maximale hoogte, maar je kunt dat nooit op de centimeter nauwkeurig uitrekenen”, zegt Maria. Van handhaving van de nieuwe richtlijnen die in 1998 zijn opgesteld, was nooit eerder sprake geweest. “Wij moeten blijkbaar als voorbeeld dienen voor de rest van de boten hier die ook te hoog zijn.”
Thijs: “Al ons geld zit in deze boot, dus we worden hier behoorlijk nerveus van. En dat allemaal om twintig centimeter. Ik woon al sinds de jaren zestig op het water. Toen was je zo vrij als een vogel. De romantiek van wonen op het water is er nog steeds, maar door het willekeurige beleid voelen we ons nu eerder vogelvrij.”

Na een inventarisatie van de verschillen tussen wonen op het water en aan de wal kwam de Landelijke Woonboten Organisatie (LWO) uit op vijftig punten van ongelijkheid. Aangezien woonboten niet onder de Woningwet en de Bouwverordening vallen, kunnen bootbewoners geen aanspraak maken op bijvoorbeeld huursubsidie, monumentensubsidie en subsidie voor isolatie. Al sinds 1979 wordt in bestuurlijk Amsterdam gepleit voor gelijkwaardig beleid voor wonen op de wal en op het water. Tot op de dag van vandaag is die gelijkwaardigheid echter ver te zoeken, meent LWO-secretaris Eric Blaauw.
Aan boord van zijn klipper Vertrouwen in de De Vlugthaven (bij de Westerdoksdijk) illustreert Blaauw de incompetentie die hij ziet bij het gemeentebestuur. In 1995 verscheen de Waternota van toenmalig wethouder Frank de Grave (VVD). Daarin werd volgens Blaauw vooral gepleit voor sanering van het woonbotenbestand. Indertijd sprak De Grave op AT5 de historische woorden: “Als we de Zeedijk schoon krijgen, dan lukt dat ook met het water”. In reactie op die Waternota diende het CDA echter een motie in waarin juist structurele groei van het aantal ligplaatsen werd bepleit en het instellen van een wachtlijstregeling. Die motie werd door een grote politieke meerderheid aanvaard. Blaauw: “Wij waren zeer tevreden met die beslissing en werden zelfs gefeliciteerd door de politici. Van groei blijkt zeven jaar later absoluut geen sprake en ook die wachtlijst is er nooit gekomen.”
“Als er nu al zo lang over gelijkwaardige behandeling met walbewoners wordt gesproken, waarom wordt daar dan geen werk van gemaakt? Wij willen pas over erfpacht praten als die gelijkwaardigheid ook op andere fronten een feit is.” Blaauw noemt de erfpachtplannen en de voorgenomen verhoging van de precarioheffing (liggeld) tot markconform niveau pure chantage. In mei dient een rechtszaak die de LWO heeft aangespannen over die voorgenomen verhoging van het liggeld, die volgens Blaauw wettelijk onmogelijk is. Wanneer de LWO deze zaak wint, zou de gemeente een belangrijke pijler onder de erfpachtplannen kwijt zijn.
Blaauw is sinds de jaren tachtig bootbewoner en sindsdien actief in belangengroepen. Wanneer alle voorgenomen maatregelen worden doorgevoerd, zou tachtig procent van de bootbewoners in financiële problemen komen, denkt Blaauw. Ze zouden de lasten niet meer kunnen opbrengen en hun boot moeten verkopen of zich diep in de schulden moeten steken. “Een groot deel van hen moet dan een plek krijgen in de sociale woningbouw. Dat gaat de gemeente zeventigduizend euro aan subsidie kosten. Dat is vele malen meer dan wat erfpacht opbrengt. Wanneer je dat niet doorberekent, ben je in mijn ogen als overheid volstrekt onbetrouwbaar.”

Groot juridisch circus

Geen enkele beleidsmaker lijkt lang verantwoordelijkheid te willen dragen voor woonbotenbeleid in Amsterdam. In tien jaar tijd hadden zes wethouders deze taak in hun portefeuille, gaven evenzoveel directeuren van de dienst Binnenwaterbeheer er voortijdig de brui aan en vertrokken twaalf beleidsambtenaren naar elders.
Wethouder Volkshuisvesting en Grondzaken, Duco Stadig, windt er in zijn ‘bestuurlijk testament Woonbootbeleid’ geen doekjes om: “Het woonbootbeleid sleept zich al dertig jaar voort en vastgesteld beleid is in onvoldoende mate uitgevoerd”. Stadig heeft woonbootzaken nooit in zijn portefeuille gehad. Zijn plotselinge belangstelling ervoor werd gewekt toen hij vorig najaar namens het college de inspraakrondes organiseerde over de notitie ‘Erfpachtuitgifte van waterpercelen voor woonboten ’. “Die inspraakperiode heeft duidelijk gemaakt dat het woonbotenbeleid zeer ingewikkeld en problematisch is”, concludeerde de PvdA-er na afloop.
Die ervaring wordt gedeeld door Paul Schroth, hoofd van de afdeling Nautische Zaken van de dienst Binnenwaterbeheer (BBA). Deze dienst is verantwoordelijk voor handhaven en uitvoeren van beleid op het water. Het door de centrale stad gemaakte beleid probeert de dienst bovendien aan de deelraden te ‘verkopen’. De uitvoering van het beleid is gedecentraliseerd. Daardoor gelden in hetzelfde water soms totaal verschillende regels, omdat aan de ene oever stadsdeel A regeert en aan de overkant stadsdeel B.
Die versnippering van beleid maakt het niet altijd even eenvoudig, vindt Schroth. “Je moet ervoor waken dat de zaken te ondoorzichtig worden. Dat gaat ten koste van de handhaving. Als BBA proberen we dan ook de stadsdelen te bewegen het beleid zoveel mogelijk gelijk te schakelen. Aan de andere kant zie je dat bootbewoners graag uitzonderingen willen. En de actie- en procedurebereidheid is bijzonder groot. Inmiddels hebben we te maken met één groot juridisch circus.” Dat woonbootbewoners vogelvrij zouden zijn vindt Schroth “grote onzin”. “Alle voors en tegens van beleid worden goed afgewogen. En natuurlijk worden er soms fouten gemaakt. Maar het is ook een complexe materie.”
Sinds anderhalf jaar is er regelmatig overleg tussen BBA en belangengroepen van woonbootbewoners. Schroth zou het toejuichen wanneer het gemeentebestuur dergelijk overleg formaliseert. “Je kunt beleid maken wat je wilt, maar daar heb je ook draagvlak voor nodig. En niet alleen vanaf het water. Vaak regel je iets op het water, maar krijg je weer klachten vanaf de wal.” Voor de komende jaren worden weer nieuwe beleidsregels opgesteld, over nieuwe welstandseisen voor wonen op het water, over het vervangen en verbouwen van woonboten, en over vergelijkbare rechten en plichten voor bewoners op het water en op de wal. Ook Blaauw hamert op formalisering van het overleg met de dienst BBA en het gemeentebestuur. “Het is moeilijke materie voor niet ingewijden. Daarom is het onontbeerlijk dat de beleidsmakers zich goed laten informeren. Pas dan kan er fatsoenlijk en helder huisvestingsbeleid voor het water worden gemaakt.”

Janna van Veen

Ook in deze verdieping: Nieuwe kusten: Steigereiland

Relevante links woonboten:
http://woonboot.pagina.nl
www.erfpacht.amsterdam.nl

 
Deel
Gelijkwaardig beleid voor wal en water blijft voorlopig utopie
Chaos en verwarring kenmerken woonbootbeleid

Het woonbootbeleid van de gemeente Amsterdam wordt gekenmerkt door chaos en verwarring. Handhaving en uitvoering van beleid is versnipperd over vele partijen, waardoor woonbootbewoners op de ene oever soms anders worden behandeld dan op de overkant. Voor de vijfduizend bootbewoners zijn de recente plannen voor invoering van erfpacht op het water en verhoging van het liggeld ronduit bedreigend." data-share-imageurl="">

Trefwoorden: