Interview met Ab Vos, scheidend directeur van de SWD
Op een ijsschots in de Middellandse zee?

Per 1 september stopt Ab Vos als directeur van de Stedelijke Woningdienst. Zijn dienst wordt opgesplitst. Na lang onderhandelen is er een reorganisatieplan op tafel gekomen, waar hij mee kan leven. Maar het is hem niet in de koude kleren gaan zitten. Het reorganisatieproces tot 1 januari 2003 hoeft hij niet per se tot het eind mee te maken. Het tijdperk Ab Vos, volkshuisvester in hart en nieren, is dat van de terugtredende overheid. De stuurman werd regisseur.

Nee, een ambtenaar heeft hij zich nooit gevoeld in het diepst van zijn gedachten. Maar wie wel? Het verbaast Ab Vos zelf ook dat hij er bijna dertig jaar op heeft zitten bij de Amsterdamse volkshuisvesting. “Het was niet de bedoeling, maar kennelijk ook niet uitgesloten”, formuleert hij zoals altijd bedachtzaam en met lichte ironie. “Ik heb nooit een beeld gehad van wat ik zou moeten bereiken. Ik kom helemaal niet uit een ambtenarenfamilie en heb ook nauwelijks ambtenaren in mijn vriendenkring. Maar ik heb me altijd thuis gevoeld bij de overheid. Dat je het niet alleen voor de markt doet; dat het niet alleen om rendement gaat, dat spreekt me aan. Je werkt mee aan het functioneren van de stad en probeert er een steentje aan bij te dragen dat de mensen zich daar een beetje prettig voelen.”
Een echte volkshuisvester, bevestigen alle collega’s uit het circuit. “Hij is een heel stabiele factor geweest in de tijd dat de gemeente verantwoordelijk was voor de sociale woningproductie. Toen heeft hij optimaal gefunctioneerd”, blikt Han Michel, directeur van De Principaal terug. Vanaf ‘74 heeft Vos leidinggevende functies bij de Amsterdamse Volkshuisvesting gehad. Met veel genoegen denkt hij terug aan de Schaefer-jaren, een periode waarin bouwen en stadsvernieuwing nog een duidelijke gemeentezaak was.
Vos: “Het werd toen breed zo gevoeld dat de gemeente verantwoordelijk voor de stadvernieuwing was en moest zijn. De gemeente zat in het centrum van de macht. We ontvingen 500 à 600 miljoen gulden per jaar die we konden wegzetten. Als de gemeenteraad met onze plannen akkoord ging, kon er gebouwd worden. Zo doen we het niet meer, dat zal duidelijk zijn.”

Voor SWD-ers was een fusie
met Welzijn een gruwel

Het tijdperk Ab Vos is dat van de terugtredende gemeentelijke overheid. Onder staatssecretaris Heerma ging de volkshuisvesting op de schop. De rijkssubsidiestroom droogde op en de gemeente werd op afstand gezet. Die moest niet meer bouwen maar regie gaan voeren, randvoorwaarden scheppen. Terwijl de Bijlmer nog turn key door de gemeente werd opgeleverd aan de corporaties, moest de gemeente gaan polderen met stadsdelen en corporaties om de bouwproductie op gang te houden. “Op een ijsschots in de Middellandse Zee”, typeert Han Michel de situatie waarin de gemeentelijke volkshuisvesters in kwamen te verkeren. “Als je niet meer de productie financieel draagt, komt op een gegeven moment de vraag waar je je eigenlijk mee bemoeit.”
Die verschuiving van verantwoordelijkheden zal bouwer Vos niet leuk hebben gevonden? “Je kunt constateren dat ik toch niet bij een projectontwikkelaar ben gaan werken. Het is toch anders bij de gemeente. Je hebt een maatschappelijk geformuleerde taak, het gaat om de mensen, je bent veel meer op een kruispunt van wegen en van belangen dan bij particuliere organisaties. In de geschiedenis van Amsterdam zijn trouwens wel vaker de verantwoordelijkheden verschoven. Men vergeet wel eens dat na Wibaut het plan Berlage vooral door particulieren is gerealiseerd. Neem het Mercatorplein. Dat is gewoon door particulieren gebouwd.”

Polderen

Ab Vos (1939)
1957 Gymnasium
1966 TH Delft Bouwkunde
1967-1973 architect bij Nedam
vanaf 1973 bij de gemeente
1974 Hoofd Plankwaliteit
1987 Directeur Dienst Volkshuisvesting
1990 Directeur Bouw- en Woningdienst
1994 Directeur Stedelijke Woningdienst
Vanaf 1 september wordt Vos ‘projectdirecteur in algemene dienst’. Hij blijft verantwoordelijk voor de vernieuwing van de Bijlmermeer, blijft gedelegeerd opdrachtgever nieuwbouw Openbare Bibliotheek en coördinator vestiging Amsterdamse dependance van de Hermitage.

De stelselwijziging maakte van Vos een beroepsvergaderaar, voorzitter van vele stuur- en projectgroepen en samenwerkingsverbanden. Het polderen ging hem volgens AWV-directeur Gerard Anderiesen, die jarenlang met hem in het Amsterdams Volkshuisvestingsoverleg (AVO) zat, goed af. “Hij heeft toch een bijzondere kwaliteit om mensen bij elkaar te houden. Hij is een beminnelijk mens. In zijn rol als voorzitter heeft hij in die ingewikkelde periode ervoor gezorgd dat mensen on speaking terms bleven en ervoor gezorgd dat de discussies zakelijk bleven. Hij vertolkte het gemeenschappelijk belang.”
Vos is niet ontevreden over de resultaten van het nieuwe stelsel. “We hebben jarenlang toch een mooie woningproductie gehad van 3000 à 3500 woningen. Maar toen waren de omstandigheden ook gunstig. Er was een forse stijging van de verkoopprijzen en een matige stijging van de bouwkosten. Sindsdien is er veel veranderd. De gemeente is alerter geworden op de grondprijzen - roomt teveel af zeggen anderen. De bouwkosten zijn gestegen en de projecten zijn complexer geworden.
“Sociale huurwoningen bouwen is al sinds de komst van de woningwet 101 jaar geleden onrendabel. Nu moeten de corporaties dat dekken. De principiële vraag is wat ze zelf willen én wat je van ze mag vragen. De corporaties hebben zich akkoord verklaard om woningen te gaan verkopen om daarmee de onrendabele nieuwbouw te financieren. Maar emotioneel zijn er nog steeds corporaties die niet over die drempel heen kunnen stappen om dat mooie bezit dat ze in vijftig jaar hebben opgebouwd, van de hand te doen. En de gemeente maakt het ze ook niet makkelijk met haar vele regels. Het is allemaal veel te ingewikkeld.”

De Bijlmer

Vos is al vanaf 1973 bij de Bijlmer betrokken. Ook na zijn vertrek als directeur van de SWD blijft hij betrokken bij de vernieuwing. Vanwaar die fascinatie voor de Bijlmer?
“De Bijlmer werkt niet zoals we dat destijds allemaal prachtig hadden bedacht. Het is een groot probleem geworden. Ik vind het fantastisch dat we met elkaar - corporaties, stadsdelen en gemeente - in staat zijn geweest te zeggen: dit accepteren we niet. Daar gaan we wat aan doen. Daar wil ik graag nog een tijdje aan meewerken.
“Ik was er pas op huisbezoek bij mensen die nauwelijks buiten komen en geen bezoek durven uit te nodigen. Ze schamen zich voor de vuiligheid in het trappenhuis en in de liften. De Bijlmer was een utopisch plan dat uitging van het goede van de mens. Daarom waren er veel gemeenschappelijke en openbare voorzieningen en ruimtes. De tijd was er niet rijp voor of er niet meer geschikt voor.
Maar het was ook een kwestie van schaalgrootte. Als we de helft van het aantal hoogbouwflats hadden neergezet, was het misschien goed gegaan. Want je kunt niet zeggen dat er geen mensen zijn die er met plezier wonen. De woningen waren voor Amsterdamse begrippen fantastisch. Ja, het is nu wel lullig dat we zulke grote woningen slopen, terwijl we overal naar passende woningen voor grote allochtone gezinnen zoeken.”
Over het algemeen vindt Vos de stad er goed voor staan. Het woningbestand en de volkswijken van Den Haag en Rotterdam zien er gemiddeld slechter uit, valt Vos bij bezoeken op. “Maar ik kan niet zeggen dat het volkshuisvestingsbeleid daar minder is geweest. De armoede is daar gewoon groter. Amsterdam heeft een veel meer geschakeerde bevolking en daarom is er meer te verteren. Dat zo’n buurt als De Pijp zo gewild is geworden, daar kun je als gemeente ook niet zoveel aan doen. Een gepokt en gemazeld volkshuisvester zou de Pijp als eerste tegen de vlakte willen gooien. Niks deugt daar. Er zijn nauwelijks binnenterreinen, er is onvoldoende licht en lucht. De wc’s zijn te krap en het is gehorig. De woningwet is ruim honderd jaar geleden gemaakt om De Pijp te voorkomen. Nooit meer De Pijp, was toen de slogan. En nu wordt het al het Nederlandse Quartier Latin genoemd. Er wonen veel nationaliteiten, er zijn ook flinke spanningen, maar het heeft geen slechte naam. Niemand waarschuwt dat je daar niet moet lopen ‘s nachts.”

Reorganisatie

De SWD gaat verdwijnen. Vos is ongelukkig met de manier waarop het hele proces is verlopen. Hij heeft zich opvallend verzet tegen de reorganisatieplannen. In juni 2001 deed de SWD zelfs een persbericht uitgaan waarin de dienst in plaats van de gemeentesecretaris de regie van de reorganisatie opeiste. Vos noemde de voorgenomen reorganisatie toen een “‘gewaagd experiment”, waarvan het “volstrekt onzeker was of ze per saldo wel winst opleverde”. Waarom toch dat bijna emotionele verzet?
Vos: “Twee jaar geleden ben ik met Stadig akkoord gegaan de positie van de SWD tegen het licht te houden. Er was geen vooropgezet einddoel. Op een gegeven moment heeft in dit proces de idee postgevat dat het in de ruimtelijke sector beter zou gaan als de SWD zou verdwijnen. Dat heeft enorm veel emoties opgewekt, ook bij mij. Je kunt van alles over de SWD zeggen, maar het is een redelijk werkend apparaat.

“Een gepokt en gemazeld volkshuisvester zou de Pijp als eerste tegen de vlakte willen gooien.”

We hebben hier een behoorlijke cultuur en vertonen geen deviant gedrag. Toch werden we in de beklaagdenbank gezet. Dat heb ik emotioneel heel slecht kunnen verwerken. En ook dat ik niet heb kunnen voorkomen dat dat is gebeurd. Als je grotere clusters gaat maken binnen de centrale organisatie - maar dat is achteraf gepraat - dan is het natuurlijk heel helder dat de SWD verdwijnt, maar dat zou dan ook moeten gelden voor het Grondbedrijf, dRO en PMB. Dan trek je gelijk op.
We hebben in vergelijking met andere steden een enorm gelaagde structuur. Behalve een uitgewerkt stadsdeelconcept hebben we ook nog een uitgebreid centraal apparaat, niet alleen in aantal mensen maar ook in diensten. Wel vier diensten houden zich met ruimtelijke ontwikkeling bezig. We zijn daarom genoodzaakt de samenhang in hulpconstructies te zoeken, zoals bij het projectbureau IJburg en tal van stuurgroepen. Als je alle diensten die zich met de ruimtelijke sector bemoeien onder één noemer zou brengen, zou je veel dingen intern kunnen regelen. De vraag blijft dan natuurlijk of het zo zou werken.”

Maar de geest was uit de fles. Met de reorganisatievoorstellen die het licht zagen, was Vos het totaal oneens. Met name de idee om de woondiensten met de dienst Welzijn te laten fuseren was hem een gruwel.
Vos: “De SWD is hard en zacht. Dat je ‘hard’ - het bouwen - samenvoegt met het Grondbedrijf, daar was ik voor. Dan voeg je twee kwaliteiten, grond en vastgoed, samen. Ook het samengaan van de Milieudienst met Bouw- en Woningtoezicht is een stap naar één loket voor gemeentelijke dienstverlening. Maar daarnaast heb ik steeds ernstig gepleit voor een aparte dienst Wonen. Ik vind dat je bij de huidige structuur van gemeentelijke diensten ‘wonen’ niet ergens onder moet schuiven.” Met het bevochten eindresultaat is hij tevreden. “Ik ga er van uit dat de reorganisatie leidt tot een verbetering van de organisatie van de ruimtelijke sector. Anders zou ik toch wel heel somber zijn gestemd. En er komt een aparte dienst Wonen. Daar heeft Amsterdam recht op en zo wordt de volkshuisvesting niet weggedefinieerd.”

Fred van der Molen