Op stap met André Rodenburg, secretaris van de Bond van Volkstuinders
“Woningen zijn een mooi scherm tegen snelweglawaai”

‘Bouwen in de stad’, is het credo in het ontwerpstructuurplan Kiezen voor stedelijkheid. Maar niet in onze tuin, zeggen volkstuinders die hun groene paradijsjes dreigen kwijt te raken. De afdelingsbesturen van bedreigde volkstuinparken zijn verontwaardigd, maar de overkoepelende Bond van Volkstuinders (BVV) blijft bereid tot praten met de gemeente. Over misschien een hoekje eraf en inpassing van de parken in de bebouwing. De volkstuinbestuurders blijven graag polderen.

Kiezen voor stedelijkheid

Het ontwerpstructuurplan Kiezen voor Stedelijkheid, waarmee het college van B&W heeft ingestemd, geeft een visie op de ruimtelijke ontwikkeling van Amsterdam tot 2010. Nieuw zijn het regionale perspectief en de blik op de lange termijn tot 2030. Het plan voorziet in een toevoeging van 50 duizend woningen in de periode 2010-2030. Daartoe moeten op Amstelglorie (439 tuinen, 21 ha) twaalfhonderd en op Ons Buiten (448 tuinen, 21 ha) veertienhonderd woningen worden gebouwd. Waar mogelijk blijft een deel van de tuinen behouden. De ruimte moet worden vrijgemaakt met natuurlijk verloop (jaarlijks zegt 10 procent van de tuinders op) en het tijdelijk verhuren van de vrijgekomen percelen als dagtuin. Park Lissabon (108 tuinen, 6 ha) ten noorden van de A4 zou plaats moeten maken voor tweehonderd woningen en een voorziene halte van de naar Schiphol doorgetrokken Noord/Zuidlijn. Verder krijgen ook drie volkstuincomplexen van de bond bij de Arena (samen 28 ha) een volledige of gedeeltelijke herbestemming; details hiervan zijn niet bekend. Aan de rand van Osdorp en bij Driemond zouden nieuwe volkstuinen kunnen worden toegevoegd.

Volkstuinenpark Sloterdijkermeer ligt in de schaduw van de kantoortorens bij Sloterdijk. Het verkeer op de ringweg is goed te horen en af en toe wordt het gesprek onderbroken door een langskomende trein. Het is een extensief gebruikt stuk grond binnen de ring waar menig projectontwikkelaar van gaat likkebaarden. Al 22 jaar lang leggen André Rodenburg, secretaris van de Bond van Volkstuinders (BVV), en zijn vrouw Joke hun ziel en zaligheid in Sloterdijkermeer. Toen beiden nog werkten was het in de weekeinden flink aanpoten op hun tuin. Nu ze vervroegd zijn gestopt hebben ze er meer tijd voor, en André ook voor het bondswerk. Daarnaast is hij iedere zaterdagmorgen even voor tienen te vinden in het verenigingsgebouw. Dan moet het werk worden uitgezet voor het onderhoud van het gemeenschappelijk groen en de gezamenlijke voorzieningen. Als ‘meewerkend voorman’ begeleidt André het corvee dat de tuinders vijftien uur per jaar verspreid over vijf zaterdagen verrichten. Voor deze zaterdag staan onder meer het herstel van een stuk schelpenpad, het verspreiden van aarde van de composthoop, en het wieden van onkruid uit paden en gemeenschappelijke groen op het programma.

Zwarte aarde

Op Sloterdijkermeer proberen ze zo min mogelijk de tactiek van de zwarte aarde toe te passen, waarbij de gemeenschappelijke borders op enkele planten na zoveel mogelijk schoon worden geschoffeld, zo legt Rodenburg uit. “Die manier van tuinieren komt eigenlijk van het moestuinieren, waarbij alles om het gewas schoon moet blijven. In een siertuin is het vaak niet nodig, maar vooral veel oudere tuinders houden er aan vast.” De schoffelaars trekken het onkruid juist aan, omdat ze de grond niet tot rust laten komen, vertelt Rodenburg. ,,Als je zorgt dat overal wat groeit, komt er ook bijna geen onkruid in. Soms wint het onkruid het, dan moet je een handje helpen, zodat het na een paar jaar wel goed komt.”
De bond moedigt het ecologisch tuinieren aan, en Sloterdijkermeer vormt met enkele andere tuinparken een voorhoede op dit gebied. Zo zijn bij sloten in het park de oevers verlaagd, zodat dieren vanuit het water makkelijk het land kunnen vinden en omgekeerd. Een weelderige oeverbegroeiing zorgt ervoor dat de dieren zich er veilig voelen. Ecologisch tuinieren is voor de parken op termijn noodzaak, zegt Rodenburg. Niet alleen door de steeds luider wordende roep hierom van volkstuinders, maar ook omdat de overheid en de omgeving steeds meer eisen gaan stellen aan de kwaliteit van het groen. “We doen het om ons eigen bestaansrecht te vergroten.” Met het oog op het voortbestaan van de parken heeft de bond in 1998 een tienjarig beleidsplan opgesteld met de titel Samen sterk. Daarin wordt een lans gebroken voor een sterkere integratie van de parken in de omgeving, onder meer door ze beter toegankelijkheid te maken voor wandelaars, fietsers en buurtbewoners. De bond hoopt met het beleidsplan een integraal volkstuinenbeleid van de gemeente en opname van de volkstuinparken in het bestemmingsplan te bewerkstelligen.

Te ver doorgevoerd poldermodel

De komende jaren worden in de Randstad 112 hectare aan volkstuinen bedreigd

Via de media en een politieke lobby moet het ecologische en recreatieve belang van de parken voor de stad onder de aandacht worden gebracht, zo staat in Samen sterk. Tegelijkertijd stelt de bond zich op het standpunt dat het eigen belang het best gediend is met constructief overleg met de gemeente. Maar volgens de afdelingsbesturen van de bedreigde parken gaat de bond hierin te ver. “Het conflict moet niet worden geschuwd, vooral niet als je daardoor tot een betere situatie kunt komen”, zegt voorzitter Adriaen de Haer van Amstelglorie in mei op de jaarvergadering van de BVV. De Haer beschuldigt het bondsbestuur op de vergadering van “aanschurken tegen de gemeente in een te ver doorgevoerd poldermodel”. De bond beticht het afdelingsbestuur van Amstelglorie op zijn beurt van eigenmachtig optreden richting gemeente.
“Sommige afdelingsbesturen denken dat ze zoveel mogelijk moeten protesteren”, zegt Rodenburg als aan het eind van het corvee op Sloterdijkermeer de werkkaarten worden afgestempeld van het tiental tuinders dat deze zaterdag de klos was. “Wij proberen het op te lossen in overleg, desnoods over inpassing van de volkstuinparken in de nieuwbouw. Dat kan voor de overgebleven tuinders op Amstelglorie zelfs gunstig zijn, als de nieuwbouw als scherm dient tegen het lawaai van de A2. We moeten afwachten hoe het uitpakt. Amstelglorie is een groot park en als daar een hoekje af zou gaan is dat geen ramp.”
Bij een hoekje lijkt het echter niet te blijven op Amstelglorie, net als op het park Ons Buiten bij het Nieuwe Meer. Het ontwerpstructuurplan projecteert er twaalfhonderd woningen op 21 hectare. Bij een bebouwingsdichtheid van honderd woningen per hectare zou ruim de helft van het park worden opgeslokt. Dat is wrang, juist voor een park dat wordt gezien als de absolute koploper in Amsterdam en in heel Nederland op het gebied van publieke toegankelijkheid en ecologisch tuinieren.
De landelijke organisatie van hobbytuinders, het AVVN, heeft becijferd dat de komende tijd alleen al in de Randstad 112 hectare aan volkstuinen wordt bedreigd. SP, GroenLinks en PvdA hebben in april in de Tweede Kamercommissie voor VROM aangedrongen op bescherming van de volkstuinen. Het is niet bekend wanneer de nieuwe Kamer hun motie in stemming brengt.

Van noodleniging tot recreatie

Al in de negentiende eeuw worden bij wijze van liefdadigheid lapjes grond verhuurd aan ‘oppassende arbeiders, weduwen of kleine burgers’, die met het verbouwen van groenten hun nood kunnen lenigen. De eerste volkstuinverenigingen, nog steeds vooral gericht op de groenteteelt, ontstaan aan het begin van de vorige eeuw en in 1917 wordt de Bond van Volkstuinders opgericht. De bond heeft nu het beheer over 29 tuingroepen in Amsterdam, Ouderkerk a/d Amstel en Almere. Totaal zo’n 275 ha grond. De bond huurt de grond van de lokale overheid en verhuurt die via de tuingroepbesturen door aan circa zesduizend leden. De vereniging is overkoepelend rechtspersoon; de afdelingen (de afzonderlijke tuinparken) bezitten geen rechtsbevoegdheid.
Verreweg de meeste tuincomplexen zijn zogenoemde verblijfsrecreatieve parken. Daar mag van 1 april tot 1 oktober worden overnacht. Op de drie dagrecreatieve parken is overnachten verboden. Verder zijn er drie parken met alleen nutstuintjes waar geen tuinhuisjes zijn toegestaan en waar vooral groenten worden geteeld. De grootte van de tuinpercelen varieert van vijftig vierkante meter bij de kleinste nutstuintjes tot gemiddeld driehonderd vierkante meter bij de verblijfsrecreatieve parken.
De Amsterdamse volkstuincomplexen hebben sinds 1970 een permanente status. Dit betekent niet dat ze nooit verplaatst zullen worden, maar dat ze in geval van verplaatsing recht hebben op vervangende grond. Nieuwe en verplaatste parken komen doorgaans verder van het stadshart te liggen. Recentelijk werden nog Frankendael naar Driemond en De Bongerd naar buiten de ring in Noord verplaatst.