Groen is gras

Wethouder Duco Stadig wil de komende vier jaar minimaal zestienduizend woningen laten bouwen. Maar daarmee is Amsterdam niet van het woningprobleem af. In het structuurplan wordt rekening gehouden met vijftigduizend nieuwe woningen in de periode tussen 2010 en 2030. De bange vraag is vervolgens waar die moeten komen. Na IJburg is het gedaan met de grote bouwlocaties. Het wordt woekeren met ruimte. Er zal – in het jargon van de stedenbouwkundige – een volgende ‘verdichtingslag’ moeten gaan plaatsvinden. Veel groenstroken en plantsoenen in de naoorlogse wijken staan al op de hitlist, maar ook sportvelden, parken en volkstuinen zijn niet heilig. Steeds nadrukkelijker zal de vraag worden opgeworpen of die vierkante meters wel optimaal worden gebruikt.
Tegelijkertijd betwist niemand dat parken en groene zones onmisbaar zijn om een stad leefbaar te houden en dat het belangrijk is sportterreinen en volkstuinen bereikbaar te houden. Om al die tegenstrijdige wensen enigszins te verenigen zullen heel wat creatieve oplossingen moeten worden bedacht. Eén daarvan is de ontwikkeling van 'hightech natuur'. Als we met de woningen de lucht in en het water op gaan, waarom dan ook niet met de natuur?
Gemeentelijk groencoördinator Remco Daalder betoogt in dit nummer dat groenvoorziening een meer geïntegreerd onderdeel moet worden van stedelijke ontwikkeling. Maar zijn collega Ton Schaap weet dat groenvoorziening in de praktijk vaak een sluitpost is. Uiteindelijk komt het toch vaak neer op een grasveld en een paar speeltoestellen. Niet alleen veilig maar ook lekker goedkoop. Daarbij kiezen bewoners uiteindelijk vaker voor meer woongemak dan voor groen. Een quizvraag in 2020: het toppunt van luxe in Amsterdam? Antwoord: een eigen tuin.

Fred van der Molen
Hoofdredacteur