Maarten van Poelgeest reageert op de Structuurvisie Randstad 2040

Interview: wethouder Maarten van Poelgeest reageert op de Structuurvisie Randstad 2040

‘Noordelijke IJ-oever versneld verstedelijken’

In de Structuurvisie Randstad 2040 kiest het Rijk voor versterking van de Randstad. NUL20 spreekt met wethouder Maarten van Poelgeest over zijn toekomstvisie op Amsterdam. Over de metropoolgedachte, over verdere verdichting van de stad en nieuwe bouwlocaties, over het perspectief van IJburg 2 en natuurlijk: de kansen voor de Zuidas na de kredietcrisis. Volgens hem is niet alleen extra financiële steun, maar ook participatie van het Rijk nodig om de gewenste aantallen woningen te realiseren. Bijvoorbeeld op de Noordelijke IJ-oever, die volgens hem vervroegd de status van sleutelproject moet krijgen.

De randstad in 2040

In de ‘Structuurvisie Randstad 2040’ zet het kabinet zijn visie uiteen hoe de Randstad zich zou moeten ontwikkelen tot de gewenste ‘duurzame en concurrerende Europese topregio in 2040’. Een van de leidende principes: wat sterker is, sterker maken. De structuurvisie is te downloaden via
www.vrom.nl/randstad2040

Enkele maanden terug bracht het kabinet de Structuurvisie Randstad 2040 uit. Die bevat geen schokkende vergezichten. De geschetste ruimtelijke ontwikkeling staat in het teken van betere bereikbaarheid, voldoende woningbouw en het scheppen van een gunstig economisch klimaat. Opmerkelijk is dat zonder veel omwegen Amsterdam/Schiphol als dé economische motor van het hele gebied wordt neergezet. Goed nieuws dus voor de stad die dit zelf al veel langer vond?
Van Poelgeest: “Het Rijk erkent in het document twee belangrijke zaken. De stad staat weer centraal. Werd in het verleden nog vaak gedacht aan alleen mainports; nu kiest het kabinet Randstadbreed voor de steden. Zij zijn de dragers van innovatie. In steden krijgt economische groei gestalte. En de stad is de plek waar aantrekkelijke woonmilieus moeten worden ontwikkeld. Bovendien erkent het Rijk dat de Metropool Amsterdam de meest complete kern is. Juist als het gaat om de vraag of ons land nog kan meekomen in de internationale concurrentie, dan moet het antwoord uit Amsterdam komen.”
Dan hebben we het over een gebied groter dan de gemeente?
“Ik versta onder de Amsterdam Metropool grofweg twee dingen. Concurrentie wordt minder een strijd tussen landen. Dat wordt steeds meer een zaak van de stedelijke regio’s. Wij hebben dan onze naamsbekendheid mee. Daardoor kunnen we uitsteken boven steden als Kopenhagen of Frankfurt. Maar het gaat niet alleen om onze positionering tegenover andere steden. Een metropool biedt ook een venster op de wereld. Het gaat om gastvrijheid. Het gaat om tolerantie. Het woord metropool markeert verder de groei van de kenniseconomie. We moeten het steeds meer hebben van kennis en creativiteit. Dat stopt niet bij de gemeentegrens. De vervlechting met de omgeving en de afhankelijkheid van de buren is zo groot, dat we – anders dan dertig jaar geleden – de tijd van ‘zij tegen ons’ achter ons hebben gelaten. Een gebied veel groter dan de gemeente vormt de stad Amsterdam.”  
Het kabinet schetst in dezelfde regels de kwaliteiten van de andere gebieden.
“Dat is terecht.”

Economische motor

Wat betekent de kabinetsvisie voor de stad?
“Als Amsterdam de economische motor is, dan betekent dat ook dat we aan heel veel nieuwe inwoners huisvesting moeten bieden. Kernvraag is of we er in zullen slagen voldoende woningen te realiseren. Die opgave is buitengewoon complex. We moeten op hetzelfde moment goede oplossingen aandragen voor waterberging, het milieu en het behoud van het landschap. Juist vanwege de internationale concurrentie moeten we zuinig omspringen met de nu aanwezige groene ruimte. De Amstelscheg. Waterland. Dergelijke gebieden mogen we niet opgeven. Bovendien is de ruimte schaars. Economische ontwikkeling brengt allerlei beperkingen met zich mee. De aanwezigheid van Schiphol beperkt het aantal woningbouwlocaties. Als we al die zaken bij elkaar brengen, dan resteren er maar een beperkt aantal plekken waar we al die woningen kunnen bouwen. In de Haarlemmermeer en in Almere. En binnenstedelijk. Niet alleen in Amsterdam, maar ook in Zaanstad en in Haarlem. Allemaal ingewikkeld, maar aan een dergelijke concentratie valt niet te ontsnappen. Anders creëren we een nieuw mobiliteitsprobleem.”

“Bij grote projecten wordt participatie van het Rijk een absolute voorwaarde”

Eerder heeft u verklaard dat het Rijk dan wel met voldoende geld over de brug moet komen.
“Wij kennen onze binnenstedelijke opgave. We zien zelfs mogelijkheden om niet vijftigduizend, maar zeventigduizend woningen te bouwen. Dat vraagt vervolgens om een planvoorraad van zo’n honderdduizend woningen. Die plannen krijgen hun weerslag in het nieuwe structuurplan voor de periode tot 2030. Als we dat willen doen, dan worden we met enorme kosten geconfronteerd. Niet alleen in termen van grondkosten. We moeten allerlei andere opgaven goed oplossen. Als we het NDSM-terrein of de Buiksloterham verder willen ontwikkelen, dan komen we er niet met een simpel buslijntje, maar zullen we hoogwaardig openbaar vervoer moeten ontwikkelen. De puzzel grijpt in elkaar. Als we vervolgens het gebied niet willen verpesten, dan is participatie van het Rijk een absolute voorwaarde.”
Het Rijk denkt toch niet veel verder dan projectsubsidies?
“Nu nog is de cultuur: de gemeente haalt met een mooi plan subsidie op en wil daarna niks meer met het Rijk te maken hebben. Het denken toont echter een omslag. Er komt een nieuwe ronde sleutelprojecten en ik kan mij voorstellen dat het Rijk daarin als participant optreedt. Het GOB, het ontwikkelingsbedrijf van het Rijk, kan daarin een vooraanstaande rol spelen. Dat bedrijf moet dan wel meer body krijgen. Het aardige aan participatie is dat het Rijk dan meer gevoel krijgt voor gebiedsontwikkeling.”

Sleutelprojecten

Van Poelgeest ziet drie strategische projecten: “De schaalsprong van Almere aan de flanken van de stad met de bouw van 60.000 nieuwe woningen. Daarvoor heeft de gemeente inmiddels diverse scenario’s ontwikkeld, inclusief spectaculaire woonmilieus in het water. In 2009 hakt Almere de knoop door: Waterstad, Polderstad of een stad van water en groen. Belangrijk is de groei van de Haarlemmermeer. En wij zullen de ontwikkeling van de Noordelijke IJ-oever naar voren schuiven. Dan heb ik het over de hele strook; van het westelijk gelegen Hembrugterrein in de gemeente Zaanstad tot het Hamerstraatgebied en de Oranjewerf in het noordoosten. Een complex geheel, maar wel een gebied met geweldige kansen.”
Binnenstedelijke verdichting biedt de ultieme oplossing? Ook voor middengroepen?
“In de discussie over binnenstedelijke verdichting ontstaat makkelijk een zekere mystificatie. Critici van verdichting houden ons voor dat gezinnen met twee of drie kinderen en een auto voor de deur, niet in de stad willen wonen. De Amsterdamse werkelijkheid is een heel andere. Het Oostelijk Havengebied is een succes. IJburg is gewild bij gezinnen. Er zijn vandaag veel jonge gezinnen die graag in de stad wonen. En tot mijn stellige overtuiging is die groep groeiende. Zij hebben wel hun wensen. Zij hebben voor hun kinderen behoefte aan veilige buitenruimte, maar ze zeggen niet: geef ons maar een rijtjeshuis. Dat beeld klopt gewoonweg niet.”

“Onder invloed van de huidige crisis zie ik het niet gebeuren dat de banken zeggen: jottem, we starten de Zuidasonderneming.”

Betekent verdichting een keuze voor meer hoogbouw?
“Bouwen in hoge dichtheden wil niet zeggen dat we wolkenkrabbers bouwen. Neem het Java-eiland. Of de nieuwbouw op het Westerdokseiland. Gebieden met een hoge dichtheid, maar zonder echte hoogbouw. De kunst van binnenstedelijke verdichting heeft veel te maken met de bouw van voldoende buitenruimte in de woning. En de openbare ruimte moet goed zijn. Dat stelt hoge eisen aan het ontwerp. Een dergelijke opgave maakt stedelijke ontwikkeling juist interessanter. Overigens, ik ben niet tegen hoogbouw. Als de plek zich daarvoor leent. Neem Overhoeks . Een prachtige plek aan het water. Dan krijgen mensen wat terug.”

De stedelingen gaan volgens het kabinet recreëren in grote metropolitane parken.
“We doen het wat dat betreft al goed. Amsterdam kent bijzondere groene gebieden in de directe nabijheid van de stad. Die gebieden hebben we tot op heden niet laten verrommelen. Dat is elders wel anders. Neem de noordkant van Rotterdam. Dat is alleen niet genoeg. Als we op de lange termijn die kwaliteit zeker willen stellen, dan zullen we ervoor moeten zorgen dat mensen de Amstelscheg en Waterland beschouwen als van hen zelf. Anders worden die gebieden volgebouwd. Het Amsterdamse Bos is niet verstedelijkt, omdat we daar allemaal willen recreëren. Dus moeten we er niet alleen voor zorgen dat de stad zijn groene vingers houdt, maar er ook voor zorgen dat recreatie meer gestalte krijgt.”
Van Waterland wil je toch geen park maken?
“We gaan niet alles aanharken en met bosjes beplanten. We zouden gek zijn. Dat prachtige veenweidegebied blijft gewoon bestaan, maar wel met meer fietspaden. Wel met meer horecavoorzieningen. Dat is ook in het belang van de boeren. Met alleen agrarische activiteiten redden ze het in de toekomst niet.”
Plannenmakerij gaat gepaard met de behoefte aan kostendragers. Voordat we het weten verschijnen er projectontwikkelaars met jachthavens en Piet Boon villa’s.
“Juist daarom moeten we een gedegen plan maken. Anders doen zich her en der ontwikkelingen voor en worden we afhankelijk van ontwikkelaars en hun bouwplannen aan de randen. De groene ruimten zijn voor kwaliteit van leven cruciaal. Het kabinet erkent in haar visie juist dat we daarin moeten investeren. En Waterland blijft net zo mooi als het nu is.”
Het kabinet schetst echter het beeld van het Central Park.
“Neem de polder Ronde Hoep aan de zuidkant van de stad. Van daaruit zie je de Zuidas. Daar staat bij lange na nog niet het aantal gebouwen dat daar volgens onze plannen ooit moet verschijnen. Nu al heb je in die polder een Central Park-achtige ervaring. Je ziet de stad. Dat vind ik niet erg. Maar de polder moet de polder blijven. Juist dat contrast is zo goed. Ik wil geen weglopende stadsranden.”

Kredietcrisis

Onderdeel van de compacte stad is de bouw van negenduizend woningen aan de Zuidas. Gaat het daar nog van komen?
“Niet alleen voor de Zuidas, maar ook voor andere ruimtelijke projecten geldt dat nu niet valt te overzien wat de kredietcrisis allemaal veroorzaakt. De uitkomst is speculatief, maar iedereen zal daar last van ondervinden. Ontwikkelaars ondervinden grote problemen ergens geld te lenen. Gerealiseerde projecten vinden moeilijk hun weg naar beleggers. Dat is gaande. Daar hebben we ook aan de Zuidas last van, maar dat is even niet anders.”
Het is nu toch zeer onwaarschijnlijk dat banken meedoen aan de bouw van een kostbaar dok met grote risico’s en relatief weinig opbrengsten.
“Onder invloed van de huidige crisis zie ik het niet gebeuren dat de banken zeggen: jottem, we starten de Zuidasonderneming. Dat voelt iedereen wel aan. Toch ben ik niet pessimistisch. Toen we vijftien jaar geleden begonnen aan de planontwikkeling, toen was er een enorm gat tussen kosten en opbrengsten. Ook toen hebben we niet gezegd: laat maar zitten. We hebben gezocht naar creatieve oplossingen. Dat proces moet onverminderd worden voortgezet, want de opbrengst is van cruciaal belang voor de stad. Om ons doel van zeventigduizend woningen te realiseren, kunnen we de Zuidas niet missen. In termen van ruimtelijke kwaliteit en bereikbaarheid is de bouw van het dok eveneens van grote betekenis. Waarom zouden we de toekomst dan nu weggooien? Raadsbreed is er gekozen voor kwaliteit Die ambitie staat niet ter discussie. Of het kan is een tweede. Aan mij de opdracht om te bezien of het op een aanvaardbare manier kan. En de conclusie kan zijn: nu niet, maar over een half jaar wel. Uiteindelijk geldt: als het niet anders kan, dan is het niet anders. Dat zou wel een enorme nederlaag voor de stedenbouw betekenen.”

IJburg 2 en 3

Als de Zuidas niet lukt, dan omzien naar een nieuwe uitleglocatie?
“Daar zou ik echt tegen zijn. Ik zou niet weten waar we in Amsterdam nog een grote nieuwbouwwijk met minstens tienduizend woningen zouden moeten aanbouwen.”
Een groter IJburg richting Almere-Pampus?
“Ik ben pertinent tegen een IJburg 3e fase. Die ruimte hebben we ook niet. Dan kom je midden in de beschermde natuurzone terecht.”
Hoe staat het met de tweede fase van IJburg?
“Eerdaags wordt het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Het was een ingewikkelde exercitie, maar we denken op het gebied van mobiliteit, luchtkwaliteit en natuur aan alle eisen te kunnen voldoen. Al weet je dat nooit zeker. Daarbij draait het om de aanleg van het Centrumeiland in combinatie met het Strandeiland en Middeneiland. Mogelijk beginnen we vooruitlopend op alle procedures aan het maken van land, dat moeten we nog bezien. In dat geval kunnen we in 2012 beginnen met bouwen. We houden ons daarbij aan de eerder afgesproken aantallen. Hoe en wanneer we het Buiteneiland gaan maken, dat wordt later bekeken.”
Almere eist een metro dwars door het IJmeer.
“Almere denkt na over verschillende verstedelijkingsmodellen. Daar hoort een bepaalde ontsluiting bij. De komst van hoogwaardige openbaar vervoer is van cruciaal belang voor de schaalsprong. Daarbij gaat het vooral om tijd: hoe snel ben je van Almere in Amsterdam of op Schiphol.”
Het kabinet lijkt eerder te focussen op verbetering van de bestaande structuur.
“Dit kabinet doet nog geen concrete uitspraken, maar VROM verbindt zich wel degelijk aan het beeld van de stad als drager van de economische ontwikkeling. Dat geldt ook voor de andere departementen. De volgende stap gaat over de uitvoeringsagenda. Dan gaat het ook om concretisering van de toekomstige verbindingen.”

Bert Pots
Fred van der Molen

 

 

In de Structuurvisie Randstad 2040 kiest het Rijk voor versterking van de Randstad. NUL20 spreekt met wethouder Maarten van Poelgeest over zijn toekomstvisie op Amsterdam. Over de metropoolgedachte, over verdere verdichting van de stad en nieuwe bouwlocaties, over het perspectief van IJburg 2 en natuurlijk: de kansen voor de Zuidas na de kredietcrisis." data-share-imageurl="">