Grenzen aan de maakbaarheid

Ook IJburg worstelt met tweedeling in buurt en onderwijs
Grenzen aan de maakbaarheid

IJburg moest een ongedeelde wijk worden. In ieder portiek was plaats voor zowel arme als rijke mensen van verschillende nationaliteiten met of zonder handicap. Inmiddels leven er tienduizend mensen en blijkt de praktijk weerbarstiger. Projectbureau en stadsdeel staan machteloos tegenover het ontstaan van witte en zwarte scholen. Ook wonen grote gezinnen en hulpbehoevende mensen meestal in corporatieblokken bij elkaar.

Wonen op IJburg

Het is rustig op de IJburg­laan. Een moeder met kinderwagen wandelt ontspannen langs de winkels die zich in de plinten van de appartementengebouwen hebben gevestigd. Opgeschoten tieners fietsen met uitpuilende tassen richting middelbare school. Niets wijst erop dat de belangrijkste verkeersader op het Haveneiland een scheidslijn is tussen arme en rijke IJburgers. Toch beschouwen veel IJburgers de straat als een grens tussen het ‘goede’ en het ‘mindere deel’ van de nieuwbouwwijk. Aan de ene kant wonen veel  Marokkaanse gezinnen uit de Westelijke Tuinsteden en staat de eerste zwarte school van IJburg. Aan de andere kant liggen de straten met eengezinswoningen en dure koopappartementen. Dat was niet de bedoeling toen in de vorige eeuw de eerste plannen voor de nieuwbouwwijk werden getekend. IJburg zou een ongedeelde wijk zonder sociale of fysieke scheidslijnen worden. In ieder portiek was plaats voor zowel arme als rijke mensen van verschillende nationaliteiten met of zonder handicap.
 Directeur Igor Roovers van projectbureau IJburg kent de verhalen over de IJburglaan als scheidslijn tussen arme laagopgeleide gezinnen en beter verdienenden. Toch is in zijn ogen die grens niet zo scherp als hij door bewoners vaak wordt voorgesteld. “Aan de zuidkant staat ook een aantal AMH-woningen. Bovendien heeft Ymere op de Rieteilanden ook een paar sociale huurblokken staan.” Hij erkent wel dat aan de noordkant van het Haveneiland op sommige plaatsen een concentratie van goedkope huurwoningen is ontstaan. Het gaat volgens hem vaak om huizen die zijn gebouwd tussen 2001 en 2003. “Commerciële ontwikkelaars lieten het door de economische crisis afweten, terwijl corporaties door bleven bouwen. Er zijn destijds ook plannen voor sociale huurwoningen naar voren gehaald.”

Gemeente machteloos

Door het werken met bouwenveloppen heeft de gemeente weinig grip op het ontstaan van concentraties van sociale huurwoningen. “We hebben de consortia wel op het hart gedrukt om alle woningtypen zoveel mogelijk door elkaar heen te mengen. Maar ze zijn uiteindelijk vrij om hun stukje IJburg naar eigen inzicht in te delen”, legt Roovers uit. Eric van Kaam, regiodirecteur Oost van Ymere, bevestigt deze situatie. “Ieder consortium heeft voor zichzelf bepaald op welke plaats bepaalde woningen werden gebouwd. Dat werd verder niet met elkaar of het projectbureau afgestemd.”

Samenleven in een ongedeelde wijk blijkt in de praktijk moeilijker dan gedacht

Bijzonder aan IJburg is dat in de blokken corporatiewoningen relatief veel woningen voor bijzondere doelgroepen – zoals minder validen en grote gezinnen – worden gerealiseerd. Het stadsbestuur dringt al jaren aan op de bouw van woningen voor grote gezinnen. IJburg is één van de weinige plaatsen in de stad waar dit op grote schaal kan. Door de stedelijke vernieuwing in de Westelijke Tuinsteden zijn er veel Marokkaanse gezinnen in komen wonen. Dat heeft in een aantal blokken voor flinke leefbaarheidsproblemen gezorgd, waarover NUL20 in juli 2008 al uitvoerig berichtte. Corporaties en stadsdeel proberen inmiddels met huismeesters en bewonersgesprekken de overlast te verminderen. Maar op een recente debatavond in theater Vrijburcht over de kunst van het samenleven waren de klachten over overlast en vernielingen nog altijd niet van de lucht.

Eerste zwarte school

De komst van veel grote allochtone gezinnen heeft ook de scholen op IJburg verrast. Er moesten veel extra lokalen worden gevonden voor al die kinderen. Bovendien bleken veel leerlingen extra zorg nodig te hebben. Andere ouders begonnen zich daarop zorgen te maken over de kwaliteit van het onderwijs. Hoe meer zwakke allochtone kinderen er op een school bijkwamen, hoe meer ‘witte’ kinderen er naar andere locaties vertrokken. Zo kon het gebeuren dat binnen enkele jaren de openbare basisschool Olympus een bijna volledig zwarte school is geworden. IJburg bleek niet minder gevoelig voor segregatie te zijn dan andere wijken in de stad.
Jan Stuyver is algemeen directeur van de stichting Samen tussen Amstel en IJ die sinds een jaar het bestuur vormt van alle openbare scholen in de stadsdelen Zeeburg en Oost-Watergraafsmeer. Hij vindt dat de directeur van de Olympus veel te laat heeft ingegrepen. “Veel ouders zijn ook weggegaan, omdat de sfeer was verziekt door ruzies en vechtpartijtjes.” Inmiddels heeft zijn organisatie een andere schooldirecteur aangesteld en zijn er plannen om de situatie op de Olympus te verbeteren. “Maar zolang andere scholen kinderen mogen weigeren, blijft het lastig om er iets aan te doen.”
“Onzin”, antwoordt schooldirecteur Rob Geul van De Zuiderzee en Het Podium op de suggestie dat bijzondere scholen leerlingen met een ander kleurtje of moeilijke thuissituatie de deur zouden wijzen. “We kunnen als Algemeen Bijzondere Basisscholen simpelweg geen kinderen meer aannemen, omdat we vol zitten. Op het Podium hebben we voor kleuters zelfs een wachtlijst tot juni 2012.” Zwarte en witte scholen ontstaan volgens Geul doordat buurten niet gemengd zijn. Bovendien trekken scholen met een afwijkend onderwijsconcept van oudsher meer kinderen van hoogopgeleide ouders, omdat die kritischer naar het onderwijs kijken dan gezinnen met weinig intellectuele bagage. Op IJburg wordt dat proces nog eens versterkt door het profiel dat elke school heeft gekozen om zich te onderscheiden. “De Olympus heeft zich toegelegd op sport en spel, terwijl wij met het Podium extra aandacht geven aan kunst en cultuur. Dat brengt een gemengder schoolsysteem niet dichterbij.”

Hoop op gemengde voorscholen

Om de segregatie in het onderwijs op IJburg te bestrijden, zou stadsdeel Zeeburg het liefst overgaan tot centrale aanmelding van kinderen op de basisschool. Maar volgens Geul zijn alle schoolbesturen daar mordicus tegen. “Er komen ook zoveel kinderen op de scholen af dat je ze amper in één systeem kunt administreren.” Wethouder onderwijs Fatima Elatik van Zeeburg beseft goed dat er onder ouders en schoolbesturen veel weerstand tegen centrale aanmelding zal zijn. Ze wil het systeem daarom als proef eerst introduceren op de voorscholen, die vanaf dit jaar bij steeds meer  basisscholen op IJburg geopend zullen worden. Op die manier zouden kinderen misschien vaker op dezelfde locatie blijven, als ze moeten overstappen naar groep 1 van het basisonderwijs. “Ik wil proberen om ouders te prikkelen, maar heb niet de illusie dat de overheid in zijn eentje een einde kan maken aan de tweedeling in het onderwijs.”

Scheiding van wonen en zorg

IJburg zou niet alleen in sociaal-economisch en cultureel opzicht een ongedeelde wijk worden. Ook voor mensen met een handicap moet het een buurt zonder scheidslijnen zijn. Het loskoppelen van huisvesting en zorg is daarin een belangrijk principe. Ouderen en mensen met een fysieke, verstandelijke en/of psychische beperking moeten op IJburg zelf een woning zoeken. Voor dagelijkse hulp kunnen ze terugvallen op een groot aantal steunpunten en algemene voorzieningen die verspreid over de eilanden liggen. Om voldoende keuze te hebben, wordt zestig procent van de woningen aanpasbaar gebouwd. Vijf procent van het woonprogramma bestaat uit aangepaste  huizen voor onder meer mensen in een rolstoel.  
Inmiddels zijn de eerste mensen met een handicap op IJburg neergestreken. Zij kunnen terecht bij een groot zorgcentrum bij het winkelcentrum, waarin behalve huisartsdiensten alle denkbare vormen van hulp en therapie worden aangeboden. Ook zijn vier van de zeven geplande zorgsteunpunten voor de eerste fase van IJburg al geopend. Is IJburg al die wijk zonder scheidslijnen geworden die het stadsdeel, de corporaties en de zorgverleners wilden realiseren? Stef Spigt is niet ontevreden. Als marktmeester is hij aangesteld om alle partijen die bij de ontwikkeling van IJburg zijn betrokken, intensief samen te laten werken en knelpunten op te laten lossen. “Het blijft toch vrij uniek hoe de zorg hier op een integrale manier is vormgegeven. Er zijn korte lijnen tussen alle specialisten en de dienstverlening wordt steeds beter.”

Te hoge drempels

Toch is er ook een aantal zaken dat nog niet zo lekker loopt in de ogen van Spigt. Zo hebben volgens hem mensen in een rolstoel nog te vaak last van tegelpaden die ineens ophouden. En sommige winkels kom je alleen in via een trapje of hoge stoep. Het scheiden van wonen en zorg verloopt ook niet vlekkeloos. “Mensen kunnen nu zelf voor een woning kiezen, maar zijn door hun hoge huur en vaste kosten soms meer dan 150 euro duurder uit dan vroeger in een instelling. De drempel om zelfstandig te gaan wonen is daardoor wel erg hoog.”
Ada Bolder van het Amsterdams Steunpunt Wonen is nog kritischer over de manier waarop corporaties en zorginstellingen in de praktijk omgaan met het scheiden van wonen en zorg. “In de toewijzingsregeling voor de aangepaste woningen staat dat mensen met een zorgindicatie zelf via Woningnet een woning kunnen zoeken. Maar in de praktijk worden die gelabelde huizen voor een groot deel via de zorginstellingen toegewezen. Er zijn zelfs corporaties die het voor elkaar krijgen dat de huurcontracten op naam van de zorginstelling komen te staan.” Bolder vindt het ook jammer dat zoveel aangepaste woningen in enkele blokken bij elkaar zijn gezet. “Het was juist de bedoeling om die te spreiden, zodat mensen iets te kiezen hebben. Een gezonde buurman kan dan ook eens een vuilniszak buiten zetten voor iemand die dat niet meer lukt.”

"Alle schoolbesturen zijn mordicus tegen centrale aanmelding"

Omdat corporaties de afgelopen twee jaar ineens honderden aangepaste woningen hebben opgeleverd, is er ook leegstand in ontstaan. Het Parool sprak afgelopen najaar van enkele tientallen onverhuurde rolstoelwoningen en huizen voor senioren. Hartstikke jammer, vindt Bolder. Maar ze kan het wel begrijpen. “Uit eigen onderzoek blijkt dat mensen met een handicap erg aan hun vertrouwde buurt en sociale netwerk hechten. Het is voor hen een grote stap om naar een andere plek te verhuizen. Ook zijn op IJburg nog lang niet alle voorzieningen klaar.”

Leegstand kleiner geworden

Met de leegstand van aangepaste woningen valt het volgens de corporaties inmiddels wel mee. “Van de 39 rolstoelwoningen die wij inmiddels hebben opgeleverd, zoeken we nog voor slechts acht een bewoner”, verklaart Peter van Ling, directeur Wonen en Onderhoud van De Key. “Ik maak mij daar geen grote zorgen over.” Ook bij Ymere bestaat volgens accountmanager Zorg en Wonen Wim van Haendel alleen nog wat frictieleegstand bij net opgeleverde blokken. “Dankzij alle publiciteit zijn meer mensen op ons af gekomen. Bovendien werken we intensief samen met de Osira Groep die voor ons naar huurders zoekt. Dat werkt beter dan adverteren via Woningnet.”
Bij de Alliantie is de leegstand per 1 januari zelfs tot nul teruggedrongen. Een maand geleden had de corporatie nog 24 onverhuurde senioren- en mantelzorgwoningen, maar die zijn inmiddels allemaal verhuurd aan Cordaan. “Die huisvest er een aantal schizofrene mensen”, legt directeur vastgoed Larry Bath uit. Boekhoudkundig is dat een slimme zet, maar bij gewone huurders roept de oplossing ook veel frustratie op. In sommige blokken waar de verstandelijk gehandicapten zijn komen wonen, zorgden grote gezinnen eerder al voor forse leefbaarheidsproblemen. Wethouder Tjeerd Herrema is dan ook onaangenaam verrast over het initiatief. “Ik heb de corporaties gevraagd om de leegstaande woningen te verhuren aan andere mensen met een fysieke beperking. Dan moet je de problemen niet gaan opstapelen.”
Samenleven in een ongedeelde wijk blijkt kortom in de praktijk veel moeilijker dan gedacht.