Hoe regels weer regels werden

Aanpak woonfraude omarmd na koele ontvangst
Hoe regels weer regels werden

In Amsterdam is het afgelopen decennium de houding tegenover illegale onderhuur ingrijpend veranderd. Uitwassen, overlast en verdere verstopping van de reguliere woningmarkt deden de roep toenemen om regels strenger te handhaven – ook voor het studerende neefje. Het duurde even voor er een stevig instrumentarium voor de aanpak was. Maar nu hebben we ook wat.

NUL20 Jubileum 50

Bijlmerramp leidde tot Zoeklicht
Al begin jaren tachtig pleitte toenmalig gemeenteraadslid Louis Genet ervoor de regels rond huisvesting strenger te handhaven. Maar woonfraude kwam pas echt op de politieke agenda te staan na de Bijlmerramp van 1992. Bij de vliegramp bleek dat er veel meer mensen in de getroffen flat woonden dan er waren ingeschreven. Tal van woningen waren doorverhuurd. Het gevolg was onduidelijkheid over het uiteindelijke aantal slachtoffers. Een jaar later kwam het Cebeon in opdracht van de gemeente met een onderzoeksrapport waarin werd geschat dat acht procent van de voorraad goedkope woningen, 19.000 stuks, onrechtmatig werd bewoond. Na een experiment startte in 1995 het eerste officiële Zoeklichtproject in stadsdeel Westerpark. Al vanaf het begin wordt in samenwerking met de voorloper van de Dienst Werk en Inkomen ook gezocht naar uitkeringsfraude. Bestanden van wat toen het Bevolkingsregister en de Sociale Dienst heette, werden vergeleken met die van onder meer corporaties. Daarbij werd gelet op kenmerken die zouden kunnen duiden op fraude, bijvoorbeeld een stel dat getrouwd is maar niet bij elkaar woont.
Een paar jaar later wordt het door verder gaande automatisering mogelijk de gegevens van duizenden in plaats van honderden adressen met elkaar te vergelijken. Na 2000 wordt de organisatie rond Zoeklicht gestaag verder opgetuigd. Campagnes onder titels als ‘Eerlijk huurt het langst’ (2002) krijgen steeds meer een preventieve component. In hetzelfde jaar komt er een Meldpunt Zoeklicht, een ‘kliklijn’. Een jaar later wordt naast de buurtonderzoeken gestart met themaprojecten, waarbij bijvoorbeeld huizenkopers of scheidingen tegen het licht worden gehouden. In 2005 ziet Bureau Zoeklicht het leven en vanaf 2007 zijn de campagnes confronterender, met waarschuwingen voor de ingrijpende gevolgen voor onderhuurder en –verhuurder. Winstafromingen en bestuurlijke boetes zijn de laatste tijd ter afschrikking aan het beleid toegevoegd.
Het aantal jaarlijks door Zoeklicht en de corporaties en de gemeente teruggewonnen woningen liep de afgelopen drie jaar op naar ruim 1700.

Het is 1999. Twee controleurs van het project Zoeklicht zitten nietsvermoedend op een terras op de Overtoom een broodje te eten als ze op de korrel worden genomen door actievoerders van het Autonoom Centrum. Die zijn gewapend met een bakfiets, megafoon en een felle lamp, waarmee ze de ambtenaren in het gezicht schijnen. De controleurs vluchten het café in en moeten uiteindelijk door de politie worden ontzet, zo is te zien in een verslag van AT5. Omstanders juichen het protest toe: de gemeente heeft niets te maken met wat achter de voordeur gebeurt.
Op 1 april 2010 begon Bureau Zoeklicht zijn nieuwe jaarlijkse campagne. Deze keer met de leus: ‘Doorverhuren? Voor je het weet betaal jij de rekening’. Er is veel veranderd in het decennium dat voorafging aan de jongste campagne, met name in de publieke opinie over Zoeklicht. Regels moeten worden gehandhaafd, is nu de overheersende gedachte. Dat was in de jaren negentig wel anders; weinigen maakten zich druk over de onderhuur van het studerende neefje. De wooncarrière van waarnemend burgemeester Lodewijk Asscher is daar misschien illustratief voor. De man die nu hoofdverantwoordelijk is voor de regelhandhaving in de stad, woonde als jongeling in ieder geval van 1994 tot 1996 in onderhuur in een woning in Bos en Lommer, zo heeft hij tegenover NUL20 bekend.
De strijd tegen illegale doorverhuur in het project Zoeklicht (zie kader) werd midden jaren negentig tegen de maatschappelijke druk in gevoerd, zo zeggen betrokkenen. Protesten van linkse groeperingen vonden bijval. Die spraken van grove privacy-schendingen en noemden onderhuurders juist slachtoffers van het ‘systeem’. Ook stelden ze Zoeklicht ten onrechte voor als een ‘jacht op illegalen’.

Generaal pardon

Het was het tijdperk van een zich terugtrekkende overheid, met name op het gebied van het wonen. In 2000 en 2001 brachten de vuurwerkramp in Enschede en de cafébrand in Volendam falend handhavingsbeleid landelijk onder de aandacht. Toenemende druk op de woningmarkt en overlast, vaak drugsgerelateerd, gaven in Amsterdam een extra zetje richting strengere handhaving.
Achteraf kan het omstreden ‘generaal pardon’ van de toenmalige corporatie Het Oosten (nu Stadgenoot) in 2002 als een laatste stuiptrekking van ‘het door de vingers zien’ worden beschouwd. In een poging schoon schip te maken kregen onderhuurders het voordeel van de twijfel en stelde Het Oosten mogelijke legalisering in het vooruitzicht als ze zich zouden melden, en als ze voldeden aan de toewijzingsregels. De onorthodoxe maatregel oogstte sympathie, omdat er eindelijk een flinke stap leek te worden gezet. Maar er was ook felle kritiek: hoe kon je voordringers laten voorgaan? Uiteindelijk waren er maar weinig aanmeldingen.

Ervaring

Naast hun deelname aan Zoeklicht, zijn de corporaties zich ook zelfstandig de laatste vijf jaar meer gaan toeleggen op bestrijding van onderhuur. Een enkele woningbouwvereniging als AWV had daar in de jaren negentig wel al een klein team voor, maar de aanpak werd meestal gecombineerd met die van overlast. “Met overlast kun je makkelijker een dossier opbouwen dat stand houdt voor de rechter”, zegt Manon Tjoa van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties. “Met alleen onderhuur is dat arbeidsintensiever en kostbaarder. Daarom hebben de corporaties eerst bij Zoeklicht ervaring en kennis opgedaan”, aldus Tjoa, die namens het AFWC in de begeleidingsgroep van Zoeklicht zit. “Het is nu ook duidelijk dat het wat opbrengt voor corporaties”, voegt Willy-Anne van der Heijden, manager afdeling Vergunningen en Handhaving van de Dienst Wonen, Zorg en Samenleven, eraan toe. “Van een teruggekregen woning kan eventueel de huur worden geharmoniseerd of deze kan worden verkocht.” Tjoa benadrukt dat het belangrijkste motief voor de corporaties een eerlijker woonruimteverdeling is.
Naast een toenemend aantal woningen dat in het reguliere circuit wordt teruggebracht, heeft Zoeklicht in de loop der jaren tal ook bijgedragen van preventieve maatregelen waardoor minder huurders hun toevlucht zoeken tot illegale onderhuur. Zo is het legale huisbewaarderschap voor huurders die tijdelijk naar het buitenland zijn, opgerekt van één naar twee jaar, is er een proefsamenwoningsregeling van een half jaar en behouden kersverse samenwoners nog vijf jaar hun opgebouwde woonduur.

Hypotheekaktes

Het net wordt nog steeds verder aangetrokken. De onlangs ook voor corporatiewoningen ingevoerde bestuurlijke boete kan voor doorverhuurders oplopen tot 18.500 euro en verder kan de winst die de doorverhuurder heeft gemaakt worden afgeroomd. Daarnaast worden de opsporingswijzen en procedures constant verfijnd. Op internet wordt gezocht naar nieuwe manieren om aanbieders te snappen en Zoeklicht en de corporaties blijven kijken naar mogelijke nieuwe ingangen en samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld met het Kadaster. Betrekkelijk simpele pilot-onderzoeken naar hypotheekaktes ondertekend door bewoners van huurwoningen hadden veelbelovende resultaten. Ze leidden naar woningeigenaren in onder meer Almere en Haarlemmermeer die hun hypotheek bekostigden met doorverhuur van hun oude huis in Amsterdam.
Protesten zoals die van het Autonoom Centrum zijn er anno 2010 niet, of halen het nieuws niet. En het overgrote deel van de Amsterdammers (77 procent) steunt de strijd tegen illegale doorverhuur, zo blijkt uit onderzoek. Maar helpen de veranderde moraal en de repressie ook?
“Het is moeilijk te zeggen of onderhuur af- of toeneemt”, zegt projectleider André Heere, die vanaf het begin betrokken is bij Zoeklicht. “Met onze steeds fijnere mazen blijft het aantal verdachte adressen waar we op stuiten door de jaren heen rond de tien procent liggen. Je kunt je afvragen wat er gebeurt als je het niet doet. Misschien krijg je zoiets als in de jaren tachtig in de Staatsliedenbuurt, waar krakers hun eigen woningtoewijzingssysteem hadden. Die 1700 vrijgekomen woningen per jaar zijn met de huidige lage woningproductie van groot belang voor de doorstroming.”