Hoe is het toch met ...

Hoe is het toch met… 

NUL20 Jubileum 50In deze vijftigste NUL20 gaan we terug naar enkele Amsterdammers die vanwege de toenmalige actualiteit eerder in dit blad stonden. Hoe is het met hen? Hebben ze zich verzoend met hun gedwongen verhuizing? Zijn ze tevreden bewoners van hun nieuwe wijk? Hebben ze een goed plekje in Amsterdam gevonden? Bestaat hun volkstuin nog?

 

Mevrouw Peters:
SV-urgente mist oude buurt nog dagelijks

In maart 2004 reageerde mevrouw Ineke Peters, voorzitter van bewonersvereniging Delflandpleinbuurt, op een artikel in Nul20 over bewonersparticipatie. Hierin lieten VVD-raadslid John Göring en Far West-directeur Jacques Thielen zich volgens haar laatdunkend uit over bewoners. Zij streed tegen sloopplannen rond het Delflandplein. Inmiddels is het echtpaar Peters gedwongen verhuisd naar Osdorp. Hun woning in de Loosduinenstraat, waar zij 45 jaar woonden, is ondanks alle protesten gesloopt.

Mevrouw Peters, gepensioneerd maatschappelijk werkster, werd begin jaren negentig actief in de Delflandpleinbuurt. In haar nieuwe woning in de Bamberghof in Osdorp vertelt zij dat in die periode de buurt begon te verpauperen. “We hoorden de eerste geluiden over renovatie en sloop. Ik wilde daarom een bewonerscommissie oprichten en heb bij ongeveer 450 mensen in de buurt een briefje in de bus gedaan.”
Er kwamen ongeveer honderd buurtbewoners af op de oprichtingsvergadering in 1994. Vijf mensen traden toe tot het bestuur. “Het was in het begin – vooral financieel – wel behelpen. Maar uiteindelijk hebben we ondersteuning gekregen van het stadsdeel en hoefden we bijvoorbeeld de koffie en thee voor de vergaderingen niet langer zelf te betalen.”
Eigenaar van de woningen was Woningstichting De Key. Volgens mevrouw Peters heeft die ze met opzet laten verpauperen. “Op onderhoudsklachten werd niet of nauwelijks gereageerd. Na veel aandringen en omdat we zeventig procent van de buurtbewoners achter ons hadden, was De Key bereid een keer per maand de trappenhuizen schoon te laten maken. Een druppel op een gloeiende plaat.”
Het voornemen om 280 woningen te slopen werd volgens Peters plompverloren door een corporatiemedewerker meegedeeld tijdens de jaarvergadering van de bewonerscommissie. “Hierdoor ontstond grote onrust. Twee informatieavonden namen die niet weg, dus besloten we een referendum te houden. Van de 185 stemmers waren er 158 tegen sloop”. Tevergeefs. Alleen de woningen in de Heemstedestraat staan er nog. “Daar hebben we ons heel sterk voor gemaakt. We hebben zelfs een onafhankelijk woningonderzoek laten doen om aan te tonen dat die woningen nog in prima staat waren.”

Grote wanhoop

Dat de bewonerscommissie de sloop niet kon tegenhouden, spijt mevrouw Peters nog steeds. “We hebben de boel wel vertraagd en een goed sociaal plan met extra aandacht voor herhuisvesting afgedwongen. Want daar dachten de beleidsmakers niet aan. Het ging alleen maar om de stenen en niet om de mensen. Je kunt je die wanhoop van al die bewoners – velen hadden kleine kinderen – bijna niet voorstellen. We zijn met bussen vol naar het stadsdeel gegaan om in te spreken tijdens commissievergaderingen. Dat maakte wel indruk.”
De inmiddels 81-jarige Ineke Peters wordt nog boos als ze aan de valse beschuldigingen denkt die aan haar adres zijn geuit. “De bewoners kregen op een gegeven moment een formulier voor uithuisplaatsing thuisgestuurd dat ze moesten ondertekenen. Weer brak er grote paniek uit. Mensen dachten dat ze direct hun huis moesten verlaten en niet eens meer op vakantie konden naar hun familie in bijvoorbeeld Marokko en Turkije. Dit soort zaken werd zo tactloos aangepakt. Ik heb toen maar weer een brief namens de bewonerscommissie opgesteld om uit te leggen wat de betekenis van dat formulier was. Toen zeiden mensen van De Key en het stadsdeel dat ik de boel opstookte.”

Niet naar buiten

We zijn zes jaar verder. Mevrouw Peters en haar echtgenoot hebben een kleine woning gekocht in de Bamberghof in Osdorp. Een lieflijk buurtje met eengezinswoningen, maar in oppervlakte niet te vergelijken met de vorige flatwoning. Daar hadden ze veel meer woonruimte, en een box en een garage. Mevrouw Peters: “Mijn man was altijd aan het knutselen in die garage. Maar sinds de verhuizing is hij aan het sukkelen met zijn gezondheid. Een verhuizing is voor iedereen ingrijpend maar als je op leeftijd bent komt dat extra hard aan.”
En bevalt de nieuwe buurt? “Het is hier veel netter en rustiger dan de laatste jaren in onze oude buurt. Toch missen we die nog dagelijks. Ik ga ’s avonds de deur niet meer uit, want ik ken niemand hier in de buurt en dat voelt dan niet prettig. Het is overmacht zullen we maar denken.”

 

Volkstuinder André Rodenburg:
Zorgen om paarse streep door tuinpark

In een van de eerste nummers van NUL20 spraken we met André Rodenburg, bestuurder van de Amsterdamse Bond van Volkstuinders (BVV). Aanleiding was onder meer de toenmalige ontwerp-structuurvisie, waarin bebouwing van nog enkele volkstuinparken voorzien werd. Hoe ziet de toekomst er inmiddels uit voor de Amsterdamse volkstuinder?

Acht jaar en een ontwerp-structuurvisie later spreken we André Rodenburg weer, tussen de metershoge bamboehagen op zijn volkstuin in het park Sloterdijkermeer. Sommige zaken zijn onveranderd gebleven. Zo is er ook dit voorjaar een groei- en bloei-explosie op het tuinpark. “Ik ga vandaag aan de slag,” zegt Rodenburg, die net zijn intrek heeft genomen in zijn zomerresidentie voor een verblijf dat tot eind september zal duren. Onveranderd is ook dat dit groen niet veilig is voor de tekenaars van de Dienst Ruimtelijke Ordening.
Protesten van onder meer de BVV leidden er bij vorige structuurvisie toe dat het gevaar van woningbouw op de parken Ons Buiten en Amstelglorie werd afgewend. Voorlopig. Parken als Amstelglorie en Sloterdijkermeer hebben nu officieel de bestemming ‘groen’ en zijn opgenomen in wat wordt genoemd de Hoofdgroenstructuur. Maar dat heeft niet verhinderd dat er in de DRO-schets voor mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen tot 2040 een paarse streep staat dwars door de tuinparken Sloterdijkermeer en Nut en Genoegen. Een reservering voor een verbinding tussen de Contactweg in het Westelijk Havengebied en de Bos en Lommerweg in West. Rodenburg: “Tientallen tuinen zouden er door moeten verdwijnen, en het groen zou er behoorlijk door worden aangetast.”
Wethouder Maarten van Poelgeest kwam in april op Sloterdijkermeer uitleg geven over de visie. Hij bezwoer dat er nog geen plan is, en dat de mogelijke doorsnijding verbonden is aan de ontwikkeling van het Westelijk Havengebied, waar duizenden woningen en een eventueel Olympisch dorp zouden kunnen komen. Zonder die extra woningen ook geen weg. Van Poelgeest sprak het gerucht tegen dat de nieuwe weg ook bedoeld is om bijvoorbeeld de Haarlemmerweg te ontlasten. Hij erkende dat het om een zo groot mogelijke reservering gaat – compleet met trambaan en fietspaden. Maar de verbinding zou volgens hem net zo goed beperkt kunnen blijven tot een fietspad. En misschien rijden er dan wel enkel elektrische auto’s, voegde de wethouder er ter geruststelling aan toe.

Kwetsbare opstelling

De tweehonderd aanwezige tuinders hadden, op aandringen van de voorzitter van de bijeenkomst, na afloop nog wel een applausje over voor Van Poelgeest, vanwege diens ‘kwetsbare opstelling’. Maar gerustgesteld waren de tuinders allerminst. “Het was drie keer niks”, aldus Rodenburg. Ook een fietspad is voor hem niet aanvaardbaar: “Daar kunnen ook brommers overheen en zo’n pizzakoerier heeft ontzag voor niemand. We willen alleen doorgaande fietspaden die om de parken heengaan, zodat kinderen op onze eigen paden kunnen blijven spelen.”
De Bond van Volkstuinders heeft ook kritiek op andere ideeën met tuinparken in de ontwerp-structuurvisie. Zoals de mogelijkheid tot permanente bewoning. “Dat is heel lastig, omdat de huisjes die er nu staan absoluut niet aan de bouwnormen voldoen. Er zou nieuw gebouwd moeten worden, maar wie wil een huis van 28 vierkante meter waar een verplicht halletje bij de buitendeur af moet. Bovendien is hier geen elektriciteit en ligt de waterleiding zo ondiep dat die ’s winters tegen bevriezing moet worden afgesloten.”

Uitbreiden

Volgens Rodenburg bestaat juist in een verdichte stad behoefte aan volkstuinen en sportparken. “Je moet ze zeker niet verplaatsen. Als je meer mensen in de stad kwijt wil, moet je ze juist uitbreiden en het peil van dit soort voorzieningen verhogen. Zodat mensen uit de buurt er gebruik van kunnen maken en niet helemaal de stad uit hoeven.” Rodenburg vindt niet dat volkstuinen weinig intensief worden gebruikt. Hij heeft voor zichzelf wel eens een rekensommetje gemaakt met het aantal doorgebrachte mensuren per vierkante meter per jaar. “Dan scoort een volkstuinpark een stuk beter dan een sportpark. En het kost de gemeente minder.”
Verplaatsing betekent voor veel oudere tuinders afscheid van een levenswijze. “Het is moeilijk opnieuw te beginnen aan een tuin die pas na tien-vijftien jaar gestalte krijgt.” Zijn eigen tuin is vooral vormgegeven door zijn vorig jaar overleden vrouw Joke. Ook de keramieken beeldjes die er staan zijn van haar. Rodenburg moet er niet aan denken om dit achter te laten.

 

IJburgpionier Tibor Strausz (34):
“Nergens voelt Amsterdam zo open en ruim als hier” 

Het ligt niet in Tibors aard om met weemoed terug te kijken naar het verleden. Maar het is deze maand precies zeven jaar geleden dat hij en zijn vriendin Janneke Dijkstra vanuit Amsterdam-Oost verhuisden naar een gloednieuw koophuis op IJburg. De nieuwbouwwijk was op dat moment nog een grote zandvlakte. Alleen aan de IJburglaan en een paar straten op het Grote Rieteiland stonden al een paar huizenblokken. De kloeke architectuur die hen aan het KNSM-eiland deed denken, beviel hen wel. Bovendien kregen ze op IJburg voor dezelfde prijs veel meer vierkante meters dan in Oost.
Als ICT-specialist richtte Tibor, nog voordat het stel in hun eengezinswoning trok, een website op over de nieuwbouwwijk, die hem in één klap bekend maakte bij kopers en bouwers. IJburg was als bouwterrein namelijk nog hermetisch afgesloten. “Wij klommen ‘s avonds gewoon over het hek en legden alles met onze camera vast. Je wilt toch weten hoe ver ze zijn met je huis.” Uit de website groeide een bewonersvereniging, waarvan Tibor nog steeds voorzitter is. Al worden er niet meer zoveel activiteiten georganiseerd als in de beginjaren. “Het stadsdeel heeft ons nooit echt willen ondersteunen. Veel zaken zijn daardoor doodgebloed. Eigenlijk functioneert alleen het online forum nog goed.” 

In de afgelopen jaren raakten Tibor en Janneke langzamerhand gesetteld in hun nieuwe omgeving. In 2004 kregen ze een dochter en drie jaar later kwam er nog een zoon. Om meer ruimte voor de kinderen te krijgen, bouwden ze er op hun woning een verdieping bij. Met 150 vierkante meter is het huis nu zelfs aan de ruime kant, want Janneke en Tibor zijn niet zo lang geleden uit elkaar gegaan en wonen niet meer samen. Janneke woont nu enkele straten verderop, wat voor de onderlinge zorg voor hun kinderen wel zo gemakkelijk is.
Sowieso heeft Tibor door zijn kinderen IJburg van een andere kant leren kennen. De nieuwbouwwijk stond vanaf de eerste dag bekend om zijn lange wachtlijsten voor kinderopvang en naschoolse opvang. “Dat gaf iedere keer weer veel stress, omdat wij amper met onze werktijden konden schuiven.”
Op de schoolkeuze voor hun dochter hebben ze ook weinig invloed gehad. “Alle scholen zaten vol, behalve OBS De Zuiderzee. Die was net verhuisd en had daardoor plek voor nieuwe kinderen.” Bij zijn dochter zitten maar weinig Turkse en Marokkaanse kinderen in de klas. Hoewel op IJburg inmiddels net zoveel niet-westerse allochtonen wonen als in de rest van de stad. Tibor weet wel hoe dat komt. “Veel allochtonen wonen aan de noordkant van de wijk, waar de meeste goedkope sociale huurwoningen zijn gebouwd. En veel ouders sturen hun kind nu eenmaal naar de dichtstbijzijnde school.”

Stedelijkheid

Met de komst van grote en veelal allochtone gezinnen is IJburg stedelijker geworden dan sommige bewoners lief is. Tibor ziet de klachten over verloedering en Marokkaanse hangjongeren op het online-forum regelmatig langskomen. Hij is zelf juist blij met zijn Turkse bakker en groenteman. Twee weken geleden heeft zelfs een biologische supermarkt de deuren geopend en ook de HEMA is met een klein filiaal in de nieuwbouwwijk neergestreken. “Dat was voor veel mensen een teken dat het hier echt iets gaat worden.” Door de groei van het aantal bewoners is de tram ook vaker gaan rijden en is er zelfs een bus naar Amsterdam-Zuidoost gekomen. “Dat was wel handig bij mijn vorige baan. In twintig minuten stond ik er binnen.” Maar de toegenomen stedelijkheid heeft IJburg wel anoniemer gemaakt. “In de beginjaren kende ik nog veel andere mensen in de wijk. De laatste tijd richt ik mij meer op mijn buren en de straat. Maar dat ligt misschien ook aan mijzelf.” Verhuizen is voor Tibor in ieder geval niet aan de orde. “Ik ken geen andere wijk, waar je twaalf keer per uur met de tram naar de stad kan, terwijl je ‘s ochtends in je badjas naar buiten loopt voor een duik in het water achter je huis. Nergens voelt Amsterdam zo open en ruim als hier.” 

 

Kamers met Kansen-jongeren Rachid en Burgs:
Treinmachinist en vader

In het novembernummer van 2008 besteedde NUL20 aandacht aan Kamers met Kansen-projecten voor jongeren. We spraken toen met Rachid Boukhizzou en ‘Burgs’ Macnack, die een dak boven hun hoofd kregen dankzij het WerkHotel in Bos en Lommer. Hoe gaat het nu met ze? Het WerkHotel is inmiddels uitgebreid tot de beoogde veertig opvangplekken.

Rachid is inmiddels 25 jaar. Voor hij in 2008 een plek kreeg in het WerkHotel zwierf hij op straat. In diezelfde periode liep hij bij een verkeersongeval een gecompliceerde enkelbreuk op die nog steeds niet helemaal is genezen. De opleiding voor kraandrijver in de haven die hij wilde gaan volgen ging daarom niet door. Inmiddels heeft hij een baan bij de Hi-Speedtrein van de NS. Hij is aanspreekpunt voor passagiers op het perron, maar mag af en toe ook meerijden naar bijvoorbeeld Parijs of Brussel.
Rachid: “Het gaat nu veel beter met me dan anderhalf jaar geleden. Ik heb een huis en leuk werk. Ik volg interne cursussen bij de NS en wil graag een machinistenopleiding gaan volgen. Ik wil geen conducteur worden. Dan moet je boetes uitschrijven en zo. Machinist lijkt me een mooi beroep.”
Zijn contract bij het WerkHotel is onlangs met een half jaar verlengd want hij heeft naar eigen zeggen nog wel begeleiding nodig. “Er zijn veel dingen ten goede veranderd in mijn leven maar ik vind het prettig dat er mensen in de buurt zijn die mij kunnen helpen als het nodig is. Wat de toekomst verder brengt moet ik afwachten.”
‘Burgs’ Macnack is pas 27 jaar geworden. Nadat zijn beide ouders overleden stond hij er zo goed als alleen voor. Een woning had hij niet. Ook hij kon twee jaar geleden bij het WerkHotel terecht. In de tijd dat wij hem spraken gaf hij workshops muzikale vorming op scholen. Hij werkte als schilder bij een aannemersbedrijf. Daar was geen werk meer voor hem en hij is momenteel werkloos.
Burgs: “Ik vind het heel vervelend dat ik geen werk meer heb en ben druk bezig om een nieuwe baan te vinden. Ik heb LTS gehad en heb leren metselen en nu probeer ik in die richting iets te vinden. Ik heb al iets op het oog.”
Een grote verandering die hem op het persoonlijke vlak te wachten staat is het aanstaande vaderschap. “Mijn vriendin is zwanger en ik vind het wel erg spannend allemaal. Zij woont nog bij haar ouders. Voorlopig kunnen we nog niet samenwonen, omdat ik nog steeds wat zaken uit moet zoeken voor mezelf. En ik moet in elk geval werk hebben. Dat is jammer want ik ben eigenlijk wel een type van ‘huisje, boompje, beestje’. Maar dat komt nog wel,” zegt hij optimistisch.
Ook het contract van ‘Burgs’ bij het WerkHotel is onlangs met een half jaar verlengd. Waarschijnlijk krijgen hij en Rachid allebei een woning via Beschermd Wonen Amsterdam van HVO-Querido.

Sociale vaardigheid

Het idee achter het Werkhotel was om de jongeren die voor dit woon-werkproject werden aangemeld in de Hendrik de Keyserschool onder te brengen. Dat is niet doorgegaan, vertelt Marc Onnen, stafmedewerker bij HVO-Querido en projectleider van WerkHotel Bos en Lommer: “Dat gebouw ligt vlak langs de A10 en is vanwege milieutechnische redenen afgekeurd als woonruimte. Daardoor werd alles nogal vertraagd, maar we hebben inmiddels veertig jongeren kunnen plaatsen in woningen in de directe omgeving.”
De begeleiding vindt wel plaats vanuit de Hendrik de Keyserschool. Onnen: “Iedereen zit vlak bij elkaar in de buurt en het voordeel is wel dat de jongeren nu toch min of meer zelfstandige woonruimte hebben. In het schoolgebouw worden regelmatig bijeenkomsten en trainingen gehouden.”
Een ander gepland Kamers met Kansen-project in Osdorp is nog steeds niet van de grond gekomen. Onnen: “De bedoeling is om in samenwerking met het stadsdeel, woningcorporatie Eigen Haard en het ROC 32 wooneenheden met bedrijfsruimten voor leer-werkprojecten te bouwen. Eigen Haard wil nog steeds bouwen, maar er wordt geen geld vrijgemaakt voor de begeleiding. Daardoor is het in een impasse geraakt. Maar het project is wat ons betreft nog niet helemaal van de baan.”