Bewoners slooppanden zijn de klos

Talrijke slecht onderhouden woningen blijven langer staan vanwege de crisis
Bewoners slooppanden zijn de klos

Omdat de nieuwbouw in Amsterdam krakend tot stilstand komt, vrezen bewoners van slooppanden voor een onaangename toekomst. Het ziet er naar uit dat ze nog lang zullen moeten blijven wonen in hun panden, waaraan de afgelopen jaren nauwelijks onderhoud is gepleegd. Corporaties vinden dure investeringen, zoals aanleg van cv-ketels, in deze verouderde woningen onverantwoord. ‘Schoon, heel en veilig’ is hun uitgangspunt, maar de vraag is of dat voldoende zal zijn om huurders met onderhoudsklachten tevreden te stellen.

Overleven in de Dirk Sonoystraat
Het echtpaar Schneider woont in een sloopflat in de Dirk Sonoystraat (Nieuw-West). “Als er een eerste paal wordt geslagen zie je die managers van de corporaties vooraan staan”, zegt mevrouw. “Maar ik kan niet beweren dat wij tevreden zijn over de gang van zaken. Aan onze flat wordt niets meer gedaan, die staat al zeven jaar op de slooplijst. En de voorlichting kan een stuk beter. Het leefmilieu gaat ondertussen met tijdelijke huurders en krakers snel achteruit.” Op de galerij is een uitgebrande woning, die met planken is dichtgetimmerd.
De Schneiders is een gerenoveerde woning in de nabijgelegen Colijnstraat in het vooruitzicht gesteld. “Het duurt alleen steeds iets langer dan gepland, vanwege ‘doorschuifproblemen’.”
Hun huur gaat straks van 275 naar 490 euro, maar dat hebben ze er voor over om in de buurt te blijven. “Wij willen niet naar Zaandam, Hoofddorp of IJburg, daar hebben we geen aansluiting.”
Hun voormalige buurtgenoten, de familie Belal, kozen juist wel voor IJburg, uit nood. “Onze huur is verdubbeld, maar dat hebben we er voor over. Er is nooit iets aan onze onderhoudsklachten gedaan. De corporatie herhaalde alleen maar dat we vooral moesten luchten en witten”, zegt mevrouw Belal.
In 2005 hoorden ze voor het eerst van de vernieuwingsplannen. “Toen was sprake van sloop in 2010, later 2011. Maar het kan dus best 2020 worden voordat ze echt gaan slopen en bouwen. Daar wilden wij niet op wachten! Met een urgentieverklaring konden we uiteindelijk hier terecht. Het was trouwens wel een verrassing dat je zelfs met zo’n urgentie nog steeds honderden zoekers voor je hebt!”

De Ombilinstraat in de Indische Buurt ligt in een typisch vernieuwingsgebied. Aan de bladderende verf op de kozijnen is al duidelijk te zien dat op onderhoud in de afgelopen jaren is bezuinigd. Op nummer 14, 1-hoog, woont Ram Sukhdev met zijn vrouw en twee kinderen. Hun woning ruikt naar bleek. NUL20 wordt rondgeleid. Zoals in veel vooroorlogse woningen kraken de slechte houten vloeren en is goed te horen wat de buren doen. Het keukenblok is half in elkaar gestort. De geiser heeft geen afzuigkap. In de keukenmuur is een grote scheur zichtbaar. Centrale verwarming is er niet. In de woonkamer heeft corporatie Eigen Haard op Sukhdevs dringende verzoek een klein gevelkacheltje laten installeren. Daaraan heeft hij zelf 150 euro moeten bijdragen. “Voor een nieuw keukenblok is de eigen bijdrage 300 euro”, vertelt hij.
En dan het vochtprobleem. De douche in de gang, zonder raam, is de voornaamste boosdoener. De ventilatiekanalen in de woning functioneren niet naar behoren en dus is er vochtoverlast, veel vochtoverlast. Ieder jaar schildert Sukhdev een verse laag verf over de zwarte schimmel heen, overal in huis. Echt helpen doet het niet. “De corporatie raadt aan om veel te stoken, ook in de zomer, en te luchten tijdens het koken, ook in de winter”, zegt hij, met enig understatement. “We betalen iedere maand 195 euro aan energiekosten.” En veel geld hebben ze niet, want Sukhdev is gedeeltelijk arbeidsongeschikt en werkt maar vier uur per dag. Hij heeft een zaak tegen de corporatie aangespannen. Niet de eerste. Hij kreeg weliswaar al huurverlaging, maar de hele familie heeft gezondheidsklachten: astma. “De dokter zegt: de woning aanpakken of verhuizen…”

Verrot

Sukhdev staat niet alleen met zijn onderhoudsklachten. Zijn bovenbuurman Tjin Liep Shie, op driehoog, tilt demonstratief een systeemtegel uit het plafond van de slaapkamer. Het hout daarachter is onmiskenbaar verrot. Bij hem werden vochtproblemen in de keuken provisorisch door de corporatie verholpen… met verhullende gipsplaten. Veel hielp het niet. De schimmel slaat er alweer doorheen. Wel is zijn oude geiser vervangen door een moderne ketel. Dat was twee weken voor de kantonrechter langs zou komen voor een zitting ter plekke. Een beroep tegen een uitspraak van de huurcommissie. Zijn huurverlaging bleef overigens gehandhaafd.
Dit zijn bewoners die het er niet bij hebben laten zitten. Ze hebben de bewonerscommissie, het Wijksteunpunt Wonen, de huurcommissie en – uiteindelijk - de kantonrechter weten te vinden. Maar het gaat ze niet om de verkregen huurverlaging. Dat is niet het belangrijkste. Ze willen gewoon een goed onderhouden woning. En duidelijkheid over hun situatie. Want al twee jaar is in hun geval sprake van mogelijke sloop en nieuwbouw.
Eigen Haard wil in 2011 de bewoners van dit blok elders gaan huisvesten, “als alles voorspoedig verloopt”. Een kostbare parkeervoorziening zorgt nog voor vertraging. Het ontwerp moet worden aangepast.

Geen vervangende woningen

Directeur Peter Hildering van Eigen Haard zit met het probleem van onderhoudsklachten in slooppanden in zijn maag. “Dit is voor alle partijen heel vervelend”, begint hij. “Maar als je verwacht dat een pand nog maar vijf jaar staat ga je niet meer overal cv-installaties aanleggen. Veel onderhoudsproblemen zijn trouwens pas echt op te lossen als de woning leeg staat. Maar natuurlijk mag de woonkwaliteit nooit door de basis heen zakken.”
Ondertussen zet Eigen Haard wijk- en huismeesters in om bewoners van ooit te slopen panden te bewegen er samen het beste van te maken. Klachten worden serieus genomen, zegt hij. Zo zullen ook alle woningen in de Ombilinstraat door Technisch Beheer worden bezocht. En voor de schrijnende gevallen wordt zonodig een ad hoc-oplossing bedacht. “Maar daar moet je voorzichtig mee zijn, want dat spreekt zich snel rond.”
Kan een corporatie bij verloren zaken wegens onderhoudsachterstand niet een algemene huurverlaging in zo’n complex doorvoeren? “Het blijft maatwerk, dus: nee”, antwoordt Hildering. “Ik steek dat geld liever in extra schoonmaken of toezicht.”
Tim van Ruiten is Hoofd Beheer bij Far West en ook hij kent de problemen. Maar wat doet hij eraan? “We houden die panden schoon, heel en veilig, letten bijvoorbeeld extra op trappenhuizen en controleren de installaties. Ook bij tijdelijke verhuur. Als de technische conditie van een pand erg slecht is, slopen we toch maar vast, zelfs al weten we dat nieuwbouw er momenteel niet in zit. In die laatste fase is verloedering niet altijd te voorkomen. En…  je moet natuurlijk wel eerst de bewoners ergens anders kúnnen huisvesten.”
Van Ruiten geeft toe dat het woningaanbod daarvoor momenteel niet groot genoeg is. “Er is inderdaad een groep die geen uitzicht heeft op een vervangende woning. Gezien de onzekerheid over het tempo van de vernieuwing is dat heel lastig. Als je niet langer over vijf, maar over minstens tien jaar uitstel spreekt, dan moet je per complex misschien kijken of je de kwaliteit nog kunt verbeteren. We denken verder na over een manier om echt álle bewoners te bereiken met advies, bijvoorbeeld over ventilatie. Mogelijk gaan we buurtgenoten opleiden voor huisbezoeken.”
Strijdbare bewoners vinden ondertussen de Wijksteunpunten Wonen aan hun zijde. Jeroen Koster, coördinator in Oost, kent de problemen maar al te goed uit de praktijk: “Plannen maken en uitvoeren kost heel veel tijd. Maar het onderhoud aan afgeschreven panden is ondertussen jarenlang minimaal. Wij vinden dat je als eigenaar verantwoordelijk ben voor regulier onderhoud tot er echt wordt gesloopt of gerenoveerd. Maar wij zien steeds vaker dat er helemaal geen onderhoudsplan voor deze panden blijkt te bestaan! Bij zaken tegen verhuurders namen we het vroeger op tegen particuliere huurders, nu zijn het meestal de corporaties. Er zijn meer conflicten en ze worden groter.”