Toekomst woon-leer-werkprojecten onzeker

Gemeentelijke financiering woonbegeleiding staat ter discussie

Toekomst woon-leer-werkprojecten onzeker

De toekomst van de vijf woon-leer-werkprojecten (WLW) in de stad is onzeker. In deze projecten worden ruim honderd jongeren tussen de 18 en 26 jaar begeleid naar school en werk. De centrale stad financiert nu voor vier projecten de begeleiding, maar of dat op termijn ook zo blijft is onzeker geworden. Voor het RIVA-project in Nieuw-West lijkt het doek al gevallen nog voor het is gestart.

De afgelopen jaren is in Amsterdam een aantal begeleide woonvormen voor jongeren gestart, veelal onder de noemer Kamers-met-Kansen. Ze hebben tot doel ‘gemotiveerde jongeren’ met structuur en begeleiding naar een zelfstandige toekomst te helpen. De drie pijlers van deze aanpak zijn Wonen, Leren en Werken. Een van de projecten is WerkHotel in Amsterdam West, bij de start in 2007 speciaal gericht op het voorkomen van schooluitval. Er nemen zo’n veertig jongeren deel. Betrokken partijen zijn woningcorporatie Stadgenoot, Amarantis Onderwijsgroep, HVO-Querido en welzijnsorganisaties Impuls en Altra. De Dienst Werk en Inkomen en de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling betaalden mee aan het project. Het ministerie voor Jeugd en Gezin gaf bovendien subsidie in het kader van onderwijsvernieuwing.
Marc Onnen van HVO-Querido, de welzijnsorganisatie die de begeleiding doet bij drie van de vijf Amsterdamse WLW-projecten: “Er lopen veel verschillende WLW-projecten maar het uiteindelijke doel is hetzelfde: jongeren die buiten de boot dreigen te vallen woonruimte bieden en ze begeleiden naar het behalen van een diploma en het vinden van werk. Dat lukt in heel veel gevallen, zo blijkt uit onderzoek naar jongerencampussen. Het zou hartstikke jammer zijn wanneer die projecten worden opgeheven omdat er geen geld meer is voor de begeleiding.”
Onnen verwijst naar onderzoek van Intraval naar negen pilotprojecten voor jongerencampussen in opdracht van de toenmalige minister Rouvoet. Diens projectministerie voor Jeugd en Gezin is alweer opgeheven en het nieuwe kabinet heeft laten weten dat de kans erg klein is dat de pilotprojecten worden voortgezet. De huidige staatssecretaris zei in antwoord op Kamervragen in december dat “het van belang is dat in individuele situaties zo vroeg mogelijk en op basis van maatwerk de juiste interventie plaatsvindt maar dat dat maatwerk lokaal geformuleerd en geleverd moet worden”. Dat klinkt als: naar een rijksbijdrage kunt u fluiten.

“Afblazen doodzonde”

Maar behalve de rijksbijdrage staat ook de gemeentelijke bijdrage aan de WLW-projecten - en trouwens tal van andere ‘resocialisatietrajecten’ - ter discussie. Nadat de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties een noodkreet had uitgestuurd, liet wethouder Asscher de corporaties in november weten dat de gemeente de woonbegeleiding van het in ontwikkeling zijnde RIVA-project in Osdorp inderdaad niet gaat financieren. De ambitie uit 2007 om voor 305 jongeren een plaats in een WLW-project te creëren staat daarmee op losse schroeven.
De betrokken woningcorporatie is not amused. Patricia Bergwijn, projectleider Wonen Zorg Service van Eigen Haard: “In 2007 heeft de centrale stad aangegeven 305 van deze plekken te willen. Daar zijn de corporaties mee aan de slag gegaan. Wij werken al jaren aan dit project en hebben er veel geld en tijd in gestoken. Voor Eigen Haard in totaal een investering van 4,4 miljoen euro voor het hele nieuwbouwcomplex. Het is dan wel zuur als je op het laatste moment te horen krijgt dat er geen geld is voor de begeleiding van de jongeren die er een woonplek zouden krijgen. Zonder begeleiding is er geen woon-leer-werkproject. Bovendien zijn 21 woningen speciaal voor dit doel gebouwd en ze ombouwen tot reguliere huisvesting kost weer extra geld.”
Het nieuwbouwcomplex aan het Zuidwestkwadrant wordt in juli 2011 opgeleverd. In oktober 2010 ondertekenden Eigen Haard, Combiwel, ROC en stadsdeel Nieuw-West een samenwerkingsovereenkomst voor het realiseren van het Kamers met Kansenproject RIVA in Osdorp. Voor de bouw van 21 woningen voor jongeren met units begeleid wonen en bijna 750 vierkante meter ruimte voor een leerwerkbedrijf, werd in januari 2010 acht ton beschikbaar gesteld uit het erfpachtdeel van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Amsterdam. Daarnaast ontving Eigen Haard een stimuleringsbijdrage van de centrale stad van vijftigduizend euro voor dit project dat bestemd is voor 72 jongeren uit met name Nieuw-West.
Volgens de gemeente zijn er nooit concrete toezeggingen gedaan om de woonbegeleiding te financieren. Een dergelijke toezegging is inderdaad nergens op papier terug te vinden, maar Bergwijn stelt dat Eigen Haard daar op grond van de eerdere gemeentelijke investeringen in rede van uit mocht gaan. Ook stadsdeelwethouder Paulus de Wilt meent dat de centrale stad hier zijn verantwoordelijkheid moet nemen. De centrale stad heeft het RIVA-project immers sinds 2007, onder meer financieel, gestimuleerd. De Wilt: “Een project als dit is van groot belang, met name voor Nieuw-West. Wanneer je niks doet aan preventie kost dat de samenleving uiteindelijk veel meer geld. We hopen dat we alsnog een manier vinden om de begeleiding te financieren. Het zou doodzonde zijn als het hele project wordt afgeblazen.”

Onzekere toekomst

In dezelfde brief waarin Asscher liet weten dat de gemeente de woonbegeleiding van RIVA niet gaat betalen, meldde de wethouder dat de lopende WLW-projecten in 2011 uit tijdelijke middelen worden gefinancierd. Hij is bovendien bereid te onderzoeken of er structurele financiering gevonden kan worden.
Gemiddeld kost een plek in deze vorm van opvang tienduizend euro per jongere per jaar. Voor het project Daniël Stalpertstraat, waar in hartje Pijp 22 jongeren zijn gehuisvest, is de financiering van de begeleiding nog voor drie jaar gegarandeerd. De woningen die de Alliantie voor deze doelgroep beschikbaar heeft gesteld worden in 2013 gesloopt. In februari 2010 werd een convenant voor drie jaar ondertekend tussen onder meer de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling, het ROC, de Alliantie en HVO-Querido. Gedurende anderhalf jaar krijgen jongeren hier begeleiding bij opleiding en werk.
Minder zeker is de toekomst voor Florijn in Amsterdam-Zuidoost. Eline Brinkman van welzijnsorganisatie Combiwel is projectleider Uitvoering van Florijn. Hier is plaats voor 31 jongeren. Tot eind 2011 is de financiering voor de begeleiding nog verzekerd. Wat er daarna gebeurt is onduidelijk. Florijn ontving een startsubsidie van onder andere Stichting Steunfonds Amsterdam en een aantal andere fondsen. Brinkman: “Maar de kans dat we daar nog een keer subsidie van krijgen is heel erg klein. Door de bezuinigingen doet iedereen een beroep op de fondsen, maar die bezuinigen inmiddels zelf ook.”
Brinkman benadrukt nog eens het belang van de WLW-projecten voor de jongeren die zij overigens liever ‘kansrijk’ dan ‘kansarm’ noemt. “Er is terecht een aanval gestart op schooluitval. Vaak wordt die uitval veroorzaakt door de situatie thuis. Jongeren zwerven op straat omdat er geen plaats voor ze is in de overvolle woningen. Zij hebben heel veel baat bij een eigen plek en goede begeleiding. De positieve resultaten zien we in de praktijk. Er liggen nu al weer heel veel nieuwe aanvragen voor hulp. Het is uiterst onzeker of we die aanvragen nog kunnen honoreren.”
Spirit, een organisatie voor jeugd- en opvoedhulp, begeleidt de jongeren die deelnemen aan het project 3H (huisvesting, hulp en huiswerk). Voor dit project zijn inmiddels 32 woningen van Ymere beschikbaar, verspreid over de stad. 3H begon twee jaar geleden als pilotproject met tien jongeren vertelt regiomanager Esther Overweter van Spirit. “Van die tien jongeren zijn er twee uitgevallen. Maar er zijn er ook twee doorgestroomd naar het HBO. Dat was zonder 3H niet gelukt,” is de stellige overtuiging van Overweter. De overige jongeren volgen een opleiding via het Amsterdamse ROC, de onderwijsinstelling die dit project heeft geïnitieerd.
De begeleiding door Spirit wordt nog tot medio 2011 gefinancierd door de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling. Alternatieven voor de financiering na die periode zijn niet voorhanden.

Janna van Veen