Overslaan en naar de inhoud gaan

Bijna gesloopt: Amsterdam

“En ook die heerlijke zolder werd tot kantoor…,“ schreef Pieter Goemans begin jaren ‘50 in zijn lied Aan de Amsterdamse Grachten. Daarmee zat hij bovenop de actualiteit van de Amsterdamse binnenstad. De woonkwaliteit was er slecht, evenals de bereikbaarheid vanuit de nieuwe stadswijken. Het gemeentebestuur had daarom besloten dat de binnenstad het zakencentrum moest worden, goed bereikbaar voor auto’s en met een ondergeschikte woonfunctie. 
De oostelijke binnenstad (Weesperbuurt, Nieuwmarkt, Oostelijke Eilanden) draagt tot de dag van vandaag de sporen van de uitvoering van dat beleid. De omslag naar een ander paradigma, waarin de binnenstad juist als aantrekkelijk woongebied wordt gezien, ging allerminst vanzelf.

Betrokken burgers

Hoe komt het, is de vraag van Walther Schoonenberg, dat Amsterdam er in tegenstelling tot veel andere Europese steden in is geslaagd zijn historische binnenstad te behouden? Startpunt van zijn geschiedschrijving is de opening van het Centraal Station in 1889. De eerste drie hoofdstukken gaan over de cityvorming die daarop volgde, de integrale verkeersvisie uit 1935 en de vroeg-naoorlogse Wederopbouwplannen. Protest tegen cityvorming was er van het begin af aan, met name tegen het dempen van grachten. Het verzet werd steeds breder gedragen en spitste zich vanaf halverwege de jaren ’50 toe op de toekomst van de Nieuwmarktbuurt en de Jordaan. Aan beide buurten is een hoofdstuk gewijd, evenals aan het Huis De Pinto, waar zich een rooilijnengevecht zonder weerga afspeelde. Een brede waaier aan betrokken burgers bewerkstelligde uiteindelijk in 1975 een complete omslag in het gemeentelijk beleid.

Impact van de monumentenzorg

Eén hoofdstuk gaat over de bijdrage van de monumentenzorg aan de redding van de binnenstad, waar volgens de auteur te weinig aandacht voor is geweest. Hij laat zien welke organisaties actief waren en hoe de opvattingen over restaureren uiteen kunnen lopen: “Sommigen noemen de historische binnenstad een constructie van de twintigste eeuw.” Zestien voorbeelden van restauraties nodigen uit tot een thema-stadswandeling met het boek in de hand.

Het vereist een grondige kennis van het huidige en voormalige stratenpatroon van de binnenstad om de nauwkeurige beschrijvingen van plannen en panden op allerlei locaties te kunnen volgen. Een paar kaartjes met leesbare straatnamen hadden zeker geholpen; de intrigerende historische plantekeningen in de bijlage zijn daarvoor te groot van schaal. Die zijn overigens wel fraai in kleur afgedrukt, waar de afbeeldingen in de tekst in zwart-wit zijn.

Kleine Geschiedenis van het actievoeren

Berlage was in 1883 een van de eersten die een pleidooi schreef om de schoonheid en harmonie van de binnenstad te behouden. Bijna Gesloopt biedt als het ware een Kleine Geschiedenis van het actievoeren. Van raadsadressen opstellen en stichtingen oprichten voor alternatieve plannen, tot handtekeningenacties opzetten, de pers inschakelen en teach-ins en hearings organiseren. Geurt Brinkgreve komt door het hele boek heen naar voren als inspirator van vele onorthodoxe acties. 
Stadsbestuur en ambtenarenapparaat zijn de partijen die maar niet willen luisteren, al zijn onderdelen soms ook bondgenoten. Volgens Schoonenberg is “decennialang een vrij constant gemeentebeleid gevoerd”. Het wordt niet echt duidelijk hoe het komt dat er af en toe beweging zit in de standpunten van de gemeente; de cruciale beslissingen van wethouder Han Lammers lijken uit de lucht te komen vallen.

Met andere ogen kijken

Na lezing van dit boek kijk je met andere ogen naar de binnenstad. Met bijvoorbeeld meer waardering voor de buitensporig grote bebouwing aan de westzijde van de Vijzelstraat, nu eenmaal de prijs voor behoud van de Reguliersgracht. Met nieuwsgierigheid naar de locaties van het ‘kromme-doorbraakplan’, alternatief voor verbreding van de Leidsestraat. Met dank aan de betrokken burgers van de twintigste eeuw! 

Joop de Haan

Amsterdam Bijna Gesloopt
Het verhaal van de wederopbouw van de binnenstad
Walther Schoonenberg
256 blz. Uitgeverij Prometheus