Door de ogen van (jonge) vrouwen kijken naar het fysieke domein. Dat helpt om de sociale veiligheid én de ruimtelijke kwaliteit verbeteren. Cijfers over gender-verschillen in gevoel van veiligheid helpen tegen de blinde vlek bij gebiedsontwikkelaars. En ontwerpend onderzoek verbeeldt grote en kleine ingrepen in de openbare ruimte.
Stadsactiviste Jane Jacobs (1916-2006) zei het al: meer ogen op straat helpen om leefbare steden en buurten te realiseren. Toch zijn er nog altijd plekken in de stad waar mensen zich minder prettig voelen. Vooral vrouwen voelen zich soms onveilig en kiezen tijdens de stille uurtjes voor alternatieve routes. En dat zorgt weer voor nóg meer leegte op bepaalde plekken.
De hoogste veiligheidsdrempel
Samen met Ipsos I&O deed vastgoedadviseur Savills onderzoek onder ruim 1.300 Nederlanders naar wat zij belangrijk vinden aan een gebouw en de directe omgeving. Het onderzoek werd aangevuld met interviews op de Amsterdamse Zuidas. De gender-verschillen zijn duidelijk: 71% vrouwen en 60% mannen noemt veiligheid als belangrijk kenmerk. Als ze zich onveilig voelen, passen ze hun gedrag aan. Daarmee bepaalt sociale veiligheid dus hoe gebouwen functioneren en hoe intensief zij worden gebruikt. Andersom heeft het creëren van meer veiligheid een positieve invloed op de sociale waarde van vastgoed.
Tijdens een rondtafelgesprek op de afgelopen Provada hield Charlotte de Mos van Savills een vurig pleidooi voor het meten van niet alleen objectieve veiligheid (het aantal incidenten), maar vooral ook de subjectieve veiligheid. En daarbij niet uit te gaan van gemiddelden, maar een focus te leggen op vrouwen in het vergaren van data: ‘Vrouwen ervaren de hoogste veiligheidsdrempel en kiezen het vaakst voor gedragsaanpassingen. Een veilige plek voor vrouwen is dus een betere plek voor iedereen.’
"Een veilige plek voor vrouwen is een betere plek voor iedereen"
Door prioriteit te geven aan kwetsbare en onderbelichte groepen kun je de omgevingskwaliteit in de volle breedte verbeteren. Gebrek aan sociale activiteit, slechte verlichting en beperkte vlucht- en uitwijkmogelijkheden maken dat een plek onveilig voelt. Inclusief ontwerpen keert dat om, met bijvoorbeeld aandacht voor de plint van gebouwen, goede verlichting en hoogwaardig groen tot maximaal heuphoogte. Het klinkt zo logisch en toch gebeurt het nog lang niet altijd. Daarom startte de gemeente Amsterdam een onderzoek naar mogelijkheden om sociale veiligheid in het fysieke domein te versterken. In de bestaande stad en in ontwikkelgebieden.
‘We hebben een verdichtingsopgave en daarbij is het van belang in de nieuwbouw te zorgen dat de eerste twee bouwlagen een goede connectie hebben met de straat’, stelde stedenbouwkundige Anne Declerck bij een presentatie over dat onderzoek op een andere sessie van de Provada. Aan ontwerpers dus de oproep voor een zachte overgang van gebouw naar openbare ruimte, met bankjes en open entrees, en ook met erkers op de eerste verdieping om voor meer ogen op straat.
Schouwen door vrouwen
Onderdeel van het Amsterdamse onderzoek zijn verbeterpunten bij belangrijke (fiets)routes door de stad die ’s avonds en ’s nachts niet veilig voelen of zijn. Stedenbouwkundige Esther Reith vertelde dat ze drie routes hebben uitgetest door er samen met jonge vrouwen langs te fietsen. Enkele dagen later gevolgd door een ontwerpatelier om concrete aanbevelingen te doen voor verbeteringen. Zoals het verbreden van fiets- en voetpaden en het verwijderen van parkeerplekken onder viaducten bij metro-ingangen. Zodat de situatie overzichtelijker wordt. Interessant inzicht is ook de verlichting: een donkere plek proberen te verbeteren met felle lampen van bovenaf blijkt een averechts effect te hebben op het gevoel van veiligheid. Mensen voelen zich dan juist kwetsbaarder doordat ze vol in the spotlight staan. Iets zachtere verlichting vanaf de zijkant heeft een veel beter effect.
De Amsterdamse stedenbouwkundigen leggen extra nadruk op knelpunten tijdens de soms jarenlange tijdelijkheid voordat een ontwikkeling echt van start gaat. In die tussentijd zorgen hoge bouwhekken en gebrek aan toezicht voor extra onveiligheid. Door aanpassing van bouwvolgorde of door tijdelijke verplaatsing van entrees van nog functionerende gebouwen is hier al veel winst te behalen.
Kennis delen
De schetsen en aanbevelingen zijn opgenomen in een handreiking die is gedeeld via het OpenResearch-platform van de gemeente. Het is een verkenning, vermeldt het voorwoord, en heeft nog geen bestuurlijke status. Door de opgedane kennis te delen, hopen ze te inspireren tot sociale veiligheid als integraal onderdeel van het ontwerpproces. En een inclusieve stad waar iedereen zich veilig en welkom voelt.