Startblok: recept voor meer

Een jaar ervaring met gemengde huisvesting van statushouders
Startblok: recept voor meer

Het Startblok in Riekerhaven bestaat een jaar. Gemengde huisvesting van jonge statushouders en studenten/jongeren is de norm aan het worden in Amsterdam. De ervaringen met Startblok, NDSM-containers en kleinere projecten stemmen optimistisch.

Tuinfeest ter gelegenheid van 1 jaar Startblok

 

Startblok
  • Locatie: Riekerhaven, A'dam Nieuw-West
  • 546 Wooneenheden
  • 282 Statushouders
  • Leeftijd: tot 28 jaar
  • Eigenaar: De Key
  • Sociaal beheer: Socius

“Is this Europe’s most harmonious flatshare?” vraagt de BBC zich af in een uitgebreide radioreportage over het Startblok. Het programma WorldHacks vroeg in maart 2017 aandacht voor het bijzondere huisvestingsproject in Riekerhaven. Daar waren de zomer daarvoor 282 jonge statushouders om-en-om gehuisvest met 283 Nederlandse studenten en jongeren.
En dat gaat prima, bevestigen de bewoners Mooti, Abdallah en Bobbie in de reportage. De Nederlandse filmstudente Bobbie  - maker van The Boys Next Door - was één van de 1.100 Nederlandse belangstellenden die in het voorjaar van 2016 een motivatiebrief schreven om in aanmerking te komen voor het Startblok. Gezien de Amsterdamse woningnood en lage huurprijs (ruim €300) waren ongetwijfeld niet alle briefschrijvers even gemotiveerd als zij. Maar de 283 geselecteerden wisten in ieder geval wat er van ze werd verwacht. Voor het unieke en grootschalige huisvestings-experiment moesten alle bewoners een manifest ondertekenen onder het motto building a future together.
Vandaar ook de naam: het Startblok.
De gemengde huisvesting, in combinatie met een programma gericht op community-vorming, moest een snelle integratie van vluchtelingen in de Nederlandse samenleving bevorderen. “We moeten namelijk niet dezelfde fouten maken als in het verleden”, motiveerde stadsdeelbestuurder Achmed Baâdoud van Nieuw-West bij de start zijn warme steun aan het project. “Immigranten kwamen destijds in een gesegregeerde omgeving terecht, waardoor ze tien jaar later nog altijd geen Nederlands spraken. De opzet heeft natuurlijk risico’s, maar ik ben ervan overtuigd dat we iets planten.”
Voor hem was tevens belangrijk dat de gemengde huisvesting niet ten koste ging van de kansen van Nederlandse jongeren op een woning. Het Startblok-concept sloot bovendien naadloos aan bij die andere wens van politiek Den Haag om vooral ‘sobere huisvesting’ aan te bieden aan vergunninghouders. Zoals VVD-kamerlid Van der Linde het in 2016 in een Kamerdebat verwoordde: “Het mag sober en het mag niet ten koste gaan van de voorraad sociale huisvesting. Het is ook niet nodig om iedereen meteen een eigen woning te geven. Een student woont ook vier of vijf jaar in een studentenhuis.”

Vaste rondleidingen

De BBC-reportage was er een uit vele. Journalisten, woonprofessionals en delegaties uit binnen- en buitenland kwamen poolshoogte nemen bij het wonder van Riekerhaven. “Op een gegeven moment zijn we maar vaste maandelijkse rondleidingen gaan inplannen”, vertelt projectleider Rienk Postuma van De Key.
In Amsterdam is gemengde huisvesting inmiddels de norm geworden voor alle middelgrote en grote tijdelijke huisvestingsprojecten voor statushouders.
Onderling verschillen de projecten overigens aanzienlijk, in schaalgrootte, mate van begeleiding en in beginsituatie. Waar de bewoners bij nieuw gecreëerde locaties vanaf de start gemengd wonen, worden bij bestaande tijdelijke locaties - zoals de studentencontainers op het NDSM-terrein en aan de Wenckebachweg - vrijkomende woningen aan statushouders toegewezen, waardoor hun aantal geleidelijk groeit.
In Amsterdam staat nog een fors aantal nieuwe ‘Startblokken’ op stapel, met name in stadsdeel Oost (zie kader). De meeste zijn wat kleiner. De enige nieuwe locatie van Startblok-proporties komt - in fasen - in Elzenhagen in Amsterdam-Noord. Al die tijdelijke locaties worden ontwikkeld door de Amsterdamse woningcorporaties.

Harmonieus?

Verloopt het echt zo harmonieus als de BBC denkt? Krantenartikelen, rapporten en betrokkenen die NUL20 spreekt, bevestigen het beeld dat het dagelijks samenleven in de gemengde complexen over het algemeen zeer soepel verloopt. Ook stedelijk coördinator vluchtelingen Gerrit Jolink onderschrijft dat. Hij kent weinig incidenten op de projecten Startblok en NDSM. Er zijn meldingen van geluidsoverlast, er is wel eens ruzie, er heeft wel eens een diefstal plaatsgevonden en op beide complexen is een brandje geweest. In Riekerhaven zijn er wat akkefietjes geweest met drugsdealers elders uit de wijk. “Maar dat is op zo’n manier opgelost dat iedereen daar weer van heeft geleerd”, meldt Bart van den Bergh, de projectcoördinator van sociaal beheerder Socius.
Riekerhaven en de NDSM onderscheiden zich niet in negatieve zin van andere projecten waar veel jongeren bij elkaar wonen. Dat is wellicht nog opmerkelijker omdat veel statushouders mannen zijn en de meeste Nederlandse jongeren - met name in het Startblok - vrouwen. Er is één melding bekend van seksuele intimidatie, maar er is geen aangifte gedaan en de betrokkenen hebben zelfs nog contact met elkaar.

Een groot experiment

Het idee achter de gemengde huisvesting is dat jonge mensen een beetje op elkaar passen, een netwerk vormen en van elkaar leren. Veelvuldig contact met Nederlanders moet statushouders helpen om makkelijker te participeren en integreren in de Nederlandse samenleving. Gemengd wonen helpt daarbij, maar leidt niet automatisch tot regelmatig contact. Daar moet meer voor worden georganiseerd.
Bij Startblok wordt ingezet op community-vorming door zelfbeheer. Per woongroep zijn twee ‘gangmakers’ - steeds een Nederlander en een immigrant - daar mede verantwoordelijk voor. Zij krijgen daarvoor een vergoeding. Dat geldt ook voor andere bewoners met een beheertaak, zoals klussen, tuinonderhoud, huuradministratie en communicatie. “We hebben deze vormen van zelfbeheer ingezet als instrument om onderlinge contacten te stimuleren”, vertelt Postuma. Dat heeft volgens hem en anderen goed uitgepakt.
De Key heeft de organisatie van het zelfbeheer uitbesteed aan Socius, een organisatie uit Utrecht met ervaring op dat terrein. De rol van Socius wordt zeer gewaardeerd.
“Het is een groot experiment. Je moet dus permanent improviseren”, benadrukt Van den Bergh van Socius. In het begin was hij bijna permanent aanwezig. Langzamerhand heeft het  ‘beheerteam’ steeds meer taken van hem overgenomen. Het zelfbeheer levert zo’n tien bewoners een goed betaalde bijbaan op. In totaal zijn zo’n 75 bewoners zeer actief betrokken bij het beheer.
Maar is er ook een echte community ontstaan? “Tja, wat is een community?”, vraagt Postuma zich retorisch af. “Bij de ene woongroep heeft men meer contact dan bij de andere. Maar er zijn wel zo’n tweehonderd bewoners die veel dingen met elkaar doen. En er zijn veel meer gemeenschappelijke activiteiten dan bij reguliere studentenflats.”
“Een jaar is kort”, benadrukt Van den Bergh. “Eigenlijk moet je die vraag na vijf jaar stellen. Er is een heel geëngageerde groep, maar er zijn ook statushouders die moeite hebben om aan te sluiten. Als je hoogopgeleid bent en Engels spreekt, gaat het natuurlijk een stuk makkelijker.”

Woonbegeleiders

NDSM-containers

NDSM containerwoningen

 

  • Locatie: NDSM-terrein, A'dam-Noord
  • 380 Wooneenheden
  • 125 Statushouders
  • Leeftijd: tot 23 jaar
  • Eigenaar: Rochdale
  • Sociaal beheer: Academie van de Stad

Op het NDSM-terrein in Amsterdam Noord staan sinds jaar en dag felgekleurde wooncontainers voor studenten. Bij de bouw was het desolate plek, nu staan in de omgeving overal bouwkranen. De containers mogen er nog een paar jaar staan. Vanaf najaar 2016 worden de meeste vrijkomende containers toegewezen aan jonge statushouders (tot 23 jaar). Eigenaar Rochdale heeft niet gekozen voor zelfbeheer, maar wel de organisatie Academie van de Stad ingeschakeld voor het ‘sociaal beheer’: het ontvangen en wegwijs maken van de statushouders en het stimuleren van de onderlinge contacten. Inmiddels vervult Academie van de Stad een vergelijkbare rol in een oude portiekflat van Rochdale in de Nierkerkestraat en - sinds kort - de studentencontainers van De Key aan de Wenckebachweg.
Bij alle drie tijdelijke locaties worden leegkomende woningen verhuurd aan statushouders, waarbij aandacht wordt besteed aan een goede menging. In de Nierkerkestraat zijn dat ook stellen en gezinnen. In het NDSM-complex zijn inmiddels zo’n 125 van de 380 containers bewoond door statushouders. Daar wil Rochdale het ook bij houden, zegt Eline Peters, tot voor kort projectleider namens de Academie van de Stad.
De Academie heeft daar zes bewoners als ‘woonbegeleider’ aangesteld, met een vergelijkbare rol als de gangmakers bij Het Startblok. Inmiddels maken ook twee statushouders uit Eritrea en Syrië deel uit van het team van woonbegeleiders. Dat lost volgens Peters veel communicatieproblemen op, zeker voor veel Eritreeërs, die soms weinig Engels of Nederlands spreken. Veruit de meeste jonge statushouders zijn Syriërs, de rest zijn vooral Eritreeërs.
De woonbegeleiders maken nieuwe bewoners wegwijs en zijn het eerste aanspreekpunt voor praktische zaken. Ze geven direct bij de start al tips waar je goedkoop een inboedel bij elkaar kunt scharrelen. Want Rochdale en de gemeente zorgen alleen voor vloerbedekking, gordijnen en een lamp. De statushouders kunnen voor de aanschaf van meubilair, gasstel, koelkast en dergelijke een lening krijgen.
Ook bij het NDSM-project worden activiteiten georganiseerd om de onderlinge contacten te verstevigen en een community te bouwen. “Het is een open deur, maar sport blijkt een geweldige manier om mensen te verbinden”, zegt Peters. “Zeer populair is bijvoorbeeld het zaalvoetbalteam dat we zijn gestart. We hopen dat er in de buurt nog een echt sportveld komt.”

Het wonen

Statushouders werden uit asielzoekerscentra in heel Nederland geselecteerd. Voor velen bleek de kennismaking met hun nieuwe huisvesting wel even schrikken. Het woord ‘sober’ was met recht van toepassing toen in juli 2016 de de tweedehands wooneenheden in Riekerhaven werden opgeleverd. Bewoners moesten zelf hun kamer opknappen en inrichten. Ook de gemeenschappelijke ruimte voor elke woongroep werd in de gebruikte staat opgeleverd. De Key gaf elke woongroep een klein budget om die op te knappen en in te richten. Wederom vanuit de filosofie: zelfbeheer dwingt tot samenwerking, meer onderling contact en gedeelde verantwoordelijkheid. En niet onbelangrijk: de huren kunnen zo laag blijven.
De gestapelde containers op het NDSM-terrein werden in het begin zelfs regelmatig geweigerd. Wonen in containers op een industrieterrein is ook niet vanzelfsprekend, verklaart Peters. “Men had het gevoel te worden weggestopt. Toen we dat merkten, hebben we een duidelijke website ontwikkeld, zodat elke statushouder weet waar hij of zij terechtkomt. Het speelt nu niet meer. Ze horen via social media van landgenoten hoe leuk het hier wonen is.”
Belangrijk voor de statushouders is dat ze eindelijk een eigen woonruimte hebben. Daar snakken ze meestal naar na een lange periode zonder privacy tijdens de vlucht en in een AZC.
Het clubhuis is op het Startblok de belangrijkste ontmoetingsplek, meer dan de gemeenschappelijke ruimtes per woongroep. Ook op het NDSM-complex is er een algemene ontmoetingsplek: de dubbele ‘feestcontainer’, waar kookavonden en andere evenementen plaatsvinden.

Inburgering

Alle statushouders beginnen vrij snel aan hun inburgeringstraject en zijn daarmee drie of vier dagdelen per week bezig. Het Team Entree Amsterdam begeleidt ze daarbij. Flink wat van hen hebben ook snel een baantje, vaak in de horeca, weet Peters. Anderen starten met een studietraject. “Dat is wel een kleine minderheid”, zegt Van den Bergh. “Dat zijn vaak ook degenen die vanaf de start actief werden in het zelfbeheer. Een aantal zijn we alweer kwijt. Die hebben al een baan of een traineetraject.”

Geen Poolse landdag

Er staan nog flink wat ‘Startbloks’ op stapel in Amsterdam. Daar is vooralsnog ook nog behoefte aan. Amsterdam is weliswaar bezig met een inhaalactie, maar heeft in vorige jaren een flinke achterstand op de landelijke ‘taakstelling’ opgelopen.En aan jonge Nederlanders die op deze wijze willen wonen, is evenmin gebrek. Het verloop bij Startblok is zeer klein en elke plek wordt direct ingevuld.
Postuma en Jolink benadrukken het belang van een goede projectorganisatie.
De Key, de gemeentelijke afdeling Wonen en later Socius hebben het concept van Startblok vanaf de tekentafel ontwikkeld. Daarnaast waren er nog vele andere gemeentelijke afdelingen betrokken, gericht op locatiekeuze, aanleggen infrastructuur, huisvesting, inburgering en werktoeleiding.
Postuma: “Het belang van een goede samenwerking is cruciaal voor het welslagen. De teamspirit was enorm. Ik heb niet eerder meegemaakt dat de samenwerking zo goed en enthousiasmerend verliep.”
Hij heeft er vertrouwen in dat dat ook bij volgende projecten zo blijft gaan. Hij waarschuwt er wel voor dat het overleg geen Poolse landdag moet worden: “Het is cruciaal geweest dat er namens de gemeente één projectcoördinator is aangesteld. Dat hebben we bij ons volgende project Elzenhagen ook als eis gesteld.”
In de wijk Elzenhagen gaat De Key samen met Eigen Haard een nieuw Startblok bouwen met 540 tijdelijke prefabwoningen. De Key wil daar het zelfbeheer in eigen hand houden. Postuma: “Dat gaan we na twee jaar ook in het Startblok doen. We hebben er inmiddels genoeg ervaring mee opgedaan.”  

Goede formule

Amsterdam lijkt al met al een goed ‘format’ in handen te hebben. Postuma benadrukt wel dat elke locatie een eigen aanpak en ‘verhaal’ vraagt. “Deze locaties lagen vrij geïsoleerd, maar bij andere projecten zal je nadrukkelijker de omwonenden erbij moeten betrekken. Maar de basiselementen hebben zich wel bewezen: goede selectie van bewoners vooraf, introductiebijeenkomsten, inzetten op community-vorming via onder andere zelfbeheer en leven in woongroepen.”  
Een jaar later is het voor alle verantwoordelijken omzien in tevredenheid. Het is niet uit de hand gelopen; er is iets bijzonders tot stand gebracht. Natuurlijk pakte niet alles goed uit. Zo draaide collectieve sleuteluitgifte van alle 565 units op één dag wel uit op een happening, maar een die betrokkenen het liefst snel vergeten. “Daar hadden we langer de tijd voor moeten nemen”, bevestigt Postuma met gevoel voor understatement.
Het zogeheten Maatjesproject in Startblok Riekerhaven is in het geheel niet van de grond gekomen. En de publieke infrastructuur - straten, afvalcontainers en straatverlichting - was niet op tijd klaar. Uiteindelijk werd de laatste straat pas in mei 2017 opgeleverd.

Depressies

Wat bovendien na een jaar nog een open vraag blijft, is of deze woonvorm ook voor Eritreeërs het verschil gaat maken. Uit diverse onderzoeken blijkt dat deze groep - vaak laagopgeleid en het Engels niet machtig - moeilijk haar weg vindt in de Nederlandse samenleving. Of zij geschikt zijn voor het Startblok vindt Van den Bergh geen goede vraag: “We hebben A gezegd, dus moeten we ook B zeggen. Ze zitten meer in een isolement, dus moet je op zoek naar ondersteuners uit hun eigen cultuur. Die hebben we nu. Er is ook een vertaalteam. Ik zie ze meer uit hun schulp kruipen. Sommige dingen gaan gewoon niet sneller.”
Een vestiging van begeleidende instanties op de locatie zelf is heel belangrijk, zeggen betrokkenen. Dan gaat het om de beheerders maar ook om medewerkers van VluchtelingenWerk Nederland. Die helpen statushouders wegwijs te maken in de Nederlandse samenleving en bieden ondersteuning.
Jolink: “Maar mensen moeten daar wel om vragen. Met name medewerkers van het Team Entree Amsterdam benadrukken dat nogal wat mensen lijden aan eenzaamheid en depressies. De keten moet wellicht nog strakker worden georganiseerd.”

 

De documentaire The boys next door is hier terug te zien op de site van de NPO

 

(correctie in tabel op 4-10-2017)