Overslaan en naar de inhoud gaan

Amsterdam: van achenebbisj naar succesverhaal

Hoe leg je aan Amsterdamse millennials uit hoe hun stad er bij lag rond 1980? Daar is geen beginnen aan, ook als ze er geboren en getogen zijn. Het verschil met de stad waar ze zich heden ten dage als een vis in het water voelen, is te groot. Maar nu is er De Stad, het boek waarin journalist en schrijver Marcel van Engelen laat zien hoe het indertijd zo verloederde Amsterdam sindsdien een “gewilde metropool” is geworden. Met als leidraad de vraag: “Welke krachten, ideeën en mensen maakten de stad tot wat zij nu is.”

Buurten in verandering

Van Engelen beschrijft de jongste geschiedenis van Amsterdam aan de hand van veranderingen in buurten. Zo zien we de stad aftakelen op Kattenburg, in verzet komen in de Dapperbuurt en Staatsliedenbuurt, opkrabbelen in De Pijp en aan het IJ, zich herpakken in De Baarsjes, de Bijlmer en Westelijke Tuinsteden, en onstuimig groeien op de Zuidas en in Noord.

Elk hoofdstuk begint met de zeer persoonlijk getinte introductie van iemand die in die buurt een belangrijke rol speelde. Dan waaiert het verhaal uit met buurt- en stedelijke ontwikkelingen, relevante publicaties en citaten van geïnterviewden, in een compacte schrijfstijl zonder jargon, enigszins schatplichtig aan Geert Mak. Aan het slot van het hoofdstuk komt de persoon terug waarmee het begon. Elk hoofdstuk zou je op zichzelf kunnen lezen. Jammer dat alle foto’s in zwart wit zijn, dat zet het zo levendig opgeroepen verleden onnodig weer op afstand.

De gemaakte stad

De auteur heeft tientallen Amsterdammers gesproken die zich inzetten voor de stad in de afgelopen 45 jaar. Veel actievoerders, bestuurders van stad en stadsdelen, erfgoedbeschermers en medewerkers van Grondbedrijf en Ruimtelijke Ordening. ‘Stadmakers’ avant la lettre eigenlijk. Ruimtelijke ordening en stedenbouw gaf hij een belangrijke rol in zijn geschiedschrijving, “omdat deze elementen zowel van cruciaal belang zijn als onderbelicht bij een breder publiek.”

Opmerkelijk is dat hij voorbij gaat aan de grote rol van Coördinatie Stadsvernieuwing en Volkshuisvesting bij het behoud van de vooroorlogse buurten. Ook de impact van de woningcorporaties, eigenaren van bijna de helft van de woningvoorraad, komt slechts zijdelings ter sprake.

Genuanceerd

Behoorlijke omissies, maar het is bewonderenswaardig hoe de schrijver er in slaagt de bredere context en talloze aspecten van de stadsgeschiedenis de revue te laten passeren. Hij is genuanceerd, neemt afstand van  simplificerende beeldvorming. Dat de stad begin jaren tachtig zou zijn opgegeven weerspreekt hij: Amsterdam was voor velen een spannende plek, en kinderen hadden in de buitenwijken een fijne jeugd. ‘Onversneden yuppenhaat’ in Noord? Dat viel eigenlijk best mee.

In de hoofdstukken over de buurten neemt Van Engelen geen standpunten in. Hoofdpersonen kijken terug op wat ze toen in gang hebben gezet. Onderzoekers geven antwoord op zijn vraag of de bewoners, de stad en de samenleving beter werden van de vernieuwing van de Bijlmer en Westelijke Tuinsteden.  

Hotel Amsterdam

Het laatste hoofdstuk, Hotel Amsterdam, gaat over de toevloed aan inwoners en toeristen en de ‘muur van geld’ die na de kredietcrisis op de stad afkwam. Over de internationalisering van de bevolking en middengroepen die geen kant op kunnen. Volgens Van Engelen is niet de liberalisering van de woningmarkt de drijvende kracht achter al die ontwikkelingen, maar het economische succes van de stad.

De auteur voert aan dat de gemeente zelf ook marktgedreven is gaan opereren en uiteindelijk “de vrije krachten niet meer de baas was.” Dat ziet hij terug in de moeizame uitvoering van het beleid om 40 procent sociaal, 40 procent middensegment en 20 procent duur te bouwen. Maar 80 procent betaalbaar willen bouwen geeft toch juist aan dat de gemeente niet marktgedreven handelt? Wijst die moeizaamheid niet op andere krachten die de stad maken?  

Naar het nieuwe Amsterdam?

In de epiloog, ‘Het nieuwe Amsterdam’, laat Van Engelen de historicus/planoloog Errik Buursink aan het woord. Die betoogt dat de gemeente het heft weer in handen moet nemen in de woningbouw. Zelf weer grond gaan kopen, een stadsbank oprichten, zelf weer de stad maken. Dat is duidelijk ook de opvatting van de auteur, die stelt dat “ruimtelijke ordening, woningbouw en het systeem van verdelen van ruimte wel invloed hebben op (…) wie een plek in de stad krijgt en houdt.” Maar dat is wishful thinking in plaats van een zoektocht naar “krachten, ideeën en mensen” die de stad maken. De historisch lage rente en de politiek van de neoliberale kabinetten Rutte I, II en III bepaalden de dynamiek in Hotel Amsterdam. 

De Stad laat zien hoe onvoorspelbaar de impact is van alle krachten die er op inwerken. Het is een boeiend en goed gedocumenteerd boek over de wederopstanding van onze hoofdstad, een aanrader voor professionals en iedereen die zich interesseert voor Amsterdam. Het is de ultieme publicatie om Amsterdamse millennials te laten zien hoe hun stad er bij lag in 1980.

Joop de Haan

De Stad. Het verhaal van Amsterdam van 1980 tot vandaag. Auteur: Marcel van Engelen. Uitgever: De Bezige Bij| 448 pag. €27,50 of 13,99 als ebook. De stad - Marcel van Engelen - De Bezige Bij.