Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Na hete zomer zoeken corporaties naar aanpak voor oververhitting

Woningcorporaties krijgen steeds meer meldingen over te warme woningen. Maar wat precies een hittewoning is en welke maatregelen het meest effectief zijn, is nog niet duidelijk. De hete zomer van dit jaar maakt wel duidelijk dat alleen isoleren niet genoeg is. “Het ingewikkelde is: verduurzaming kan leiden tot meer hittestress.”

Tekst
Joost Zonneveld
Fotografie
Nico Boink

Deze zomer kregen corporaties in Amsterdam meer meldingen van huurders die hun woning te warm vonden. Dat blijkt uit een rondgang langs een viertal Amsterdamse woningcorporaties.
Bij De Alliantie liep het aantal meldingen op van 50 in 2025 naar 151 dit jaar. De klachten kwamen vooral uit appartementen en flats, met name uit hoger gelegen woningen. “Sommige bewoners hadden moeite met slapen of konden tijdens warme periodes nauwelijks meer functioneren”, zo laat een woordvoerder weten. “In enkele gevallen vertelden bewoners dat zij vanwege de hitte, in combinatie met een medische aandoening, in het ziekenhuis waren opgenomen.”
 

Image
Ramen van vloer tot aan het plafond in het volle zonlicht op een gevelpartij aan de Mt. Lincolnweg in het NDSM gebied in Noord, met veelal gesloten zonweringen en balkons.

Ook andere Amsterdamse corporaties zien de gevolgen, al lopen de aantallen en registratie sterk uiteen. Stadgenoot noteerde sinds begin dit jaar twaalf hittemeldingen, die betrekking hebben op negen adressen. Bij Lieven de Key blijft het aantal klachten, zonder cijfers te noemen, ‘beperkt en stabiel’. Rochdale zag wel een toename, maar kan geen exact aantal noemen, omdat meldingen via verschillende kanalen binnenkomen. De corporatie werkt inmiddels aan een meer gestructureerde registratie.

Corporatiebezit ligt vaker in warme omgeving

Uit onderzoek van de Dutch Green Building Council (DGBC) onder 830.000 corporatiewoningen in heel Nederland, blijkt dat 75 procent van de onderzochte sociale huurwoningen een middelhoge of hoge score qua hittestress door warme nachten heeft. Voor de totale Nederlandse woningvoorraad is dat 55 procent. De corporatiewoningen steken erbovenuit omdat zij relatief vaak in sterk verstedelijkte gebieden liggen, waar steen en asfalt warmte vasthouden.
Toch kan een huis dat in een versteende omgeving staat, relatief koel blijven dankzij bijvoorbeeld buitenzonwering, een goede gebouwschil en voldoende ventilatiemogelijkheden. De Amsterdamse corporaties brengen in AFWC-verband de klimaatrisico’s van hun bezit in beeld. 
Uit cijfers van het RIVM blijkt dat ouderen, vooral 75-plussers, mensen met chronische aandoeningen, jonge kinderen, zwangeren en mensen die sociaal geïsoleerd zijn, meer risico lopen bij hitte. Stadgenoot constateert op basis van een eerste analyse dat complexen met een hoog risico verspreid over de stad liggen, maar meer specifieke data is nog niet voor handen.

Goed geïsoleerd is niet automatisch koel

Woningcorporaties zijn bezig om hun woningvoorraad te verduurzamen. Alleen heeft dat niet altijd het gewenste effect als het om warmte gaat. Zo helpt isolatie om warmte buiten te houden, maar kan er ook voor zorgen dat eenmaal binnengedrongen warmte langer blijft hangen. Een woordvoerder van Rochdale: “Het ingewikkelde is: verduurzaming kan leiden tot meer hittestress.” De corporatie constateert dat verduurzaming vaak primair op energielabels is gericht. “Inmiddels nemen we zomercomfort nadrukkelijker mee, maar bij oudere verduurzamingsprojecten was dat niet altijd het geval.” Isolatie en kierdichting kunnen de natuurlijke afkoeling beperken en HR++-glas voorkomt wel warmteverlies, maar niet automatisch zoninstraling.
Ook een woordvoerder van De Key wijst erop dat isolatie kan bijdragen aan het verminderen van snelle opwarming van een woning. “Vooral dak- en gevelisolatie kunnen helpen.” Maar de corporatie benadrukt tegelijkertijd dat de ligging van een woning en de mogelijkheden om goed te ventileren en de zon te weren minstens zo belangrijk zijn.

Wanneer 'te warm'?

Daarnaast is het nog de vraag wanneer een woning ‘te warm is’. Zo klaagde een huurder van een Amsterdamse corporatie gedurende langere tijd over warmteoverlast en stapte uiteindelijk naar de Huurcommissie. Een gespecialiseerd bouwfysisch bureau onderzocht vervolgens de woning en maakte verschillende berekeningen.
Volgens de erkende methode (GIW/ISSO 2008) bleef de woning binnen de gehanteerde grenswaarden. Alleen wordt in de oudere methodiek gebruik gemaakt van klimaatdata uit 1964. De onderzoekers schrijven dat zowel de beoordelingsmethode als het gebruikte klimaatjaar inmiddels verouderd en niet meer representatief voor het huidige klimaat zijn.
Een berekening met een nieuwe methodiek (GTO) liet echter wél een risico op oververhitting zien, vooral in de woonkamer en een slaapkamer. De betreffende woning voldeed echter aan het geldende beoordelingskader, waardoor de huurder de corporatie niet tot actie kon dwingen. 
Voor nieuwbouw vanaf 2021 bestaat al een norm (de TO-juli-norm). Tot voor kort konden huurders van woningen van voor 2021 niet terecht bij de Huurcommissie met klachten over het thermisch comfort. Sinds 1 juli 2026 neemt de Huurcommissie verzoeken over warmteoverlast in bestaande woningen wel in behandeling. Dat gebeurt via een tijdelijke regeling, er wordt nog gewerkt aan een structurele meetmethode voor oudere woningen.

De Alliantie experimenteert met sensoren en een ‘cool down coach’ om beter te kunnen vaststellen welke maatregelen werkelijk effect hebben

Hitte staat door de warme zomers steeds meer in de aandacht. Corporaties geven bewoners tips hoe om te gaan met warmte in de woning: overdag ramen en gordijnen dicht, 's avonds en 's nachts ventileren en waar mogelijk tijdelijke zonwering gebruiken.
En er worden ook vaker structurelere oplossingen geboden. Lieven de Key kijkt in sommige gevallen samen met bewoners naar permanente oplossingen zoals zonwerend glas of buitenzonwering. Stadgenoot onderzocht bij recente vastgoedverbeteringen het effect van isolatie op de binnentemperatuur. Zonwerend glas bij woningen met veel zon ziet de corporatie als mogelijke oplossing.
De Alliantie gaat een stap verder bij bewoners die door een medische indicatie extra kwetsbaar zijn. Daar zijn deze zomer onder meer screens en tijdelijke schaduwdoeken geplaatst. Tegelijk experimenteert de corporatie met sensoren en een zogenoemde ‘cool down coach’ om beter te kunnen vaststellen welke maatregelen werkelijk effect hebben.
Koepelorganisatie Aedes heeft inmiddels een handreiking voor hittestress met een maatregelenmatrix waarin maatregelen worden beoordeeld op onder meer effectiviteit, kosten en gebruiksvriendelijkheid. Aedes adviseert corporaties onder andere om risicowoningen in beeld te brengen, klachten systematisch te registreren, de omgeving te vergroenen en duidelijke regels te maken voor voorzieningen die huurders zelf kunnen aanbrengen.

Niet alleen een probleem van de woning

Daarmee wordt ook duidelijk dat corporaties het probleem niet alleen kunnen oplossen. De omgeving kan minstens zo bepalend zijn als het gebouw. De Alliantie constateert bijvoorbeeld dat de directe omgeving van sommige complexen aanzienlijk warmer kan zijn dan de woning zelf. Rochdale wijst erop dat een belangrijk deel van de omgevingsopgave bij de gemeente ligt. DGBC adviseert corporaties daarom nadrukkelijk om niet alleen naar de kwetsbaarheid van hun eigen vastgoed te kijken, maar ook naar de omgeving en samen te werken met andere partijen.
Amsterdam heeft deze zomer die bredere aanpak verder opgetuigd. Zo kwam er een hittecoördinator en werd het aantal koelteplekken uitgebreid. Ook werden honderden ventilatoren verstrekt aan mensen die in hete woningen wonen en weinig te besteden hebben. 

Dat zijn tijdelijke oplossingen; op termijn zijn meer groen en woningen die beter tegen hitte bestand zijn nodig. Bovendien moeten woningen aangepast worden aan klimaatverandering. Zo maakt Jeroen Kluck van de Hogeschool van Amsterdam, gespecialiseerd in klimaatbestendige steden, aan Nu.nl duidelijk: "De woningen die we nu ontwerpen, staan er ook nog in 2050. Dan zouden we ook moeten rekenen met het klimaat van 2050." Dat gebeurt alleen nog onvoldoende. Wel zijn nieuwe normen in de maak, maar die gaan uit van het klimaat in 2033 en het zal nog enkele jaren duren voordat die nieuwe normen in nieuwe bouwregels zijn opgenomen.