Overslaan en naar de inhoud gaan
Studentenhuizen gevraagd, studio’s gebouwd

Ze willen best graag samenhokken, maar in Amsterdam worden voor studenten nog voornamelijk zelfstandige studio’s gebouwd. Dat werkt eenzaamheid in de hand. De gemeente stimuleert daarom de bouw van gedeelde studentenwoningen.

Tekst - auteur(s)
Bono Siebelink
Image
Jongerencomplex Mahonie van woningcorporatie Lieven de Key.

“Ik kies ervoor om samen te wonen met anderen. Je lief en leed delen, een filmpje kijken of een theetje drinken: Als je samenwoont ken je elkaars ritme. Als ik een keer tot laat in mijn bed blijf liggen, klopt mijn huisgenoot op mijn deur of alles wel goed gaat.”
Marie de Vries (29) deelt met twee vrienden een woning in jongerencomplex Mahonie van woningcorporatie Lieven de Key. In het gebouw in de Amsterdamse Houthaven wonen studenten, pas afgestudeerden en jongeren die ondersteuning nodig hebben bij het alleen wonen. Zij wonen samen met vrienden of met door een matchmaking tool geselecteerde medebewoners. Huurders hebben een ruime kamer met eigen badkamer en wc, met een eigen huurcontract. Bewoners delen de woonkeuken en het balkon. Mahonie werd begin 2023 opgeleverd.

Voor De Vries is dit precies wat ze zoekt: “Ik verzet me tegen de individualisering in de stad. Door samen te wonen, leer je van een ander en kom je in contact met andere denkwijzen dan die van jezelf.” Omdat haar huur volgens haar ‘schappelijk’ is, heeft ze genoeg aan een parttimebaan. “Hierdoor kan ik van alles uitproberen in het leven.”

Vatbaar voor eenzaamheid

Nieuwbouw met gedeelde faciliteiten voor studenten wordt steeds schaarser. De studentenhuizen met stapels afwas en van straat geplukt meubilair in een krappe woonkamer maken plaats voor kleine studio’s onder de dertig vierkante meter. Uit cijfers van Kences en NRC blijkt dat maar een kwart van de door corporaties nieuwgebouwde studentenwoningen in Nederland ‘onzelfstandig’ zijn – de rest bestaat uit studio’s. Twintig jaar geleden was dat precies andersom.
Dat kan sociaal isolement in de hand werken. Volgens onderzoek van het Trimbos Instituut ervaart zestig procent van de hbo- en wo-studenten gevoelens van eenzaamheid. Uit aanvullend onderzoek van Hogeschool Inholland blijkt dat vooral uitwonende studenten vatbaar zijn voor eenzaamheid, zeker wanneer zij alleen wonen. Terwijl studentenhuizen sociale interactie stimuleren, doet studiobouw juist het tegenovergestelde. Vele studentensteden in Nederland zoals Leiden en Delft hebben zelfs een streng beleid tegen verkamering van woningen voor studenten, bedoeld om huurders te beschermen tegen woekerhuren.

Image
Sahand Mozdbar,
Sahand Mozdbar, voorzitter van ASVA Studentenvakbond. 

Sahand Mozdbar, voorzitter van ASVA Studentenvakbond, ziet die trend ook in Amsterdam. “Wij horen veel terug over problemen met mentale gezondheid en eenzaam  heid door de zelfstandige woningen. Veel studenten willen wel op kamers, maar het aanbod mist of is te duur voor hen. Soms betaal je wel duizend euro per maand voor een kamer.”

Uit de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting 2025 blijkt dat 44 procent van de hbo-  en wo-studenten liever alleen woont, tegenover 41 procent dat graag op kamers wil,  mits de woonlasten gelijk worden getrokken door huurtoeslag op kamers te herintroduceren. Onder studenten jonger dan twintig jaar, wil ruim tachtig procent op kamers.
“Er zijn veel studenten die wél zelfstandig willen wonen, maar nu is het aanbod scheef”, zegt Mozdbar. Zowel particuliere verhuurders als woningcorporaties bouwen  voornamelijk studio’s vanwege de huurtoeslag – daardoor kunnen ze voor een studio een hogere huur vragen dan voor een kamer.

"Veel studenten willen wel op kamers, maar het aanbod mist of is te duur voor hen. Soms betaal je wel duizend euro per maand voor een kamer”

In 1997 werd de huurtoeslag voor studentenhuizen afgeschaft en sindsdien stijgt de bouw van studio’s. Hoewel door de Wet betaalbare huur het Woningwaarderingsstelsel  voor Onzelfstandige Eenheden (WWSO) in 2024 werd aangepast en verhuurders hogere huren voor kamers mogen vragen, is het onduidelijk of die prijsprikkel genoeg is om  meer studentenhuizen te bouwen.

Verhuurder Duwo zoekt naar tussenoplossingen. Zowel binnen als buiten Amsterdam realiseren zij STING-woningen (Studenten in een groep). Door een kleine keuken en eigen badkamer krijgen de studenten wel huurtoeslag, maar door een grotere keuken en gedeelde woonkamer te bouwen, bevordert dit de sociale cohesie. Volgens de ASVA is dit een creatieve oplossing, maar mist het de kern van het probleem. Mozdbar: “Zulke tussenvormen zijn nogal omslachtig. Idealiter verandert het landelijke beleid en krijgen studenten op kamers ook huurtoeslag.”

Belemmeringen wegnemen

Studentenhuisvester Duwo bouwde in het verleden nog vaker studentenhuizen, vandaag de dag blijft het bij een uitzondering. Terwijl DUWO in 1997 nog 496 onzelfstandige woningen opleverde, tegenover 48 zelfstandige, stond de teller van onzelfstandige woningen tussen 2021 en 2024 op nul. In 2025 lukte het de huisvester wel om 210 onzelfstandige woningen op te leveren, maar dat staat tegenover 1.138 zelfstandige woningen.
Gijsbert Mul, directeur public affairs bij Duwo, wijdt dit ook aan het ‘ongelijke speelveld’ dat door de huursubsidie wordt gecreëerd: “Een huurder van een studio betaalt soms na huursubsidie nog maar 200 euro per maand. Voor 200 euro per maand kunnen wij natuurlijk niks bouwen. Dan is de vraag, kunnen we in dit geval 400 euro per maand vragen voor een kamer?”

“Een huurder van een studio betaalt soms na huursubsidie nog maar 200 euro per maand. Voor 200 euro per maand kunnen wij natuurlijk niks bouwen"

Terwijl aanpassingen aan de huursubsidie een landelijke aangelegenheid zijn, experimenteert de gemeente Amsterdam met objectsubsidies – subsidiëring van de woning in plaats van de huurder. Al eerder concludeerde Platform 31 dat de ongelijke prijsprikkel door de huursubsidie kan worden tegengegaan door de bouw van studentenkamers te subsidiëren, mits het ook gepaard gaat met de afbouw van de huursubsidie. Afgelopen november werd het voorstel van D66 in de Amsterdamse raad goedgekeurd om drie miljoen euro vrij te spelen voor de bouw van gedeelde studentenwoningen. Deze subsidie komt bovenop de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen vanuit het Rijk, waarmee de bouw van studentenwoningen in Amsterdam al financieel wordt ondersteund.

Hoognodig, aangezien de interesse vanuit voornamelijk woningcorporaties groeit om onzelfstandig te bouwen. Volgens Anke Hendriks, beleidsadviseur woningbouw bij de gemeente Amsterdam, neemt de vraag de laatste jaren weer toe: “Jarenlang leek er weinig interesse op de markt te zijn, zelfs ondanks lagere grondprijzen. Met de aangepaste WWSO neemt die vraag toe, hoewel onzelfstandig nog steeds duurder uitvalt.

Geld niet genoeg

In een raadsbrief gaf wethouder Van Weyenberg afgelopen februari al toe dat enkel een financiële impuls niet voldoende zal zijn. Samen met haar collega Barend Klein Haneveld heeft Hendriks binnen de pilot daarom de opdracht gekregen om knelpunten in het beleid in beeld te brengen. Zo bestaat er op dit moment onduidelijkheid over de classificatie van gedeelde studentenhuizen: “Worden die meegeteld als vrijesectorwoningen vanwege de totale huurprijs van alle kamers samen, of kan het ook als sociaal worden gezien?” Gezien de 40-40-20 bouwambitie van de stad kan het voor corporaties daarom veel uitmaken wanneer onzelfstandige woningen als sociaal worden bestempeld.

Ook ietwat omslachtig: “Onzelfstandige woningen worden niet meegerekend binnen het streven van 7.500 woningen per jaar”, zegt Hendriks. Samen met flexwoningen worden ze als aparte toevoeging gepresenteerd bij de jaarlijkse woningbouwcijfers.

“Onzelfstandige woningen worden niet meegerekend binnen het streven van 7.500 woningen per jaar”

Bovendien onderzoekt de gemeente in de pilot wat de gewenste woningen voor studenten kunnen zijn: “De vraag ligt nog: wat is het ideale product? Met de subsidie kijken we per plek wat het gewenste soort woning is. Dat kunnen zowel ‘gangwoningen’ zijn zoals bij Uilenstede als gedeelde friendswoningen.” Gemeente Amsterdam onderzoekt daarnaast of friendscontracten – niet-verwante personen onder één huurcontract – bij corporaties weer geïntroduceerd kunnen worden.

Mul van Duwo ziet subsidiëring van de studentenwoning als een stap in de goede richting: “Structurele objectsubsidies zijn een effectieve manier om meerjarig onzelfstandige bouw te bevorderen. Het is te vergelijken met de jaren tachtig toen woningcorporaties nog subsidies ontvingen voor de bouw van hun woningen.”