Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Hoe wordt flexbuurt Brasa Village een hechte community?

Bijna een jaar geleden werden de eerste flexwoningen opgeleverd in Brasa Village. Ontstaat in deze tijdelijke woonbuurt de community die de gemeente Amsterdam en de betrokken corporaties voor ogen staat?

Tekst - auteur(s)
Hans Fuchs
Image
Eerste kijkdag Brasa Village, april 2025. Foto: NH Bouwstroom

In de gemeenschappelijke huiskamer van woongebouw Orchidee, op de kop van Brasa Village, monteren bewoners op een warme junidag een fitnessapparaat, in de ruimte ernaast verfen twee 'gangmakers’ met andere bewoners de wanden geel. Ook aanwezig: Kollectief Thuis, de communitybuilders die in Brasa Village al sinds januari 2025 meedraaien om een gemeenschap te helpen opbouwen in wat zij een nieuw ‘dorpje in de stad’ noemen. 
Kollectief Thuis, dat zijn Hanneke Jepma en Fleur Leferink. Is de gemeenschap die gemeente en corporaties hier nastreven al aan het ontstaan? Ja, in de kiem, stellen Jepma en Leferink: "Buren kennen elkaar en weten elkaar te vinden. Ze nemen pakketjes voor elkaar aan, lenen spullen uit. De eerste Brasaliefde is een feit."

“De eerste Brasaliefde is een feit"

Brasa Village ontstond uit de NH Bouwstroom, waarin gemeenten, corporaties en bouwpartners samenwerken om snel duurzame en betaalbare woningen te realiseren. In Brasa Village waren dat de gemeente Amsterdam en de corporaties Eigen Haard, Rochdale en Ymere. De architectenbureaus Concrete, Faro en RU+PA ontwierpen de dertien woongebouwen van Brasa Village, opgetrokken uit prefab modulaire woningen van Homes Factory, Moos en Heddes/Ursem. 
Jurgen van der Ploeg van Faro tekende als projectarchitect mee aan Brasa Village: "We gingen hier binnen drie jaar van eerste stedenbouwkundige schets naar oplevering." Faro ontwierp 170 van de 520 flexwoningen en werkte samen met de gemeente en de twee andere architectenbureaus mee aan het gemeentelijke stedenbouwkundig plan.

"We gingen hier binnen drie jaar van eerste stedenbouwkundige schets naar oplevering"

De modulaire woningen in Brasa Village voldoen allemaal aan het Bbl voor permanente woningbouw. Robert Santema was als senior ontwikkelaar van Eigen Haard bij het project betrokken: "Als je door je oogharen kijkt zie je het grid van de modulaire bouw nog in de gevels. Maar bij kwaliteit en afwerking van de woningen is op redelijk hoog niveau ingezet. Dit zijn geen containerwoningen." 
Volgens Santema is het te vroeg om in Brasa Village al te spreken van een gemeenschap: "Voor ons gevoel is het eigenlijk net klaar. De eerste woningen zijn opgeleverd in augustus 2025. Toen trokken ook de eerste bewoners in. De laatste woningen stonden net voor de kerst. Afgelopen februari was de laatste inrichting van de openbare ruimte, in april ging het buurtpaviljoen open, in mei was de feestelijke opening van Brasa Village."

Vaste gezichten 

In Brasa Village wonen zo'n negenhonderd mensen. Dertig procent van de woningen is toegewezen aan statushouders. In de resterende zeventig procent wonen veel mensen voor wie verhuizen de allereerste of een belangrijke nieuwe stap in hun wooncarrière is, vertelt Hanneke Jepma: "Het is een groot flexcomplex en er is weinig zelfstandige woonervaring." In het verleden verliep de communitybuilding in andere flexcomplexen stroef. Fleur Leferink: "Reden voor de Amsterdamse corporaties om tegenwoordig voor de hele looptijd van vijftien jaar in flexcomplexen aan gemeenschapszin te werken.”

Ook de betrokken corporaties zijn present in Brasa Village. De wijkbeheerders van Eigen Haard, Ymere en Rochdale delen een kantoor in de woonbuurt. Als regisseur wijkontwikkeling en leefbaarheid van Eigen Haard was ook David Hoogewoud er regelmatig te vinden: "Zo heb je namens de corporaties drie à vier vaste gezichten in de buurt. De beheerders bedienen elk hun eigen huurders, maar pakken bij vakantie of spoed ook verzoeken van overige bewoners op." Vluchtelingenwerk en het Buurtteam van de gemeente Amsterdam zitten eveneens in het kantoor, waar ook ruimte is voor andere sociaal-maatschappelijke organisaties.

Motivatiebrief

Kollectief Thuis en de corporaties hadden al vroeg contact met toekomstige bewoners. De corporaties selecteerden bewoners op basis van een motivatiebrief. Ver voor de oplevering van hun woning waren er kijkdagen, enkele weken voor het verhuizen volgde een meet & greet. Behalve Kollectief Thuis en de corporaties waren daarbij ook de gemeente en statushouders aanwezig. 
Hanneke Jepma en Fleur Leferink wierven onder bewoners gangmakers die de drie gemeenschappelijke huiskamers van Brasa Village runnen en organiseren voor bewoners activiteiten en evenementen – tot kennismaken met de wijkagent aan toe. Leferink: "Sommigen bewoners komen uit landen waar de politie niet je beste vriend is." De activiteiten zijn nooit een doel op zich, maar een middel om te werken aan een prettige en veilige wijk, aldus Jepma: "Hoe je een gemeenschap bouwt verschilt per plek en situatie, het is steeds zoeken naar haakjes. Uiteindelijk wil je dat het uit de gemeenschap zelf ontstaat."

"Sommigen bewoners komen uit landen waar de politie niet je beste vriend is"

Net als Robert Santema denkt Jurgen van der Ploeg dat het nog te vroeg is om te stellen dat in Brasa Village een community ontstaat: "Ik denk dat je dat pas over een of twee jaar kunt zeggen." Stedenbouw en architectuur faciliteren in de woonbuurt wel het ontmoeten. "Brasa Village is niet opgezet als drie gescheiden buurtjes – één voor elke corporatie – maar als één samenhangend woongebied, goed aangehecht aan de omgeving. Daar begint al het gemeenschap bouwen, met de verbinding met de stad", stelt Van der Ploeg.

"In de meeste woonblokken is de gebouwschaal geschikt om elkaar makkelijk te leren kennen, het zijn minicommunities"

Het woonprogramma werd 'in kleine porties opgebroken', vertelt Van der Ploeg: "In de meeste woonblokken is de gebouwschaal geschikt om elkaar makkelijk te leren kennen, het zijn minicommunities. Alle gebouwen hebben extra brede leefgalerijen, met plek voor een bankje en ruimte om elkaar te treffen. In het middengebied zijn groene ruimtes aangelegd, voor waterberging maar ook als gemeenschappelijk groen. Hier komen mogelijk moestuintjes in beheer van bewoners." 
Drie gebouwen in Brasa Village hebben een grotere korrel en tellen acht bouwlagen. Van der Ploeg: "Daar zijn op de kopse kanten aan het einde van de leefgalerijen extra trappen geplaatst. Zo ontstaan meer stijgpunten en 'verklein' je de sociale schaal. De trappen zijn ook breed genoeg om te verblijven. Dit zijn bovendien de gebouwen met gemeenschappelijke huiskamers."

Woningtypes

Tachtig procent van de woningen in Brasa Village is tweekamerwoning, tweezijdig georiënteerd. De woningen hebben in het midden een blokje met badkamer en meterkast, tegenover de keuken. De slaapkamer ligt aan de achterzijde, de woonkamer aan de leefgalerij. Architect Jugen van der Ploeg: "Dit is de zonnige kant. Met de extra brede galerij voorkomen we opwarming in de zomer maar benutten de lage zoninstraling in de winter."
Daarnaast is geschakeld met de prefab modules. Van der Ploeg: "In onze blokken hebben we uit naast elkaar liggende modules drie kamer woningen en studio's samengesteld. Die variatie draagt bij aan de sociale duurzaamheid." Studio’s en woningen hebben een beukmaat van 3,8 tot 4 meter. De dieptemaat is 12,5 meter, op de begane grond iets groter.

In architectuurcentrum ABC in Haarlem is momenteel de expositie 'Klein, Kleiner, Kleinst' te zien. De tentoonstelling over kleine woonvormen werd op 14 juni geopend door Jurgen van der Ploeg van Faro.

Coöperatief buurtbedrijf 

In het hart van Brasa Village is een plein aangelegd met een paviljoen waarin sinds twee maanden Mensa Mensa is gevestigd. Het coöperatieve bedrijf levert een bijdrage aan de buurt, vertelt Robert Santema: "Bewoners kunnen er terecht voor betaalbaar gezond eten en Mensa Mensa helpt hen met mealpreppen. Voor een klein bedrag maken ze zo hun maaltijden voor een week. Boven kunnen sociale activiteiten plaatsvinden." Rondom het paviljoen wordt een tribune gebouwd voor activiteiten op het plein, en er is buitenelektra voor bijvoorbeeld een openluchtbioscoop.

Volgens Hanneke Jepma en Fleur Leferink is het bij flexprojecten cruciaal dat gemeenschappelijke voorzieningen klaar zijn als de eerste bewoners intrekken: "Bewoners beginnen dan meteen met de eerste goede woonervaringen; er is een plek waar ze gereedschap kunnen lenen, koffie kunnen drinken. Hetzelfde geldt voor de bestrating, de verlichting, afvalvoorzieningen, het inregelen van de elektra; die moeten op orde zijn als je een paar honderd bewoners ergens laat starten. We hameren daar vaak op, maar het is elke keer lastig om dat in de juiste volgorde te krijgen, merken we.”

"Het mooiste zou zijn als deze modulaire woningen een definitieve bestemming op deze plek of in de buurt kunnen krijgen”

Robert Santema noemt de aandacht voor het sociale aspect in de planfase zwaarwegend voor succesvol bouwen aan een gemeenschap: "Daarnaast is het mandaat van partijen belangrijk. Er is veel aandacht voor de versnelling, maar je kunt alleen lean werken en stroperigheid voorkomen als er bij de deelnemers het juiste mandaat is." 
David Hoogewoud noemt de samenwerking van de corporaties in Brasa Village bijzonder: "Het is goed om ruim op tijd afspraken te maken over beheer, onderling en samen met de gemeente. Wij werken daarbij onder andere met het convenant werkafspraken gemengde huisvestingslocaties, waarin de rolverdeling duidelijk is vastgesteld. Het convenant is de basis voor de gemaakte afspraken. Veel gemeentes hebben dat nog niet."

En dan de tijdelijkheid van flexbuurt Brasa Village. Formeel wordt de woonbuurt na vijftien jaar in zijn geheel afgebroken, aldus Robert Santema: "Uiteraard is het altijd de vraag of en hoe dat zal gebeuren. Het mooiste zou zijn als deze modulaire woningen een definitieve bestemming op deze plek of in de buurt kunnen krijgen."