Hoe ik toch huisjesmelker werd

17.05.21
Journalist/beurscommentator Hans de Geus kon als ZZP'er geen hypotheek krijgen voor een appartement in Amsterdam, maar wel een lening voor een appartement om te verhuren. En zo kocht hij er later nog twee, genoeg om zich als ZZP'er van een pensioen te voorzien.
Met deze persoonlijke invalshoek start zijn boek 'Hoe ik toch huisjesmelker werd'. Deze titel doet denken aan het weergaloze 'How to Get Filthy Rich in Rising Asia' van Mohsin Hamid. Maar De Geus schrijft geen roman. Zijn boek is vooral een vlot geschreven analyse van de oorzaken en gevolgen van de woningnood in Nederland, waarbij de invloed van de mondialisering en de internationale financiële sector, én het gelijk van Piketty niet ontbreken. En over hoe het verder vergaat als verhuurder horen we niets meer.

Decennia neoliberaal woonbeleid

De Geus beschrijft de ontwrichtende werking van de huidige vastgoedmarkt op de samenleving. Dat doet hij in een pamflettistische schrijfstijl, maar stevige opinies gaan hand in hand met gedegen onderbouwingen. Hij stelt vast dat de dolgedraaide woningmarkt zorgt voor een steeds groter wordende tweedeling in de samenleving. Hij zag zichzelf als tevreden huurder ook aan de verkeerde kant van de streep eindigen. Dat mocht hij toch zeker zichzelf én zijn kinderen niet aandoen, "werkmier worden van de tolwachters van bebouwde grond?"
De gekte in een notendop: zijn zzp-inkomen en een erfenisje waren niet meer genoeg voor een hypotheek, maar hij kon wel buy-to-let leningen krijgen om appartementen in de Bijlmer aan te schaffen.
De Geus' boek is een aanklacht tegen ruim twee decennia neoliberaal woonbeleid, waarbij de huurmarkt sinds 1994 steeds verder liberaliseerde en de fiscus huiseigenaren, beleggers en hun nazaten in de watten legt: hypotheekrenteaftrek, huurinkomsten die niet meetellen als inkomen, voordelige BV-constructies, grote schenkingsvrijstellingen voor aankoop woning en lage erfbelasting. Woningbeleggers kregen nog meer de wind in de zeilen dankzij de historische daling van de rente. 
Het resultaat: huiseigenaren en vastgoedondernemers zien de waarde van hun bezit alsmaar stijgen en betalen nauwelijks belasting over deze winst. En, vervolgt De Geus niet zonder demagogie: "Zij laten zich in onze flexibele diensteneconomie vertroetelen door de kansloze kaste huurders, die moet zweten om de hoge huren op te brengen." En dan moet het grote erven nog beginnen. Als de babyboomers overlijden gaat de ongelijkheid nog fors toenemen.

Bouwen-bouwen-bouwen, hoezo?

De hoge woningprijzen zijn nauwelijks het gevolg van een woningtekort, maar van de lage rentes op de internationale geldmarkt, het gebrek aan regulering en fiscale bevoordeling van de huizenbezitter. Aldus de analyse van De Geus. Hij voorziet dat de ongelijkheid in Nederland daardoor verder gaat toenemen. Ook al omdat velen (kiezers!) profiteren van dure huizen is een structurele oplossing politiek en financieel lastig. Na decennia politiek geworstel zijn enkele voorzichtige stappen gezet - de afbouw van de hypotheekrenteaftrek, de beperking van de maximale hypotheek en de verplichting hypotheken af te lossen. En beleggers betalen sinds dit jaar meer overdrachtsbelasting.
Tegelijkertijd zijn leennormen voor tweeverdieners onlangs weer verruimd, terwijl voor koopstarters de overdrachtsbelasting werd geschrapt voor woningen onder de vier ton.
Zo moet het niet, vindt De Geus. Praktisch de enige manier om de tweedeling wat af te remmen ligt volgens hem in fiscale maatregelen: de lage Nederlandse erfbelasting verhogen, huurinkomsten als inkomen beschouwen en de waarde van een woning als normaal vermogen meetellen. Het paard achter de wagen spannen zijn volgens hem alle financiële opkontjes voor een nieuwe generatie kopers, zoals lagere overdrachtbelasting, koopsubsidies of mildere leennormen. Al deze douceurtjes drijven namelijk alleen maar de prijzen op, en eindigen in de zakken van de verkopers. 
 
Volgens De Geus is er nauwelijks verband tussen de hoge woningprijzen en een tekort aan woningen. Amsterdam bouwde de afgelopen jaren record aantallen woningen, maar de prijzen stegen nog harder. Hij wantrouwt de roep bouwen-bouwen-bouwen, volgens hem 'puur lobbyisme' van bouwende partijen. Volgens hem valt het woningtekort wel mee: van 1995 tot 2015 zijn er 1,7 miljoen woningen bijgebouwd, terwijl er ruim 1,4 miljoen huishoudens bijkwamen. Dus zo erg kan het niet zijn. We laten ons volgens De Geus op het verkeerde been zetten door gemakzuchtige economen die geen oog hebben voor de speciale aard van grond en vastgoed.
Hier schiet De Geus wat door. De analyse dat de torenhoge woningprijzen zich niet laten verklaren uit een gebrek aan aanbod, betekent niet dat er geen fors woningtekort is. Er zijn genoeg andere indicatoren die daar ook op wijzen, waaronder de ellenlange wachttijden voor een sociale huurwoning.
Aanrader! 

Hoe ik toch huisjesmelker werd, Hans de Geus. Wereldbibliotheek, 288 blz. € 20