Overslaan en naar de inhoud gaan
Column Ruud Fiere
Ons Amsterdam: hoe wenkend is haar toekomst?
De opinie van
Image
Ruud Fiere (foto Xander Remkes)

Huurders zullen per 1 juli opnieuw een verhoging van hun huur tegemoetzien. Die jaarlijkse stijging is vaste prik geworden. Ik ken een voorbeeld van iemand die in dertien jaar tijd van een middenhuur van € 1.200 per maand naar ruim € 1.800 is gegaan. In die dertien jaar is dat meer dan € 50.000 extra aan kale huur, geld dat elke maand verdwijnt.
Hoe anders is dat voor kopers. Waar huurders betalen, hebben huiseigenaren de afgelopen jaren vooral geprofiteerd. Een woning die in 2013 nog € 350.000 waard was, kost vandaag al snel € 650.000 tot € 700.000. Wie toen instapte, heeft niet alleen afgelost, maar ook vermogen opgebouwd, vaak meer dan een ton.

Maar de kloof tussen huren en kopen wordt niet alleen bepaald door de markt. Ook beleid speelt een rol. Afgelopen week presenteerde de coalitie van PRO en D66 hun Coalitieakkoord 2026-2030 met de titel gebaseerd op een songtekst van Karsu en Stef Bos: Jouw stad is mijn stad. Ons Amsterdam.
De nieuwe Amsterdamse coalitie wil fors bezuinigen en tegelijkertijd de wooncrisis aanpakken. Er wordt gesproken over een nieuw tijdperk, met meer nadruk op betaalbaarheid en regie. Tegelijk erkent het akkoord dat de wooncrisis niet in één bestuursperiode kan worden opgelost. 
Voor huurders betekent het beleid vooral bescherming: strengere controles op huurprijzen en meer regulering van de middenhuur. Dat kan misstanden tegengaan, maar verandert weinig aan het fundamentele probleem van schaarste en hoge prijzen. Voor kopers blijft het perspectief grotendeels intact: woningbezit blijft de manier om vermogen op te bouwen en ook aan de fiscale voordelen wordt voorlopig niet getornd.

Daarnaast wordt ingezet op meer middenhuurwoningen en doorstroming. Op papier logisch, maar in de praktijk is dit juist het segment waar de druk het grootst is. Zolang de schaarste blijft, verandert beleid weinig aan de prijs.
De keuze tussen huren en kopen is echter niet alleen financieel, maar ook emotioneel beladen. In Nederland wordt kopen gezien als verstandig en vooruitziend, een bewijs dat je meedoet, dat je investeert in je toekomst. Huren daarentegen heeft nog vaak het stigma van tijdelijk en onzeker. Het wordt geassocieerd met een strijd om de schaarste en impliciet met een lagere status.
Die beeldvorming is hardnekkig. Niet omdat huren per definitie slechter is, maar omdat kopen symbool staat voor vermogensopbouw en zekerheid, terwijl huren wordt gezien als enkel consumeren. Wie koopt, investeert. Wie huurt, betaalt zo leeft de gedachte. Het maakt de keuze tussen huren en kopen tot meer dan een rekensom; het is een kwestie van identiteit geworden.

‘Jouw toekomst/Is mijn toekomst/Want jij bent mijn stad’, zo eindigt het nummer van Karsu en Bos. Als huizenprijzen blijven stijgen, groeit de kloof verder en is die toekomst heel verschillend qua wenkend perspectief. De nieuwe coalitie zal moeten balanceren tussen betaalbaarheid en financiële gezondheid. De groeiende kloof tussen huren en kopen raakt uiteindelijk niet alleen individuen, maar de sociale balans van de hele stad.

Dit is voorlopig de laatste column van Ruud Fiere voor NUL20.

Ruud Fiere is antropoloog en community builder bij Cliëntenbelang met speciale aandacht voor wonen. Als één van de drie columnisten van NUL20 gaat hij iedere twee maanden in op een aspect van de volkshuisvesting vanuit het perspectief van de bewoner. Het trio vaste columnisten van NUL20 bestaat naast Ruud Fiere uit Kasper Baggerman en Léon Bobbe. Alle columns van Ruud Fiere.