Overslaan en naar de inhoud gaan
Column Léon Bobbe
Stadsverwarming is een oplossing uit de grijze oudheid
De opinie van
Image
Léon Bobbe (foto Xander Remkes)

‘Een waterleiding is de meest efficiënte techniek om energie te transporteren.’ Elke natuurkundige die dat verklaart, zou direct worden ontslagen. Toch streeft Nederland nog steeds naar grootschalige aansluiting op stadsverwarming. En daar werken vele professionals aan zonder gevaar voor ontslag.

Dat stadsverwarming een systeemmonopolist is beseffen we steeds meer. En daarom streeft de overheid naar zeggenschap hierover. Daarmee hopen we de scherpe kanten van het monopolie weg te halen. Het is de vraag of dat lukt. Stadsverwarming in overheidshanden kan net zo goed een nog dwingender monopolist zijn die andere, duurzamere verwarmingssystemen uit de markt drukt.

Een groot vraagteken voor mij is de energetische logica van stadsverwarming. Wie naar de stadsverwarming in Amsterdam kijkt, ziet een warmwaternetwerk waar tijdens het transport ongeveer 25 procent warmteverlies plaatsvindt. Met behulp van gas wordt dat op temperatuur gehouden. Zo stroomt warmte traag en inefficiënt door een duur en monopolistisch waternetwerk. Daar komt bij dat stadsverwarming ook niet flexibel inzetbaar is. Snel warm water uitwisselen met andere provincies of landen is onmogelijk.

Waarom willen dan toch miljarden (onrendabel) gaan investeren in stadsverwarming? Is dat nodig? We beschikken toch over veel betere transportsystemen voor energie? We beschikken over een elektriciteitsnet dat wijdvertakt is over geheel Europa. Hetzelfde geldt voor onze gasinfrastructuur, infrastructuur die we ook kunnen gebruiken voor het transport van waterstofgas. En inderdaad, in die transportnetwerken moet ook nog fors worden geïnvesteerd. Maar dat is toch een veel betere investering dan in archaïsche stadsverwarming?

Verdringing

Stadsverwarming is niet alleen archaïsch, het verdringt ook energieinnovatie. Dat heb ik met eigen ogen gezien in de delen van de stad waar stadsverwarming verplicht is voor corporaties. Daar ontkwam je alleen aan stadsverwarming als je overtuigend, en pas na vele jaren onderhandelen of procederen, kon bewijzen dat er duurzamere oplossingen voorhanden waren. Maar niet alleen bij nieuwbouw, maar ook na de oplevering is veranderen van energiesysteem ingewikkeld en duur door de afkoopsommen die betaald moeten worden. Zo’n afkoopsom lijkt logisch omdat anders de miljardeninvesteringen verloren gaan. Het warmtenet kan je immers niet zomaar voor iets anders gebruiken. Maar een afkoopsom zet alternatieve innovaties al direct op achterstand.

Buurtgebonden initiatieven

Deze nadelen van stadsverwarming betekenen overigens niet dat we warmtenetten volledig moeten afschrijven. Bij buurtgebonden initiatieven kan een warmtenet deel uitmaken van een bredere innovatie. Dat zien we bijvoorbeeld bij het Wilhelmina Gasthuis. Dit unieke project – het eerste in Nederland in een bestaande woonbuurt dat op aquathermie draait – wordt volledig geleid door bewoners. Stadgenoot is hierin een belangrijke deelnemer. Bij aquathermie wordt warmte onttrokken aan het water van de nabijgelegen Amsterdamse grachten in combinatie met warmte- en koudeopslag (WKO) in de bodem.

In Amsterdam Noord maken Lieven de Key, Firan en Waternet gebruik van riothermie. Hierbij wordt warmte benut die vrijkomt uit het afvalwater in het riool. Een warmtewisselaar van Waternet onttrekt deze restwarmte uit het rioolwater. Vervolgens transporteert Firan de warmte via een slim leidingnet naar een centrale warmtepompinstallatie, die de temperatuur opwaardeert tot het niveau waarmee de woningen van Lieven de Key comfortabel kunnen worden verwarmd.

Voortrekkersrol

Deze buurtinitiatieven laten zien dat de warmtetransitie niet zozeer gebaat is bij grootschalige stadsverwarming maar meer gebaat is met kleinschalige buurtinitiatieven. Het zijn juist deze kleinschalige buurtinitiatieven die innovatie uitlokken en ook in de toekomst gebruikt kunnen worden om nieuwere innovaties aan te koppelen. Wat zou het mooi zijn als corporaties, bewoners en de gemeente hierin hun voortrekkersrol blijven vervullen.

Léon Bobbe is socioloog en volkshuisvester. Hij is onder meer commissaris bij Parteon en oud-bestuurder van Woonstichting Lieven de Key. Als één van de drie columnisten van NUL20 beschouwt hij iedere twee maanden een aspect van de volkshuisvesting, dat relevant is voor de Metropoolregio Amsterdam. Het trio vaste columnisten van NUL20 bestaat naast Bobbe uit Ruud Fiere en Kasper Baggerman. Alle columns van: Leon Bobbe