Boeken

In de NUL20 boekenrubriek worden publicaties besproken op het terrein van stedelijke ontwikkeling, wonen, volkshuisvesting, wijkontwikkeling en leefbaarheid.

Aandacht voor de ‘gedeelde oorzaak’-theorie, die verklaart waarom mensen met problemen meestal in probleemwijken wonen. Een langdurig laag inkomen, zonder vooruitzicht op beter, geen ambitie, geen bijzondere talenten, het leidt al snel tot de noodzaak een goedkope woning in een minder gewilde buurt te huren.

Architect/stedenbouwkundige Henk van Schagen heeft als directielid inmiddels afscheid genomen van zijn Rotterdamse bureau. Maar in ‘De bestaande stad als uitdaging’ komt zijn intellectuele erfenis ruimschoots aan bod, een vernieuwingsbenadering waarbij respect voor bestaande bebouwing en bewoners centraal staat.

Het Oostelijk Havengebied geldt als een vernieuwend urbaan concept. Ondanks de extreme verdichting en de hoofdzakelijk ‘blauwe’ natuur zijn bewoners er doorgaans tevreden. Daar komt natuurlijk de geschiedenis en de romantiek van een oud havengebied bij, gecombineerd met nieuwe architectuur, kunst en horeca-aanbod.

In de serie ‘Amsterdamse herinneringen’ verscheen onlangs een deeltje over de Bijlmermeer. Oral history in zeer rudimentaire vorm. Het geeft een aardig beeld van de pionierstijd, toen de Bijlmer bekend stond als hypermodern stadsdeel voor beter gesitueerde huurders, vanzelfsprekend van Nederlandse origine.

Een leuk idee, het Rochdaleblok in de Van Beuningenstraat als uitgangspunt nemen voor een boek vol herinneringen over een straat. De journaliste Mirjam Brinks deed het en zorgde niet alleen voor leuke interviews, maar ook voor zinnig commentaar. Het blok staat er nog en is inmiddels monument. Met enige fantasie zou je à la Armando van ‘een plek’ kunnen spreken.

Architect en docent (TU Delft) Jasper van Zwol schreef een historisch overzicht met bijna tachtig internationale ontwerpen voor gestapelde woongebouwen, waaronder bijvoorbeeld het Victorieplein van J.F. Staal en Piraeus van Hans Kollhoff. Heel actueel, omdat dit gebouwtype bij stedelijke verdichting vaak als oplossing wordt aangeboden.

Bij sociaal-culturele veranderingen horen nieuwe woonvormen. De VROM-raad onderscheidde er onlangs drie in ‘Wonen in ruimte en tijd’. Om te beginnen is sprake van een toenemende behoefte aan wonen met gelijkgezinden. Wat interessante vragen oproept voor de aanhangers van het Amsterdamse uitgangspunt van ‘de ongedeelde stad’.

 Kunnen we anno 2010 nog iets met de ideeën van de Amerikaans-Canadese activiste en publiciste Jane Jacobs? De selfmade stadsfilosofe zette in de jaren zestig de moderne stedenbouw op zijn kop met haar pleidooi voor een behoedzame stadsvernieuwing die uitging van functiemenging, kleine bouwblokken, een mix van oud- en nieuwbouw en concentratie van voorzieningen.

Op initiatief van Bureau Noordwaarts verscheen een verzameling foto’s en verhalen rond het voormalige Shell-terrein, dat het dichtstbevolkte stuk van Amsterdam gaat worden. Het eerste exemplaar van het boek, Het Mysterie Overhoeks, werd op 16 december aan de eerste bewoners van de nieuwe stadswijk overhandigd.

Gerard Marlet, medeoprichter van onderzoeksbureau Atlas voor Gemeenten, heeft al een flinke lijst publicaties op zijn naam staan. Onlangs verscheen zijn proefschrift ‘De aantrekkelijke stad’. Door verhuisbewegingen te volgen brengt hij vanzelf woonvoorkeuren in beeld.

In 2008 stelde het kabinet de Structuurvisie Randstad 2040 vast. Maar voor het zover was hadden ontwerpers in vrije ‘ateliers’ drie modellen voor de Randstad uitgewerkt. Niet verwonderlijk was één daarvan Wereldstad: Amsterdam als internationaal centrum voor zaken, cultuur en toerisme.

De kantorenmarkt is al een tijd geen groeimarkt meer. Alles draait nu om vervanging en de onderkant van de markt wordt ondertussen steeds kanslozer. Helaas leidt dit in een land met een grote behoefte aan woonruimte, bijvoorbeeld van jongeren en studenten, nog maar zelden tot transformatie.

Zware regenval en daaropvolgende wateroverlast zijn ook in het volgebouwde Amsterdam niet onbekend. Ingenieurs proberen met slimme, maar zeer kostbare ingrepen het tijdelijk teveel aan water op te vangen en snel weer af te voeren. Pötz en Bleuze bepleiten een bredere aanpak. Stedelijk water kan je beter zien te beheersen waar het nodig is, dicht bij de gebruikers.

Kort na de tweede wereldoorlog werd het modernisme de dominante stroming binnen de Nederlandse architectuur. De vooroorlogse traditie werd eenvoudig als ‘reactionair’ terzijde geschoven. In die sterk ideologisch bepaalde periode gold het uitgangspunt dat slechts één opvatting de juiste kon zijn.

Nederland krimpt. Dat is de strekking van de nieuwe ‘Atlas voor gemeenten 2010’, die al weer een maand of twee geleden uitkwam. De krimpangst heeft bij diverse gemeenten inderdaad flink toegeslagen. En de ministeries van BZK en VROM formeerden zelfs al haastig een Topteam Krimp.

Pagina's