Boeken

In de NUL20 boekenrubriek worden publicaties besproken op het terrein van stedelijke ontwikkeling, wonen, volkshuisvesting, wijkontwikkeling en leefbaarheid.

‘Een geografisch portret van Amsterdam’ noemt Jos Gadet zijn onlangs verschenen studie van Amsterdamse buurten. Van Jane Jacobs, die hetzelfde deed voor delen van New York, weet de hoofdplanoloog van de dRO dat je een buurt pas echt kunt beschrijven als je er zelf vaak doorheen bent gewandeld.

Schaalvergroting, ook in de bouw, lijkt een logische benadering. Maar in de praktijk leidt het tot gestapelde complexiteit, onvoorziene vertraging en financieringproblemen. Om over verstoorde werkrelaties maar te zwijgen. Het kan mogelijk anders, namelijk door de ‘lean’ benadering toe te passen. Tot voor kort was er echter voor bouwers en opdrachtgevers geen instructief boek beschikbaar.

Een boek dat er al lang had moeten zijn: Hans Bonkes uitgebreide studie van Amsterdamse pakhuizen. De hoofdstad staat er immers vol mee, waaronder zelfs driehonderd van voor 1800. Lang zijn ze beschouwd als oninteressant en lelijk, totdat de belangstelling voor industriële architectuur en de jongere geschiedenis, vanaf midden vorige eeuw, zorgde voor een herwaardering.

Hoe de stedelijke vernieuwing zich zal ontwikkelen tijdens en na de economische crisis is niet goed te voorspellen. Behoud en organischer vormen van ontwikkelen lijken de tendens te zijn. De wijkaanpak gaat door, zeggen gemeenten en corporaties. Daar passen wellicht ook ‘culturele interventies’ in: bewoners die met kunstprojecten worden gestimuleerd zich actief met hun buurt te bemoeien.

Beheerders van huurcomplexen weten zich soms geen raad met het gebrek aan betrokkenheid van hun bewoners. En als bezit deels wordt verkocht ontstaan gemengde complexen waarin het kostbare onderhoud een heet hangijzer kan worden.

Sinds 2001 zet Museum Het Schip zich vanuit het Spaarndammerplantsoen in voor een herwaardering van de architectuur en de vormgeving van de Amsterdamse School. De ambitie is niet minder om van de bouwwerken van deze lichting architecten een toeristische topattractie te maken. Michel de Klerk als de Hollandse Gaudi.

De jaarlijks verschijnende ‘Atlas voor gemeenten’, waarin de vijftig grootste gemeenten op veertig punten met elkaar worden vergeleken, is dit jaar opgehangen aan een actueel thema: de waarde van cultuur voor de stad. 

Een kijkje achter de voordeur, zo mag je het wel noemen, de portretten die Mirjam Brinks schreef van bewoners van Rochdalepanden in Amsterdam en Purmerend. Eerder deed ze hetzelfde met veel toewijding in het aloude huurcomplex in de Van Beuningenstraat, dat een monument is van de Woningwet.

Volgens het regeerakkoord moeten bewoners van sociale huurwoningen het recht krijgen hun woning te kopen. Veel deskundigen vinden dat onwenselijk tot onuitvoerbaar, maar Minister Donner is door de VVD gemaand toch uiterlijk deze zomer met een voorstel te komen.

Als de lugubere voorspellingen over een snel stijgende zeespiegel waar blijken te zijn, dan heeft wonen op het water zeker de toekomst. Maar ook zonder Bijbels aandoende overstromingen heeft zich in Nederland (en daarbuiten) al een heuse architectuur rond wonen op het water ontwikkeld. Dat gaat inmiddels al veel verder dan het ontwerpen van individuele woonarken of paviljoens.

Door de kredietcrisis en de malaise in de bouw krijgen andere visies op stedelijke ontwikkeling de wind in de zeilen. ‘Samen bouwen aan de stad’, een werkboek dat verslag doet van het ‘Laboratorium Particulier Opdrachtgeverschap’, is één van de vele publicaties die er blijk van geven. Maar wel een heel interessante, omdat het theorie en praktijk op een inspirerende manier verbindt.

Vijf huizen van Appels geboortehuis vandaan is een woning in de Dapperstraat door De Key omgetoverd tot tijdelijke residentie voor studenten van de Rijksakademie. In ‘Het Karel Appelhuis’ zullen ook exposities te zien zijn, o.a. over het leven van de beroemde Cobrakunstenaar. Dit boekje doet verslag van de herontwikkeling.

Rondom het IJ verrijst een nieuw, ‘blauw’ centrum. Voor iedereen zichtbaar, zowel op de zuidelijke als de noordelijke oever. Oud gaat op in nieuw, en verrassende combinaties maken een tocht langs alle transformaties tot een interessant avontuur. Ook de horeca is zichtbaar in opkomst in het gebied, dat overigens zelf veel verschillende karaktertrekken kent.

Het idee van de compacte stad was het beleidsmatige antwoord op de uitstroom van midden- en hoge inkomens uit de Randstad. Dus: eerst bouwen ín en voor de stad, dan pas aan de stad vast of verder weg. Het bekende verhaal van de Vierde Nota en de Vinexwijken.

Pagina's