Wie woont er nou scheef?

Wie woont er nou scheef?

Het laatste halfjaar is de discussie over ‘scheefwonen’ flink opgelaaid. Het ging dan met name om het ‘probleem’ dat er in goedkope huurwoningen huurders zitten met een hoger inkomen dan waarvoor ze bedoeld zijn. Los van de vraag óf dit een probleem is en wat je daar meer aan kunt doen dan de doorstroming bevorderen: welke omvang heeft het scheefwonen eigenlijk in Amsterdam? De antwoorden lopen uiteen van 13 tot 49 procent. Want wat is scheef?

De Amsterdamse Dienst Wonen hanteert de volgende definitie van goedkoop scheefwonen: huishoudens die niet behoren tot de primaire doelgroep (ten tijde van het onderzoek Wonen in Amsterdam 2001 een netto maandinkomen tot 998 euro bij alleenstaanden of 1407 euro bij meerpersoonshuishoudens), maar wel in een goedkope huurwoning (per 1-1-2001 met een kale huur tot en met 323 euro) wonen. Volgens het rapport ‘Wonen in Amsterdam 2001’ woonde in 2001 ruim 31 procent van de Amsterdamse huurders goedkoop scheef. Maar drievijfde deel (18,5 procent) daarvan had een inkomen onder de ziekenfondsgrens (de zogenoemde secundaire doelgroep). Als we de term scheefwoners alleen reserveren voor huishoudens boven de ziekenfondsgrens die in een goedkope huurwoning (kernvoorraad) wonen dan komen we uit op 13 procent ‘goedkope scheefwoners’.


Je kunt in plaats van de huurders ook uitgaan van de goedkope huurwoningen (tot 323 euro per maand). Van de goedkope huurwoningen werd in 2001 51% bewoond door de primaire doelgroep, 29 % door de secundaire doelgroep tot de ziekenfondsgrens, 11% door huishoudens met inkomen van de ziekenfondsgrens tot 1,5 maal modaal en 9% door hogere inkomens. Dat betekent dat bijna de helft van de goedkope huurwoningen ‘scheef’ wordt bewoond. Beschouwen we als goedkope scheefwoners huishoudens boven de ziekenfondsgrens die in een kernvoorraadwoning wonen, dan woont 20 procent van de huurders van goedkope huurwoningen scheef. Op onderstaand kaartje zijn de huishoudens die met een inkomen boven de ziekenfondsgrens in een goedkope huurwoning wonen, berekend als percentage van het aantal goedkope huurwoningen in dat gebied.

De buurten waar relatief het meest scheef wordt gewoond zijn Landelijk Noord, het Oostelijk Havengebied, de burgwallen, Buitenveldert West en Driemond. Het woord ‘relatief’ is hier belangrijk, want het kan hier zoals in Landelijk Noord om zeer kleine aantallen gaan, bijvoorbeeld omdat er weinig goedkope huurwoningen staan.. De meeste scheefwoners in absolute cijfers wonen volgens het rapport Wonen in Amsterdam 2001 binnen de ring: de stadsdelen Centrum, Westerpark, Oud-West en Oud Zuid.

Jeroen van der Veer
Fred van der Molen

Bron: Wonen in Amsterdam 2001

Wie woont er nou scheef?

Het laatste halfjaar is de discussie over ‘scheefwonen’ flink opgelaaid. Het ging dan met name om het ‘probleem’ dat er in goedkope huurwoningen huurders zitten met een hoger inkomen dan waarvoor ze bedoeld zijn. Los van de vraag óf dit een probleem is en wat je daar meer aan kunt doen dan de doorstroming bevorderen: welke omvang heeft het scheefwonen eigenlijk in Amsterdam? De antwoorden lopen uiteen van 13 tot 49 procent." data-share-imageurl="">