18.09.20

De maximale huur in de sociale sector en in het middensegment moet afhankelijk zijn van de grootte van de woning, meent Paulus Jansen, oud-directeur van de Woonbond. Ook is hij voorstander van een wettelijke norm voor het minimaal aantal m2 vloeroppervlak.

Pleidooi om maximumhuur te koppelen aan woninggrootte
Stop die dure kippenhokken!

De opinie van:

Zowel in de nieuwbouw als door transformatie en woningsplitsing zijn heel kleine ‘zelfstandige woningen’ aan een spectaculaire opmars bezig. Er lijkt geen bodem te zitten in het woonoppervlak; waren ze in het begin 25-35m2 groot, tegenwoordig worden ‘hokjes’ kleiner dan 20m2 gebouwd. 
 
So what? Zeker, in de grote steden is het aandeel een- en tweepersoonshuishoudens inmiddels 75 procent terwijl de woningvoorraad veelal is afgestemd op gezinnen met kinderen. Maar daar valt wel wat op af te dingen. Misschien dat een student blij is met een kamertje van 10m2, maar een 35-jarige alleenstaande krijgt last van claustrofobie in zo’n kippenhok. 
Voor projectontwikkelaars is er maar één reden om zich massaal op mini-appartementen te storten: de opbrengst per m2 is in vergelijking met klassieke woningen goddelijk hoog. Het is zelfs mogelijk  ‘sociale huur’ realiseren omdat iedere woning met een huur onder de liberalisatiegrens in aanmerking komt voor huurtoeslag, ook al krijg je voor die €700 maar 25m2. 
Daarom pleit ik ervoor het wettelijk plafond voor sociale huur en middenhuur afhankelijk te maken van de grootte van de woning. Bij 20m2 €400, 30m2 €550, 40m2 €670, 50m2 €770 en bij grotere woningen €10/m2 extra. De plafondbedragen zijn de door mij geschatte kostprijshuren bij nieuwbouw in hoogstedelijk gebied.
Het is duidelijk dat hiermee de bouw van kippenhokken ontmoedigd wordt: het is niet meer mogelijk een appartement van 30m2 voor €900 te bouwen als aanbod in het middensegment, of van 20m2 voor €700 als onderdeel van sociale huur. Tegelijkertijd wordt een tweede probleem opgelost: de sociale huurgrens voor grote woningen gaat omhoog en voor kleine woningen omlaag. Dat kan voorkomen dat woningcorporaties in de toekomst steeds kleinere woningen bouwen.

Teveel mensen wonen in te kleine woning

Zo’n huurplafond doet ook iets aan een andere praktijk: steeds meer mensen wonen in een té kleine woning. Lang geleden was dat ook een probleem. In 1965 kwamen de Voorschriften en Wenken (V&W) uit, met name bedoeld om woningen te ontwerpen van voldoende omvang. Door middel van ‘matjes’ moest worden aangetoond dat in een gezinswoning voldoende bedden konden worden geplaatst, een grote eethoek, een berging met plek voor 5 fietsen etc. etc. Midden jaren zeventig gingen de V&W bij het oud papier. Door de groeiende welvaart werden de woningplattegronden jaar-jaar-uit groter, dus die bedden pasten voortaan wel. 
In 2017 had een gezin gemiddeld 37 m2 per persoon tot zijn beschikking; een alleenstaande maar liefst 87 m2. Die cijfers zijn gebaseerd op het gemiddelde over heel Nederland. Eigen woningbezitters wonen veel ruimer als huurders in de sociale sector. En aan de onderkant van de woningmarkt wonen arbeidsmigranten en mensen die zijn aangewezen op de maatschappelijke opvang vaak op minder van 15 m2.
Ik ben er dan ook voorstander van dat er een wettelijk norm komt voor het minimaal aantal m2 vloeroppervlak, afhankelijk van het aantal personen van een huishouden. Voor huishoudens waarvan de hoofdbewoner ouder dan 30 jaar is, stel ik voor: één persoon 40m2, twee personen 60m2, daarna per kind 10m2 extra. In de nabijheid van knooppuntstations 25 procent minder: daar is de ruimte schaars en moet de woningzoekende een afweging maken tussen wat meer reistijd of wat extra ruimte.

Plan voor de Volkshuisvesting

Zijn deze voorstellen haalbaar en betaalbaar? Dat zijn ze, maar alleen als ze onderdeel zijn van een breder opgezet plan. Dat plan is er: het Plan voor de Volkshuisvesting, eind 2019 vastgesteld door de verenigingsraad van de Woonbond. Het plan wordt gesteund door 12 grote maatschappelijke organisaties zoals vakbonden, cliënten-, studenten- en ouderenorganisaties. Cruciaal onderdeel van dat plan is de revitalisering van de corporaties. Niet als belegger-light, maar als sociale huisvester. 

Paulus Jansen was tot medio 2020 directeur van de Woonbond en daarvoor onder meer lid van de Tweede Kamer en wethouder in Utrecht.
 

Trefwoorden:

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
CAPTCHA
Plaats svp een vinkje. Dit is om spam te vermijden.