Speculanten en revolutiebouwers

12.02.20
Tussen de vaststelling in 1877 van het plan-Kalff voor de uitleg van de stad en het begin van de 2e Wereldoorlog in 1940 zijn in Amsterdam bijna 135.000 nieuwe woningen gebouwd. Het overgrote deel daarvan, ruim 100.000, is gerealiseerd door ontwikkelaars met een winstoogmerk. De woningbouwverenigingen die 10 jaar na de invoering van de Woningwet van 1901 langzamerhand op stoom kwamen hebben hun inspanningen van het begin af aan goed gedocumenteerd, maar dat geldt zeker niet voor die van de particuliere ontwikkelaars. Rens Smid heeft als doel met zijn studie om die lacune op te vullen en te beschrijven hoe zij hun bijdrage aan de ontwikkeling van de stad vorm gaven.
 
Welke regels golden er in de bouw in Amsterdam? Hoe werden grondposities en later erfpachtcontracten verkregen? Hoe kwamen de projectontwikkelaars aan hun financiering? Welke rol speelden de hypotheekbanken? Hoe verliep de exploitatie? Dat zijn interessante vragen waar de studie licht op werpt. Het grote probleem is dat er maar weinig materiaal bewaard is gebleven uit die lange periode. Smid heeft dan ook gewoekerd met de schaarse informatie die hij boven tafel wist te halen, soms aangevuld met studies uit die jaren. Het maximaal gebruiken van de beperkte informatie leidt er regelmatig toe dat de gepresenteerde informatie onnodig gedetailleerd is. Smid maakt noodgedwongen veel gebruik van het overvloedig aanwezige archiefmateriaal over het gemeentelijk handelen ten opzichte van de projectontwikkelaars, maar dat geeft niet direct inzicht in hun eigen overwegingen en berekeningen. Het boek bevat prachtige kaarten van Bouw- en Woningtoezicht van de bloksgewijze uitleg van de stad. Die hadden een uitgebreidere toelichting verdiend dan alleen de locatie-aanduiding.  

Weinig bronnen

Volgens Smid werden de particuliere ontwikkelaars indertijd door velen beschouwd als speculanten en revolutiebouwers en bestaat dat negatieve beeld tot de dag van vandaag. Het tweede doel van zijn studie is om na te gaan of het feitenmateriaal bevestigt dat zij dat inderdaad waren. Met artikelen uit kranten en tijdschriften en uitgebreide weergave van discussies in de gemeenteraad van Amsterdam, vaak naar aanleiding van vragen van raadsleden ter linkerzijde van het politieke spectrum, roept Smid een beeld op van het debat. Het feitenmateriaal dat hij aandraagt is erg interessant, maar ook erg dun. Hij beschrijft bouwprojecten van vijf van de vele tientallen tot wellicht honderd ontwikkelaars, gegevens over de tarieven van vijf hypotheekbanken, de prijsontwikkeling over langere tijd van 25 percelen en fragmentarische gegevens over de exploitatie. Daarbij gaat de studie over ruim 60 jaar en heeft het schaarse materiaal betrekking op sterk van elkaar verschillende periodes met steeds veranderende regelgeving en economische omstandigheden. Het maakt nogal wat uit of het gaat over De Pijp of over de Concertgebouwbuurt!

Nu populair

In zijn conclusie wijst Smid op de huidige populariteit van de buurten die vanaf het eind van de 19e eeuw gebouwd zijn. Het bewijst volgens hem dat projectontwikkelaars heel goed in staat waren duurzame woningen en wijken te realiseren. De vraag is of hij dat nu ook had kunnen beweren zonder de 25 jaar aan stadsvernieuwingsinspanningen van de overheid en corporaties in die wijken.

Speculanten en revolutiebouwers - Projectontwikkeling in Amsterdam 1877-1940. Auteur Rens Smid. Uitgeverij Van Tilt. €29,50, 208 pagina's. ISBN 9789460044595