Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Bestrijding dakloosheid: Wonen Eerst lijkt aan te slaan

Eerst een woning aanbieden, pas daarna de persoonlijke problemen van daklozen oplossen. Zo willen steeds meer MRA-gemeenten hun opvangbeleid hervormen. Haarlem heeft inmiddels goede ervaringen met de nieuwe aanpak en ook in Amsterdam lijkt de versnelde woningtoewijzing aan te slaan. Wat betekent deze beleidsomslag voor woningcorporaties en de verdeling van schaarse woningen?

Tekst - auteur(s)
Jaco Boer
Image
Daklozendag van de Amsterdamse Protestantse Diaconie in 2018. Foto: NUL20

Twee jaar geleden werden in Haarlem via Wonen Eerst in samenwerking met zorgverleners en woningcorporaties tien dakloze huishoudens versneld aan een woning met ambulante begeleiding geholpen. Aanleiding voor de proef was het nieuwe coalitieakkoord waarin deze methode tot prioriteit werd uitgeroepen in het daklozenbeleid. Volgens deze methode is het zinvoller en effectiever om thuisloze burgers niet eerst op te vangen in een traditionele daklozenopvang, maar hen zo snel mogelijk een eigen woning te geven waar ze worden geholpen met het oplossen van hun persoonlijke problemen. Dat voorkomt dat mensen te lang in de opvang zitten, verslavingen of psychische klachten zich verergeren en terugkeren naar een reguliere woning steeds moeilijker wordt. Andere gemeenten als Den Bosch en Utrecht hadden met de nieuwe aanpak al goede ervaringen opgedaan.

Regionaal Actieplan Dakloosheid

Ook in Haarlem bleek het mogelijk om voor alle huishoudens in korte tijd een eigen woning met begeleiding te regelen. Vier gezinnen hoefden daardoor maar enkele maanden in de traditionele opvang te verblijven, de andere zes vonden in afwachting van een eigen appartement zelf tijdelijk onderdak. De kersverse bewoners waren niet alleen dolgelukkig met hun woning, maar bleken ook meer vertrouwen in de nieuwe aanpak te hebben. Gestimuleerd door het succes van deze koplopersgroep besloten alle betrokken partijen de nieuwe aanpak verder uit te rollen naar omliggende gemeenten. Afgelopen najaar ondertekenden alle gemeentebesturen in Zuid-Kennemerland, Haarlemmermeer en de IJmond met zorgverleners en woningcorporaties het Regionaal Actieplan Dakloosheid, waarin Wonen Eerst is verankerd. Binnen een jaar kunnen in deze regio daardoor vijftig tot zestig huishoudens versneld aan een eigen woning met ambulante begeleiding worden geholpen. De nieuwe aanpak is voor de gemeente goedkoper, omdat er minder een beroep hoeft te worden gedaan op de traditionele daklozenopvang. Een plek in een opvanglocatie met zorg en ondersteuning kost al snel meer dan vijftigduizend euro per jaar.

“We zien dat mensen hun leven weer sneller op de rit hebben als je hen eerst een veilige thuisplek biedt. Je voorkomt daarmee dat hun problemen escaleren”

Beleidsmedewerker Nina Kienhuis van de gemeente Haarlem is enthousiast over de resultaten die in de eerste twee jaar met Wonen Eerst zijn behaald. “We zien dat mensen hun leven weer sneller op de rit hebben als je hen eerst een veilige thuisplek biedt. Je voorkomt daarmee dat hun problemen escaleren.” Anders dan de rijksoverheid in haar Nationaal Actieplan Dakloosheid voorschrijft, komen in Haarlem voor de methode niet alleen mensen die verminderd zelfredzaam zijn in aanmerking voor een versnelde woningtoewijzing met begeleiding, maar is de doelgroep breder. Huishoudens krijgen weliswaar een huurcontract op eigen naam maar dat wordt pas na twee jaar – als ze hebben laten zien dat ze zelfstandig kunnen wonen – omgezet in een overeenkomst van onbepaalde duur. Ook zijn ze verplicht om aanvullende afspraken over het accepteren van zorg te ondertekenen in een zogenaamde ‘driehoekscontract’. Vooral voor woningcorporaties zijn dit belangrijke garanties om op een zorgvuldige manier de voormalig daklozen naar reguliere woonwijken terug te laten keren.

Wonen Eerst is niet geschikt voor daklozen met zware psychische of lichamelijke problemen. Die blijven aangewezen op de traditionele opvang met intensieve zorg. Dakloze arbeidsmigranten hebben evenmin toegang tot de regeling, omdat zij buiten de financiële afspraken van de WMO vallen en te kort in Nederland zijn om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. Kienhuis: “Met Wonen Eerst kunnen we op dit moment alleen het topje van de ijsberg bedienen en voorkomen dat mensen langdurig op straat of in de opvang belanden. Om dakloosheid voor een grotere groep mensen te verminderen, moeten er veel meer woningen worden gebouwd en de bestaande voorraad beter worden benut.”
 


De gemeenten aan de westkant van de Metropoolregio Amsterdam zijn niet de enige die wel iets zien in Wonen Eerst. Uit de recente monitor van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) die de doorwerking van het Nationaal Actieplan Dakloosheid meet, blijkt dat bijna alle deelregio’s zich voorbereiden op de nieuwe aanpak. De ene gemeente lijkt daarin wel iets verder dan de andere. Zo hebben zowel Purmerend als Zaanstad met omliggende gemeenten nog geen regionaal actieplan vastgesteld. Maar is Zaanstad in tegenstelling tot Purmerend al begonnen met het omvormen van grootschalige opvanglocaties naar kleinschalige woonvoorzieningen. Met Wonen Eerst is er immers minder behoefte aan langdurige opvangvoorzieningen. Dankzij de zogenaamde ETHOS-telling van Hogeschool Utrecht heeft de Zaanstreek ook een gedetailleerder beeld van het werkelijk aantal daklozen in haar regio. In Purmerend vindt die telling pas in 2027 plaats.

“Mensen blijven te lang hangen in de reguliere opvang, omdat er onvoldoende betaalbare woningen vrijkomen”

Almere zet als middelgrote stad in de MRA inmiddels ook haar eerste stappen richting Wonen Eerst, samen met Lelystad, Dronten en de Noordoostpolder. “Je wilt er zo vroeg mogelijk bij zijn om complexe problematiek bij mensen te voorkomen”, verklaart beleidsadviseur Maatschappelijke Opvang Tim den Ouden. Een groot knelpunt bij het oplossen van dakloosheid blijft de geringe doorstroming op de woningmarkt. “Mensen blijven te lang hangen in de reguliere opvang, omdat er onvoldoende betaalbare woningen vrijkomen. De druk op de opvanglocaties neemt daardoor toe. We hebben nu regionaal 180 opvangplekken met een verdubbeling in de wintermaanden. Maar het aantal daklozen is met drie- tot vierhonderd mensen een stuk hoger. En dan tel ik de mensen die op vakantieparken verblijven of bij vrienden op de bank slapen nog niet mee.”

Image


Cathelijn Groot herkent als projectleider Huisvesting Urgente Groepen van de gemeente Amsterdam het probleem van een stokkende doorstroming, zowel binnen als buiten de opvangketen. “We vangen heel veel dak- en thuislozen op en huisvesten hen in sociale huurwoningen. Maar de wachtlijsten blijven groeien.” Afgelopen week bepaalde het nieuwe bestuurscollege dat ook in de hoofdstad Wonen Eerst een belangrijk uitgangspunt moet worden bij het terugdringen van dakloosheid. Groot staat achter dat idee en verkent vanuit de gemeente met woningcorporaties en zorgaanbieders op dit moment de invoering van een pilot waarin wordt gewerkt met tijdelijke driehoekscontracten. “Tot nu toe worden in de stad huurovereenkomsten voor mensen die gaan wonen met begeleiding altijd via zorgverleners afgesloten en zit er geen maximum van twee jaar verblijf aan gekoppeld. Dat zal mogelijk veranderen door de nieuwe uitgangspunten.”

“Woningen die we nu aan de voorkant beschikbaar stellen, hielden we vroeger paraat voor daklozen die uit de opvang kwamen. Per saldo maakt het voor de woonruimteverdeling dus niet uit”

In de MRA is Wonen Eerst als nieuwe beleidslijn dus aan een duidelijke opmars bezig. Maar wat betekent dit voor woningcorporaties en de verdeling van schaarse woningen? André van Diest, die binnen Ymere verantwoordelijk is voor het huisvesten van kwetsbare doelgroepen, is er duidelijk over. “Woningen die we nu aan de voorkant beschikbaar stellen, hielden we vroeger paraat voor daklozen die uit de opvang kwamen. Per saldo maakt het voor de woonruimteverdeling dus niet uit.” Het aantal huizen dat de corporatie via Wonen Eerst verhuurt, gaat ook af van het contingent dat Ymere al in 2021 overeenkwam over de opvang van daklozen die de maatschappelijke voorzieningen uitstromen. De aantallen zijn bovendien bescheiden: in de gemeente Haarlemmermeer biedt de corporatie via de regeling dit jaar maximaal tien huishoudens versneld een woning aan. In Haarlem gaat het om zestien huishoudens maar die opgave wordt gedeeld met Elan Wonen en Pré Wonen.

“In kwetsbare wijken waar nu al veel doorstroming is, moet wel voldoende draagvlak blijven voor het huisvesten van deze mensen”

Volgens bestuurder Marieke Heilbron van Elan Wonen kunnen de woningaantallen via Wonen Eerst en andere vormen die buiten de reguliere woonruimteverdeling vallen, nog wel iets omhoog. “Op dit moment wordt in de regio ongeveer dertig procent van de vrijkomende woningen via directe bemiddeling aan urgente groepen verhuurd. Maar veertig procent vind ik ook nog wel acceptabel als een stad dit kan dragen. Je moet wel goed kijken waar je deze mensen huisvest. In kwetsbare wijken waar nu al veel doorstroming is, moet wel voldoende draagvlak blijven voor het huisvesten van deze mensen.”

Housing First of Wonen Eerst?

Wie zich verdiept in de aanpak van dakloosheid, komt naast het begrip Wonen Eerst ook geregeld de term Housing First tegen. In het buitenland wordt dat woord vaak gebruikt voor dezelfde filosofie als Wonen Eerst: bied daklozen aan het begin van hun traject een woning aan om verdere escalatie van hun problemen te voorkomen, zodat ze een duurzame wooncarrière op kunnen bouwen. Meestal zijn wonen en zorg er wel strikter gescheiden dan in Nederland waar deelnemers begeleiding van een zorgverlener moeten accepteren. Maar het basisprincipe is identiek. In Nederland wordt onder Housing First echter beleid verstaan dat meer is gericht op daklozen met meervoudige en complexe problemen. Die groep heeft veel meer zorg en begeleiding nodig dan de huishoudens die voor het bredere Wonen Eerst in aanmerking komen. Internationaal worden de verschillen wel aangeduid als de Amerikaanse dan wel de Finse aanpak waarbij het in het laatste geval gaat om versnelde huisvesting voor alle typen daklozen.

Om het aantal dak- en thuislozen in de MRA de komende jaren drastisch te verminderen, zal er naast Wonen Eerst ook meer aan het voorkomen van dakloosheid moeten worden gedaan. Beide corporaties melden op dat vlak al de nodige successen. Zo hoefde Ymere afgelopen jaar maar in één geval een huurder uit zijn woning te zetten vanwege hardnekkige betalingsachterstanden. Ook bij Elan Wonen is het aantal contracten dat wordt beëindigd vanwege huurachterstanden heel klein geworden. “We gaan er al in de eerste maand op af en bieden sneller een betalingsregeling aan”, zegt Heilbron. Bij heftige overlast krijgen bewoners bovendien sneller een waarschuwing dat ze hun woning kunnen verliezen. Van Diest: “Mensen schrikken als we hen formeel een laatste kans geven om uitzetting te voorkomen. In veel gevallen binden ze in.”

Tekst is aangepast op 18 juni om 7.30 uur: aanvankelijk stond er dat in Haarlem een plek in de opvang een half miljoen euro per jaar kostte. Dat moest vijftigduizend euro zijn.