Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Eerste verdieping
De lessen van Amsterdams eerste ecowijk
Tien jaar GWL-terrein
EnergiedossierDeze zomer vierden de bewoners van het GWL-terrein het 10-jarig bestaan van hun ecowijk. Vijf corporaties bouwden er halverwege de jaren negentig samen met het stadsdeel en de buurt zeshonderd milieuvriendelijke woningen op een groen, autovrij binnenterrein. Hoe kwam die bijzondere woonwijk tot stand en valt er voor nieuwe milieuprojecten iets van te leren?
Autoperikelen
Voor veel bewoners was de groene en kindvriendelijke inrichting van het GWL-terrein reden om er te gaan wonen. Toch heeft het autovrije karakter ook voor ergernis en problemen gezorgd. Aan de rand van het terrein zijn wel 130 parkeerplaatsen beschikbaar voor de zeshonderd huishoudens, maar die plekken kunnen ook door anderen worden gebruikt. Een plaats huren in de parkeergarage die later naast de wijk werd gebouwd, is wel mogelijk. Maar de bewoners van het GWL-terrein moeten daarvoor wel een commercieel tarief betalen.
Voor stadsvernieuwingsurgenten die vóór 2006 naar de buurt verhuisden, is er een extra probleem. Normaal mogen zij hun parkeervergunning meenemen naar de nieuwe wijk, maar het GWL-terrein was vanwege het autovrije karakter lange tijd van die regeling uitgesloten. René Koops die in oktober 2005 uit de Baarsjes naar de ecowijk verhuisde, parkeert daardoor al twee jaar zijn auto op een gratis plek langs de A10 in Geuzenveld. Als hij met zijn gezin ergens heen wil, moet hij eerst tien minuten fietsen om de wagen op te halen. “Zeker bij regen baal ik daar goed van.” Gelukkig is over een paar maanden het leed geleden. Dan verhuist hij naar een koopwoning op IJburg met een parkeerplaats onder zijn huis.

De ecowijk op het terrein van de Gemeente Water Leidingmaatschappij (GWL) heeft vele geestelijke vaders. Volgens buurtbewoner en voorzitter van de GWL-Koepelvereniging Joze van Stigt waren het actieve bewoners uit de Staatsliedenbuurt die bij het kersverse stadsdeel aandrongen op een autovrije milieuwijk. Maar Ineke Karemaker, als projectleider vanuit het stadsdeel vanaf het allereerste moment bij de plannen betrokken, houdt vol dat de politiek zelf op het idee kwam. Beiden zijn het er wel over eens dat een bijzondere wijk is ontstaan waar met veel plezier wordt gewoond. Veel milieumaatregelen waarmee de wijk pionierde, hebben later hun weg gevonden naar andere buurten in binnen- en buitenland.

Het project is bijzonder vanwege de vele milieusnufjes die soms nog nergens waren uitgeprobeerd. Minstens zo opvallend is de vergaande invloed die bewoners hadden op het ontwerp van de wijk. Alle vijf architecten die verantwoordelijk waren voor de afzonderlijke woonblokken, moesten in ontwerpteams samenwerken met toekomstige bewoners. Ook praatten de bewoners intensief mee over de inrichting van het maaiveld en de inhoud van het stedenbouwkundig plan. Onder druk van buurtbewoners is de helft van de zeshonderd geplande woningen in de sociale huursector gebouwd. Van de driehonderd koopwoningen was bovendien tweederde niet duurder dan twee ton in guldens. Strenge toewijzingsregels zorgden ervoor dat maar liefst negentig procent van de huurders en zestig procent van de kopers uit het stadsdeel kwam.

Zelfs nu hebben de bewoners via de Koepelvereniging, waarin alle partijen zijn vertegenwoordigd, nog veel invloed op het beheer van de wijk. Ze kunnen meepraten over onderhoudsplannen en investeringen. Niet iedereen is daar volgens Van Stigt blij mee. Toch heeft Gerrit Lageman, die namens de vijf corporaties het project coördineerde via de stichting Ecoplan, altijd het voordeel in gezien van zoveel bewonersparticipatie. “Het zorgt voor extra druk op de ketel zodat iedereen zijn afspraken nakomt.” Karemaker heeft zich echter wel eens afgevraagd hoeveel inspraak een project kan verdragen. “Voor alle betrokkenen waren het tropenjaren. Vier jaar lang heb ik drie keer per week ’s avonds over de wijk vergaderd.” Toch erkent zij dat mede dankzij de uitgebreide inspraakmogelijkheden het bestemmingsplan zonder bezwaren uit de buurt in één keer kon worden goedgekeurd.

Lagere én hogere rekeningen

Terug naar de milieumaatregelen. Wat is er op het GWL-terrein zoal bedacht om het milieu te sparen en wat is van al die ideeën terechtgekomen? Zonder meer een succes zijn de extra gevelisolatie en de oriëntatie van de woonkamers op het zuiden. Die zorgen voor veel lagere energierekeningen. Hetzelfde geldt voor de aansluiting van een deel van de was- en vaatwasmachines op het centrale warmwaternet, waardoor minder stroom nodig is voor het opwarmen van het (af)waswater. De waterbesparende kranen en douchekoppen zorgden verder voor een lager waterverbruik. Dankzij de grasdaken op de twee hoge langgerekte woonblokken aan de rand van de wijk loopt er minder regenwater het riool in en kan zelfs een deel van het hemelwater worden hergebruikt in het toilet.

Toch zorgde dat laatste milieusnufje ook voor problemen. Het zand dat met de regen meekwam, verstopte al na een half jaar de pompputten. Bovendien blijft een deel van het zand na spoeling achter in de toiletpot, wat niet iedere bewoner kan waarderen. Volgens Lageman kan het systeem alleen functioneren met veel (duur) onderhoud. Door een verkeerde afstelling bleek bovendien jarenlang niet de beloofde 85 procent van het spoelwater uit regen te bestaan. Inmiddels wordt dat percentage wel gehaald.

Met de warmtekrachtcentrale, waar restwarmte wordt hergebruikt voor verwarming van de woningen, hebben de bewoners ook aardig getobd. De hoge grondwaterstand zorgde bij hevige regenbuien voor het onderlopen van veel woningkelders. En daarin lagen nu net de leidingen en individuele warmtewisselaars van het systeem. De materialen bleken niet bestand tegen de overstromingen en moesten onlangs deels worden vervangen. Een dure klus. Om het rendement van de eigen warmtekrachtcentrale niet in gevaar te brengen, mochten er op de daken van de woningen geen zonnepanelen worden geplaatst, tot verdriet van veel bewoners. Lageman zou zelf in een volgend project niet meer voor zo’n collectieve oplossing kiezen. “Er zijn inmiddels veel betere en meer individuele systemen op de markt.”

Toch overheerst bij Van Stigt de tevredenheid over de bereikte milieuresultaten. “Het project was een experiment en was zijn tijd op een aantal terreinen ver vooruit. Als je bekijkt wat allemaal wél goed is gegaan, zijn de resultaten toch veelbelovend.” Ook Karemaker is nog altijd trots op de milieuvriendelijke wijk. “Er wordt erg weinig verhuisd en de bewoners hebben hechte onderlinge contacten. Zelfs na tien jaar wordt er door hen nog van alles op het terrein georganiseerd.”

Rijp voor herhaling?

Zou het GWL-project in deze tijd herhaald kunnen worden? Van Stigt meent van wel. “Door alle milieu-experimenten en alternatieve woningplattegronden heeft niemand er destijds iets op verdiend. Maar nu je weet hoe het moet, kun je zo’n wijk ook kostendekkend of zelfs met winst neerzetten. Bovendien zijn de sociaal-maatschappelijke baten erg hoog. Veel bewoners zijn actief in de wijk.” Karemaker ziet ook wel mogelijkheden voor nieuwe ecowijken, mits er genoeg voorzieningen om de hoek liggen. “In een stad als Almere waar nog geen dertig woningen per hectare staan, wordt het lastig.” En autovrij lukt niet meer, vanwege het grote aantal tweeverdieners met verschillende werkplekken.

Verder zal het lastig zijn om elders op dezelfde goede manier met elkaar samen te werken als op het GWL-terrein. Lageman: “Iedereen kende elkaar nog uit de stadsvernieuwingstijd. Processen konden daardoor soepeler lopen. Dat er zoveel corporaties samenwerkten, was ook bijzonder. Dat zou je tegenwoordig amper kunnen organiseren.” Ook Karemaker roemt de goede samenwerking. “Er heerste een sfeer van ‘samen ervoor gaan’. Dat heb ik later nergens anders meer zo sterk ervaren. Typisch een geval van de juiste mensen op het juiste moment op de juiste plek.”

Jaco Boer

Aankondiging: Stadsdeel Westerpark, stichting Ecoplan en Koepelvereniging GWL-terrein organiseren begin 2008 een symposium over “10 jaar GWL-terrein – 10 jaar ecowijk”.