De zorgcoöperatie

Burgers organiseren zelf hun zorg
De zorgcoöperatie

Op het platteland is nabuurschap vaak iets vanzelfsprekends. In de stad kennen buren elkaar daarentegen soms nauwelijks. Groepen stedelingen organiseren inmiddels hun eigen netwerk om elkaar bij te staan op het moment dat het nodig is. De zorgcoöperatie brengt het dorp terug in de stad.

Noorderzon
Naast zorgnetwerken zijn er ook ouderen die gezamenlijke bouwplannen ontwikkelen, niet alleen om bij elkaar te wonen maar ook bijvoorbeeld om vanuit de woongemeenschap gezamenlijk thuiszorg in te kopen. Eén van die initiatieven is Noorderzon, dat met dertig senioren op zoek is naar een plek om te bouwen. Han de Jong is daar een van: “We willen bij elkaar wonen, maar ook een sociaal buurtrestaurant opzetten om actief te blijven en zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Nu de zorg wordt afgebroken willen we daar niet afhankelijk van zijn en willen we zelf zorg inkopen.” De groep van De Jong heeft drie plekken op het oog, waarvan het voormalige stadsdeelkantoor van Zuideramstel aan het President Kennedyplantsoen het meest kansrijk is. Noorderzon heeft zich verenigd met zeven vergelijkbare initiatieven om kennis te delen.

Op het platteland is nabuurschap vaak iets vanzelfsprekends. Wie ouder wordt en niet alles meer zelf kan doen, kan terugvallen op een netwerk van bekenden in de omgeving. Van kleine klusjes tot mantelzorg, omwonenden helpen elkaar totdat het op een gegeven moment echt niet meer gaat. Maar in de stad is dat minder vanzelfsprekend, hoewel daar wel behoefte is, zegt Anneke Huygen van Stadsdorp Zuid.
Drie jaar na de oprichting van Stadsdorp Zuid, hebben zich meer dan 350 bewoners van 55 jaar en ouder aangesloten, waardoor de organisatie onafhankelijk van subsidies kan bestaan. “Wij wilden het dorp weer terugbrengen in de stad,” zegt Huygen. “Vroeger had je de kerk; buurthuizen worden ook steeds vaker opgeheven. De sociale controle is weggevallen en dat proberen wij met elkaar op te vangen.”
Naast bridgeavonden, gemeenschappelijke wandelingen en borrels voor de sociale contacten, is het uitdrukkelijk de bedoeling dat de leden een beroep op elkaar doen. “Wij zijn van een generatie waarbij het niet vanzelfsprekend is dat je iemand anders om hulp vraagt. Maar het is heel prettig als er iemand in de buurt is die even een boodschap kan doen als je het even zelf niet kan.” Hoewel het Stadsdorp nog een jong netwerk is, beginnen leden nu ook een beroep op elkaar te doen. Om dat te vergemakkelijken zijn zogenoemde binnenbuurten opgezet, met de bedoeling dat kleine groepjes leden die in dezelfde buurt wonen elkaar gemakkelijker kunnen vinden.

Lidmaatschap

Leden betalen ongeveer tien euro per maand en zij krijgen daar niet alleen sociale contacten voor terug. Het bestuur organiseert bijvoorbeeld lezingen voor leden. “We hebben avonden over euthanasie, dementie of erfenissen gehad. Dat zijn geen vrolijke en gemakkelijke onderwerpen, maar wij vinden dat wel belangrijk,” zegt Huygen. Een netwerk als Stadsdorp Zuid kan ook hoogbejaarden helpen; leden van in de negentig gaan mee naar de film. “Op die manier haal je mensen uit een sociaal isolement.”
Naast een sociaal netwerk heeft Stadsdorp Zuid ook een functie als hulpcentrale. Er zijn bijvoorbeeld contacten gelegd met betrouwbare klusjesmannen en -vrouwen, die kunnen helpen bij kleine ongemakken in huis. Leden profiteren binnenkort mogelijk ook van kortingen bij lokale ondernemers die door het Stadsdorp worden aangeprezen.
Huygen hoopt dat in de toekomst ook meer jongeren zich aan zullen sluiten. “Een oudere kan wachten totdat bijvoorbeeld de nieuwe koelkast wordt gebracht bij drukke jonge tweeverdieners thuis en zo’n jong stel kan soms misschien een boodschap doen voor een oudere. Daar hadden we eigenlijk vanaf het begin mee moeten beginnen.” In een van de andere stadsdorpen die het voorbeeld van Zuid hebben gevolgd, zijn wel vanaf het begin jongere mensen betrokken. Inmiddels zijn in de binnenstad en in de Vondelparkbuurt twee stadsdorpen actief en zijn liefst nog vijftien initiatieven in oprichting.
Een andere belangrijke taak die het Stadsdorp op zich heeft genomen is om het zorgaanbod in de buurt in kaart te brengen. Met één aanbieder, zorgverlener Puur Zuid, zijn afspraken gemaakt waardoor de leden steeds met een zelfde groep zorgverleners te maken hebben. Maar samen zorg inkopen, gaat te ver, zegt Huygen. “Dat wordt te ingewikkeld. De een heeft ook heel andere zorg nodig dan de ander.”

Lucas Community

Toch wil men in Osdorp wel die kant op. Vanuit de zelfvoorzienende wijkcoöperatie Lucas Community en met ondersteuning van onder meer Mostafa el Filali van het Amsterdams Steunpunt Wonen heeft een groep van vijf vrouwen van Marokkaanse afkomst die een zorgopleiding op zak hebben, aangegeven een rol te willen spelen in de zorg van buurtgenoten. “Thuishulp kunnen we al gaan bieden, maar persoonlijke verzorging thuis, is meteen heel ingewikkeld. Je loopt tegen een enorme bureaucratie aan.”
Daarom wordt nu eerst ingezet op samenwerking met de professionele zorgpartner Avicen. “Avicen doet dan het deel waar de buurtbewoners elkaar niet mee kunnen helpen.” Het grote voordeel van een zorgcoöperatie is volgens El Filali dat die minder kosten met zich meebrengt en lokaal gericht is.
In het najaar moet duidelijk worden wat de kansen van de zorgcoöperatie precies zijn, onder meer omdat voor ondersteuning ook wat geld nodig is. Volgens El Filali zal het aan de behoefte niet liggen: “Wij weten dat er honderden zorgvragers zijn en we zijn aan het kijken wie samen met de vijf Marokkaanse vrouwen mee zou willen doen om buurtgenoten te helpen.”
Uiteindelijk moet het zorgnetwerk een onderdeel worden van de Lucas Community. “Zodat je verzorgd kunt worden door iemand uit de buurt en dat je je rollator in de fietsenwinkel kunt laten repareren. Ouderen kunnen ook iets terugdoen, bijvoorbeeld door kinderen uit de buurt voor te lezen.” El Filali krijgt leuke reacties van ouderen in de buurt. “Sommigen vragen ons of we al zijn begonnen.”