De woningmarkt in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) blijft overspannen, ook al zijn er in 2024 14.000 woningen bijgekomen. Dat blijkt uit het tweejaarlijkse onderzoek Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (WiMRA) 2025. Het percentage sociale huurwoningen in de MRA is met 36 procent gelijk gebleven. Het aantal huishoudens met een laag inkomen is aanzienlijk hoger: 44 procent. Voor wie een sociale huurwoning heeft, is wonen iets betaalbaarder geworden. De woonquote in de sociale huur – het deel van het netto inkomen dat opgaat aan wonen, dus inclusief stook-, elektriciteits- en servicekosten – is gedaald.
Anne-Jo Visser, directeur van het Platform Corporaties Metropoolregio Amsterdam (PCMRA), is blij met de lagere woonlasten in de sociale huursector. "Dat is goed nieuws voor onze huurders. Tegelijkertijd is het teleurstellend dat er nog steeds een tekort is aan sociale huurwoningen en dat een deel van de lage inkomens daardoor noodgedwongen te duur moet huren. Dat betekent dat er in de MRA meer ruimte moet komen voor nieuwbouw van sociale huur. Als PCMRA blijven wij ons daarom hard maken voor het bouwen van minimaal 30% sociale huur in elke gemeente."
Amsterdam
De afgelopen twee jaar zijn er in Amsterdam 1.600 sociale huurwoningen bijgekomen. Dat is een stijging van nog geen half procent. Wethouder Zita Pels (Volkshuisvesting) maakt zich dan ook grote zorgen over de betaalbaarheid van wonen in Amsterdam. "Tegelijkertijd laten deze cijfers zien dat ingrijpen in de markt werkt. Doordat we afspraken maken met corporaties over de verkoop van sociale huurwoningen neemt onze voorraad weer toe. En door maatregelen als de opkoopbescherming en de wet Betaalbare huur komen woningen weer beschikbaar voor mensen die er zelf willen gaan wonen. Ik maak mij dan ook grote zorgen over de voornemens van het nieuwe kabinet om dit soort maatregelen in te perken.” (ND)