Voorrangsregeling voor Amsterdamse jongeren. Heeft dat zin?

26.04.19
Spark Village, tijdelijk woongebouw van Rochdale op het Science Park
Voorrangsregeling voor Amsterdamse jongeren. Heeft dat zin?
Het Amsterdamse college wil Amsterdamse jongeren meer kans geven op een jongerenwoning. Daartoe wordt volgend jaar een voorrangsregeling in de nieuwe huisvestingsverordening opgenomen, aldus een persbericht van de gemeente. Details van de regeling ontbreken daarin, zodat de vraag blijft of dit meer is dan een symbolische daad. Het gros van de vrijkomende sociale huurwoningen in Amsterdam gaat namelijk nu al naar eigen inwoners.
  
Een van motieven om deze voorrangsregeling in te voeren is omdat buurgemeenten het ook doen. NUL20 heeft daarvan in maart een inventarisatie gemaakt in het artikel Eigen inwoners eerst?. Amsterdam vormt samen met Zaanstreek-Waterland en Amstelland-Meerlanden één woningmarktregio voor sociale huurwoningen (WoningNet). Uit dat NUL20-onderzoek bleek dat nu al 83 procent van de Amsterdamse sociale huurwoningen naar eigen inwoners gaat, het hoogste percentage van alle gemeenten in de regio. Onbekend is in welke mate dit ook voor woonstarters geldt. Andere gemeenten blijven daar in ieder geval behoorlijk bij achter. Amstelveen bijvoorbeeld, dat erg in trek is bij Amsterdamse woningzoekenden, blijft ondanks de bevoordeling van eigen inwoners steken op 52 procent. 
 
Volgens landelijke wetgeving mogen maximaal 50 procent van de woningen met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden met regiobinding. Hierbinnen kan weer de helft met voorrang worden aangeboden aan eigen inwoners - of beter: 'met binding aan de gemeente'. Huisvesting van speciale doelgroepen ('urgenten') binnen de eigen gemeente vallen hier buiten. Amsterdam gebruikt de ruimte voor lokale voorrang maar beperkt: vooral voor senioren via de regelingen 'Van Groot naar Beter' en 'Van Hoog naar Laag'. En vorig jaar voor het eerst ook voor startende leraren: daarvoor werden honderd jongerenwoningen met een tijdelijk contract beschikbaar gesteld. Eerder was er ook een eenmalige voorrangsregeling voor Amsterdamse docenten bij een middenhuurcomplex van Wonam in Nieuw-West.
 
Nu komt er dus een algemene voorrangsregeling voor jongeren. Heeft dat zin? 
Een kleine rekenexercitie leert dat jongeren zich niet rijk moeten rekenen. De nieuwe voorrangsregeling heeft alleen betrekking op jongerenwoningen. Dat zijn veelal kleine woningen met een tijdelijk huurcontract van vijf jaar. De corporaties mogen maximaal eenderde van de vrijkomende woningen met zo'n jongerencontract verhuren. Maar in het eerste jaar van deze regeling, 2017, haalden ze dat aandeel bij lange na niet. Slechts 770 woningen werden toen via een jongerencontract verhuurd. Daarvan mocht een kwart worden verloot en deze lootwoningen worden uitgezonderd van de voorrangsregeling. De voorrangsregeling heeft dus op het restant betrekking (577). Als daarvan nu ook 83 procent naar Amsterdammers is gegaan (zoveel vrijkomende sociale Amsterdamse huurwoningen gaan naar eigen inwoners, waarom zou dat bij jongerenwoningen anders liggen?), heeft een voorrangsregeling hoogstens invloed op de toewijzing van die resterende 17 procent, oftewel 98 woningen. Voorrang verbetert de kansen van Amsterdamse woonstarters dus in de huidige situatie vermoedelijk dus maar beperkt.

Wat woonstarters meer helpt is als er veel meer jongerenwoningen bijkomen. Dat is ook in gang gezet. In 2018 zijn er meer dan 600 woningen in aanbouw genomen en grotendeels al gerealiseerd voor jongeren/studenten in tijdelijke wooncomplexen met statushouders. Gemeenten en corporaties zouden ook meer reguliere sociale huurwoningen - al dan niet opgedeeld - kunnen labelen als jongerenwoning. Maar details over het voorstel ontbreken nog. Gemeenten en corporaties in de regio willen sowieso de kansen van woonstarters en 'spoedzoekers' verbeteren via herziening van de woonruimteverdelingsregels. Die herziening moet volgend jaar ingaan.
 
Zie ook:
 
(dit artikel is aangevuld op 28 april)
 

NUL20 nieuws

Laatste nummer

AEDES NIEUWS