Nieuw gemengd complex in gevarenzone
'Onder-de-Pannen', maar ook veilig?

Dossier gemengd wonenIn Amsterdam-Osdorp verrees vorig jaar een bijzonder woonblok: het Zoelenkerkcomplex. Huur- en koopwoningen, met veel appartementen en extra aanpassingen voor senioren en minder-validen. De AWV stak er met Amsterdamse zorgaanbieders veel tijd en geld in. Maar nog voor de officiële opening begonnen de problemen. Vernielingen, inbraken, vervuiling, intimidatie, misverstanden. Was de menging van zoveel verschillende groepen, uitgerekend in een buurt waar de leefbaarheid onder druk staat, wel zo verstandig?


Osdorp. In een karakteristieke straat met portiekflats gilt een jongetje vanaf een balkon onafgebroken om zijn moeder. Even verderop doemt het nieuwe complex op – gebouwd volgens het AWV-model voor gemengd wonen (‘Onder-de-Pannen’). Het schittert in de zon en het ziet er met de mooi gearticuleerde French windows in de gevelwanden eigentijds en luxe uit.
David Hoogewoud, gebiedsregisseur sociaal beheer voor de AWV, biedt zich aan voor een rondleiding. En waarschuwt meteen. Het kan er een beetje smerig uitzien binnen. Niet alle bewoners en bezoekers nemen het even nauw met de etiquette en de hygiëne. Toen vorig jaar de eerste woningen werden opgeleverd, betrokken buurtbewoners met een stedelijke vernieuwingsurgentie het blok met sociale huurappartementen. Omdat de oplevering traag verliep, stonden veel woningen nog leeg toen de eerste kinderen al vrijelijk in het complex rondstruinden. Ruiten sneuvelden. Overal lag afval. Collectieve ruimtes werden door de vroegste bewoners verwaarloosd. Vuilniszakken stapelden zich op in het trappenhuis. Je kon er als bewoner ook urine en ontlasting aantreffen. “Er viel niet tegenop te reinigen”, verzucht Hoogewoud.
Het dreigde uit de hand te lopen. Gedurende een paar weken is zelfs een bewakingsdienst ingehuurd. Een eigen complexbeheerder, tussen 08.00 en 22.00 uur aanwezig, moest een standaard neerzetten. Alles vergezeld van het nodige briefverkeer naar bewoners, om de samenlevingsregels duidelijk te maken. Overleg met politie en stadsdeel hoorde er als vanzelfsprekend bij. “Maar de verhouding overleg/actie kan nog beter”, merkt Hoogewoud fijntjes op. Als er geen ‘meldingen’ zijn, zegt de politie - bijvoorbeeld - nauwelijks op te kunnen treden. Het stadsdeel verwees tot voor kort naar het jeugdwerk als vandalisme en intimidatie ter sprake kwamen. Recentelijk kwam er wat beweging in. Het Stadsdeel gaat het Zoelenkerkcomplex, en de omgeving, bespreken met politie en justitie.
In de herfst van 2005 betrokken de eerste kopers hun woningen, in het blok tegenover de sociale huurappartementen. Ook de voormalige bewoners van Amstelrade lieten de muren van hun instelling achter zich. De bevolking werd gemengder. In december volgde de officiële opening, opgeluisterd door minister Sybilla Dekker. Het complex is namelijk dankzij de toegepaste domotica en zorgvoorzieningen een voorbeeld voor nieuwe projecten.
Maar even later herhaalden de problemen zich weer, met name in het blok met grote gezinnen. Daar kwam nog de niet te onderschatten overlast van hangjongeren uit de omgeving bij. Die bedreigden en intimideerden bewoners, zelfs kinderen. Dankzij de elektronisch te openen deuren, die lang open blijven staan voor de rolstoelbewoners, kunnen zij ongestoord het complex in en uit. Ze gebruiken drugs in de trap- en bergruimtes en breken in. Ook bij invalide bewoners. Het valt op dat gehandicapte bewoners veel binnen blijven.
De AWV liet het niet bij bewonersbrieven en een complexbeheerder. Een inventarisatie onder bewoners moest duidelijk maken wie verantwoordelijk is voor de overlast. Het bleek vaak te gaan om jongeren tussen de vijf en vijftien jaar bij wie de opvoeding niet is aangeslagen.
Complicerende factor is de afwezigheid van overleg tussen kopers en huurders. Het idee van Hoogewoud om het contact te vergemakkelijken met een bewonerssite kwam niet van de grond, ook al werd er een computercursus bij aangeboden. De huurders lieten het afweten. De kopers daarentegen willen het contact wel.
Dan is er nog de vereniging van eigenaren (VvE), die besluiten neemt die ingaan tegen het beleid van de AWV. De kopers maakten bijvoorbeeld een eigen huishoudelijk reglement, waarin een vrijer gebruik van de galerij mogelijk is dan bij de sociale huurwoningen aan de overkant. Dat leidt tot irritaties, want de AWV krijgt het niet uitgelegd. Ook vervelend was de keuze van de VvE voor een schoonmaakbedrijf waarmee de Algemene minder goede ervaringen heeft. En schoonmaken is hier echt vakwerk.

Lege parkeergarage

In het Zuidwestkwadrant (Osdorp) is de stedelijke vernieuwingsoperatie al een flinke tijd gaande. De praktijk van de sociale vernieuwing blijkt er weerbarstig.
Ook in compleet nieuwe wijken blijft het vechten tegen oude ergernissen: rommel, vernielingen en hangjongeren. De transformatie van het gebied verloopt langzaam. Er moeten nog veel koopwoningen worden weggezet en bij de gerealiseerde duurdere huurwoningen, bijvoorbeeld in de beeldbepalende Vlaflip verderop, loopt het geen storm. Voorlopig bestaat de bevolking vooral uit grote gezinnen met lage inkomens en een laag opleidingsniveau. Met deels een andere kijk op samenleven, zou je eraan toe kunnen voegen.

Wat is Onder-de-Pannen?

Een complex van 90 huur- en 55 koopwoningen voor jong en oud, voor gezonde en minder valide mensen. Gelegen tussen de Simonskerkweg, Clauskinderenweg, Rengerskerkestraat en Nierkerkestraat.
Er zijn 25 seniorenwoningen (wibo) gerealiseerd, 23 rolstoelwoningen en twee groepswoningen voor meervoudig gehandicapten. Zelfstandig wonen wordt vergemakkelijkt door technische voorzieningen en begeleiding vanuit een zorgsteunpunt in het complex. Het project is het resultaat van samenwerking tussen de AWV, Amstelrade (gehandicaptenzorg), Antaris (ouderenzorg) en De Kleine Johannes (zorg voor mensen met een verstandelijke beperking). In het gebouw is verder een paramedisch centrum gevestigd. Het werd eind 2005 opgeleverd.

Dan begint de rondleiding. De ruime entree van het seniorenblok oogt schoon en opnieuw luxe, dankzij de houten wandpanelen en mooie lamp aan het plafond. Verder naar de parkeergarage. Die blijkt grotendeels leeg te staan. De garage is namelijk vanuit de berghokken te bereiken, ook voor niet-bewoners. De bewoners parkeren mede daarom liever op straat. Daar zouden ze veiliger staan. “We hebben maar een paar abonnementen kunnen slijten”, legt Hoogewoud uit. “We hebben te maken met ontwerpvoorschriften, dus een oplossing is er vooralsnog niet.” Binnenkort mogen ook AWV-huurders uit de omgeving zich aanmelden voor een ondergrondse plek. Als ook dat niet aanslaat wordt een onversneden commerciële exploitatie overwogen.
Half boven de parkeergarage is een ruime, maar steriele buitenplek met een afgesloten, onderhoudsarme tuin, beheerd door een hovenier. Het is geen speelruimte. Die is voorzien aan de zijkant van het complex, maar nog niet tot stand gekomen. Ondertussen wordt Hoogewoud herhaaldelijk aangesproken door bewoners. Het gaat om zaken als bedreiging met een mes, vuil in de lift en dergelijke. “Ik ga een klacht indienen, het is te triest voor woorden!”
In de gang bij de berghokken ligt urine, een onderbroek en nog wat afval. Maar het is schoner dan normaal, vertelt Hoogewoud. Hij is benieuwd naar de hal beneden, die in opdracht extra vaak wordt gereinigd. Nou, het valt toch niet mee. Veel vieze plekken, zwerfafval, resten van een joint. De doppen van de stopcontacten, aangelegd voor rolstoelgebruikers, zijn er afgesloopt. Want je kunt er immers ook gratis mobieltjes en iPods opladen. De hallamp is inmiddels verplaatst, want die bleek net te dicht bij de trap te hangen: weg spaarlamp. Een jonge Marokkaanse man, die zich voorstelt als Mohammed, begint te klagen als hij twee mannen met een schrijfblok ontwaart. “Kijk, de deurmat, ook gestolen.” Hij is overigens wel tevreden over de woning zelf.
Buiten is een brede stoep aangelegd, die majesteitelijk aandoet maar vooral praktisch is als je met een wagentje of rollater moet manoeuvreren. Jammer dat de jeugd in de buurt er soms een racebaan voor scooters van maakt. Hoogewoud staat er ondertussen, na een aantal verhitte gesprekken met bewoners, wat aangeslagen bij. “Maar we leggen ons hier niet bij neer.”

Ouders corrigeren niet

Liesbeth van Uunen, teamleidster van het zorgsteunpunt in het complex, is in de eerste plaats blij met de totstandkoming van het bijzondere complex, inclusief alle voorzieningen voor minder-validen natuurlijk. “Veel bewoners zijn hier gelukkig, al blijven sommigen binnen, uit angst voor de buurt.” Er is al eens een tas, die achter op een rolstoel hing, gestolen. Dat is dus blijkbaar een risico.
Ze kent de verhalen over vandalisme, bedreiging en beroving. Niet leuk als je als verzorger ’s nacht op pad moet. “De sfeer verandert als het donker wordt. Maar we hebben alarmknoppen. Dit probleem speelt bijna overal in Amsterdam, dat is niet uniek voor deze plek. Dat geldt ook die hangjongeren.Het valt me overigens op dat langslopende ouderen ze niet corrigeren.”
Maar ook van Uunen wijkt niet voor a-sociaal gedrag. “Misschien ga ik op een school in de buurt praten, bijvoorbeeld samen met een Marokkaanse invalide vrouw, die hier woont. Ik begeleid het personeel en bewoners. We hebben een goed contact met de politie. Ze treden op als er verdachte figuren rondhangen. Ik heb nog nooit zoveel politie te paard gezien als hier.”
Het project zelf is al gelukt, zegt ze. “Onze cliënten willen niet meer weg, die ervaren de meerwaarde van zo’n complex met veel zelfstandigheid. ”
Annedien van der Veen is eigenaar van een woning in het complex. “Vanwege de woning, niet de omgeving. We kwamen uit Nieuw-Sloten, daar was de menging al veel verder. Het straatbeeld hier spreekt me nog niet aan, veel te eenzijdig en armoedig. Om nog maar te zwijgen over de troep die wordt gemaakt. Het lijkt wel een getto.” Maar ook zij laat het er niet bij zitten. “We gaan een feest organiseren voor alle bewoners. Dat ‘zij en wij’-gedoe, daar moeten we vanaf. Misschien dat we elkaar daarna, als we elkaars gezichten kennen, kunnen aanspreken over dingen als een bed op het balkon.”
Dan is ook nog de ideële stichting ‘De Bakkerij’ ingeschakeld om een impuls te geven aan de leefbaarheid in en rond het complex. De aanpak van De Bakkerij richt zich volgens Esther Heiman van het bureau op het geven van verantwoordelijkheid aan jongeren, ze niet als probleem zien. Het één jaar durende programma werkte eerder al in Utrecht en Eindhoven, zegt ze. Ze voegt er meteen aan toe: “We zijn idealisten. Maar het draait er natuurlijk om dat je een buurt in beweging krijgt.” De Bakkerij had intensief overleg met corporaties, ook hier.
Heiman nam met een koffiepot plaats op een opblaasbare bank in een hal en vernam al snel dat kinderen een apenkooi van het trappenhuis maken. “Iedereen wijst naar elkaar, maar een feit is dat de geplande speelstrook nog niet klaar is.”
Met de ‘portiekportiers’ haalde De Bakkerij het jeugdjournaal: twintig kinderen kregen een training, een pet en een opschrijfboekje. Het was niet de bedoeling dat ze het werk van de complexbeheerder zouden overnemen, wel dat ze zich bewust worden van wat er gaande is. “Blijf in ze geloven”, bezweert ze nadrukkelijk.
Heiman is verder actief in een naburige brede school. In een leegstaand klaslokaal probeert ze in contact te komen met de ouders van kinderen uit de buurt. Ook dat vereist veel geduld en vertrouwen. “Wij werken niet vanuit een paniekimpuls, het kost tijd om de voortrekkers te bereiken. Via hen bereik je een veel grotere groep in de buurt. Moeders wisselen nu al ervaringen uit over opvoeden. Er ontstaan nieuwe contacten en dan lukt het misschien om problemen voor te zijn.” Maar niets lijkt vanzelf te gaan in deze buurt. Zelfs over het gebruik van het lokaal ontstond onenigheid tussen schoolbestuur en stadsdeel. Heiman: “Soms denk ik dat al het geld in de stenen is gaan zitten.”

Bas Donker van Heel