OTB-onderzoek: sociale implicaties stedelijke vernieuwing zijn vooral positief

OTB-onderzoek: sociale implicaties stedelijke vernieuwing zijn vooral positief
"Huursubsidie is smeerolie van herstructuring"

Herstructureren is herhuisvesten. Volgens de heersende opvatting heeft herhuisvesting een negatief effect op de sociale netwerken van bewoners, maar dit valt volgens onderzoeker Reinout Kleinhans best mee. Het sociale klimaat in de naoorlogse wijken gaat er in ieder geval op vooruit. Net als de woonsituatie van de meeste bewoners.

Vijf case-studies
Reinout Kleinhans deed zijn promotieonderzoek in
De Horsten (Zuidwijk)
en Hoogvliet-Noordwest in Rotterdam,
in Nieuw-Hoograven (Utrecht),
Morgenstond-Oost (Den Haag)
en Pathmos-Noord (Enschede).

Overal in Nederland vinden onder de noemer ‘stedelijke vernieuwing’ grote herstructureringsprocessen plaats. Daarbij wordt fors ingegrepen in het woningbestand van grote naoorlogse woonwijken. De herstructurering leidt tot meer variatie in woningtypen, woninggrootte, kwaliteit, prijs en eigendomsverhoudingen. Eenzijdigheid wordt als probleem gezien, verscheidenheid als de oplossing. Een fors aantal (kleine) sociale huurwoningen wordt gesloopt en vervangen door grotere koopwoningen.
Dat de kwaliteit van de woningen en de woonomgeving er op vooruit gaan, staat buiten kijf. Maar hoe staat het met de andere doelen van de herstructurering? Verbetert de leefbaarheid? Neemt het draagvlak van voorzieningen toe? En wordt er niet heel veel vernietigd aan sociale verbanden in buurten die op de schop gaan?
Met name op dat laatste promoveerde Reinout Kleinhans van het Onderzoeksinstituut OTB van de TU Delft. Hij heeft geruststellend nieuws voor herstructureerders: Ja, stedelijke vernieuwing geeft tijdelijk veel onrust en overlast, maar blijkt op langere termijn gunstig voor het sociale klimaat in de betrokken wijken. Kleinhans onderzocht vijf voormalige herstructureringsgebieden in Rotterdam, Utrecht, Den Haag en Enschede. Zijn conclusie is dat veel overlast is verdwenen en het er rustiger is geworden. De meeste bewoners zijn achteraf tevreden: hun woonsituatie is er op vooruit gegaan, vaak ook van degenen die al dan niet noodgedwongen hun buurt hebben verlaten. De herstructurering heeft maar in een beperkt aantal gevallen een negatief effect op de sociale netwerken van betrokkenen: “De gedwongen verhuizing wordt wel als negatief ervaren, maar dat heeft nauwelijks te maken met het verlies van contacten met andere bewoners. Bij degenen die binnen hetzelfde gebied doorstromen, zie je dat bestaande contacten veelal intact blijven. Bij verhuizing naar elders sneuvelen die contacten vaak. Maar daar komen weer nieuwe voor terug. Vaak was het ook niet meer dan een functioneel burencontact. We weten natuurlijk dat die sociale contacten tussen bewoners in de stad tegenwoordig meestal niet zo hecht zijn. In de nieuwe woonomgeving komt wat ik ‘publieke familiariteit’ noem na enige tijd meestal terug: dat je een beetje weet wie er in de straat woont, dat je mensen kunt plaatsen en er vluchtige sociale interacties mee hebt. Dat draagt bij aan een basisgevoel van veiligheid, van vertrouwdheid. Maar als dat niet lukt, wordt er soms wel een verlies gevoeld.”
“Als de contacten voor de verhuizing zeer hecht waren, zijn ze wat minder gevoelig voor fysieke afstand. Je ziet dan ook dat mensen hun best doen die contacten te onderhouden. Ze gaan bijvoorbeeld winkelen in de oude wijk, spreken af bij de lokale supermarkt.”
Na de herstructurering hebben vooral nieuwe bewoners veel onderling contact. “Na een tijdje wordt het minder, maar is wel een ‘lichtgewicht’ sociale structuur opgebouwd waar je op kunt terugvallen. Anders dan in gewone nieuwbouwwijken heeft niet iedereen dezelfde startsituatie. Nieuwe kopers hebben veel onderling contact. Hun gezamenlijke start bindt en ze vormen een sociaal-economisch zeer homogene groep, vaak gezinnen met een middeninkomen. Juist bij de blijvers in de buurt zie je de grootste sociale verschillen. Het komt niet echt tot sociale menging. De contacten beperken zich veelal tot de eigen groep, vaak op complexniveau.”

“Sloop de rest ook maar”

In de wijken is het na de herstructurering beter toeven. Buurtbewoners vinden het mooier, rustiger en veiliger geworden. Mede door het vertrek van een aantal probleemschoppers, zo geven opvallend veel bewoners volgens Kleinhans aan. “Een effect van herstructurering is dat het aantal probleemgevallen verdunt. Geen beleidsmaker zal dat als doelstelling zo formuleren, want dat is politiek zeer incorrect en zal vooraf bewoners in de gordijnen jagen. Maar het is logisch. Vooral slechte en goedkope woningen worden gesloopt. Daar wonen helaas vaak mensen die sociale problemen hebben, dan wel veroorzaken. Een deel daarvan vertrekt. Het is opvallend hoe sterk dat wordt beleefd door de achterblijvers. Dat gaat zelfs zo ver dat deze bewoners, maar ook nieuwkomers en doorstromers, zeggen: ‘sloop de rest van die oude zooi ook maar, dan zijn we van die problemen ook af’.”
“We gaan er vaak van uit dat bewoners bij voorbaat tegen sloop zijn, omdat het hun bestaande woonsituatie aantast. Dat is natuurlijk deels zo, maar heel veel bewoners komt het wel degelijk goed uit. In de Bijlmermeer heb je dat kunnen zien. Halverwege de vernieuwing bleek uit een grote bewonersenquête een flink draagvlak voor verdere sloop van de galerijflats.”
“Bewoners gaan er calculerender mee om dan we wel eens denken. Er zijn altijd bewoners die sloop als een kans zien om een betere woning te krijgen of de buurt te verruilen voor een meer aantrekkelijke woonomgeving. De meerderheid ervaart het eerst vooral als een gedwongen situatie, maar ziet gaandeweg de mogelijkheden. Dat versterkt zich als de nieuwbouw in het gebied op gang is gekomen. Je ziet wel dat het sterk van de persoon afhangt in hoeverre woonwensen worden gerealiseerd. Velen vinden hun weg op eigen kracht wel, maar er is een groep die persoonlijke begeleiding hard nodig heeft. Corporaties moeten daarom niet alle bewoners op dezelfde manier benaderen, maar in eerste instantie wel altijd individueel.”
In de onderzochte wijken is het terugkeerpercentage volgens Kleinhans hooguit twintig. “Meestal blijken de aannames op dit punt te ambitieus. Veel bewoners maken uiteindelijk een andere keus; bovendien blijft het lastig terugkeer op buurtniveau te regelen. Cruciaal voor de doorstroming is de herhuisvesting. Het is een open deur, maar dat lukt alleen maar als je eerst voldoende bouwt, voordat je gaat slopen. De nadruk in de eerste fase moet liggen op de bouw van betaalbare huurwoningen. In de Rotterdamse Horsten gold bijvoorbeeld een terugkeergarantie voor ouderen. Daar is eerst een woontoren gerealiseerd met 110 appartementen. Die werd grotendeels gevuld met doorstromers, veelal ouderen.“
De huursubsidie is volgens Kleinhans een essentieel smeermiddel om de herstructurering ook te laten slagen voor vertrekkers: “De tevredenheid over de nieuwe woonsituatie is uiteindelijk erg afhankelijk van de woonlasten. De nieuwe huur is meestal een stuk hoger, maar voor mensen met huursubsidie wordt die stijging voor een belangrijk deel afgedekt. Ik begrijp heel goed dat de overheid een probleem heeft met het open einde van de huidige huursubsidieregeling; we weten allemaal dat die financieel onhoudbaar wordt. Maar toch zeg ik: als je daaraan gaat morrelen, worden de woonlasten de bottleneck voor de hele herstructureringsopgave. Dan komt er zand in de vernieuwingsmachine.”

Verhuisdynamiek

Het gangbare inzicht is dat de bouw van koopwoningen en de verkoop van huurwoningen tot minder verloop in de wijk leidt. Dat is volgens Kleinhans nog maar de vraag. “Dat heeft niet per definitie een stabiliserend effect: veel kopers zeggen binnen een aantal jaren weer te vertrekken. Het is natuurlijk de vraag of dat echt gaat gebeuren, maar in sommige buurten van het Rotterdamse Hoogvliet zie je opvallend veel bordjes ‘Te Koop’. De verhuismotieven zijn deels heel normaal: gezinsuitbreiding, moeilijkheden met trappen lopen. Maar er is ook een kwaliteitsvraagstuk, de buurt valt tegen. En veel mensen hebben voor een schappelijke prijs een leuke kleine corporatiewoning gekocht, die ze nu willen verzilveren als opstapje op de markt voor eigen woningen.”
Herstructurering is evenmin bij voorbaat een middel tegen segregatie. Kleinhans: “Het is maar wat je daar onder verstaat. Het interessante is dat de etnische compositie van een wijk niet zoveel wijzigt. Er vindt zowel een witte als allochtone instroom van middeninkomens plaats in nieuwe koopwoningen. Vooral de sociaal-economische segregatie vermindert iets, doordat op buurtniveau een grotere variatie in inkomens ontstaat.”

Fred van der Molen

OTB-onderzoek: sociale implicaties stedelijke vernieuwing zijn vooral positief
"Huursubsidie is smeerolie van herstructuring"

Herstructureren is herhuisvesten. Volgens de heersende opvatting heeft herhuisvesting een negatief effect op de sociale netwerken van bewoners, maar dit valt volgens onderzoeker Reinout Kleinhans best mee. Het sociale klimaat in de naoorlogse wijken gaat er in ieder geval op vooruit." data-share-imageurl="">