Verslag bijeenkomst 19 januari
Overstappen op het warmtenet. Wat betekent dat voor mij?
In 2040 wil de Gemeente Amsterdam aardgasvrij zijn. Voor een groot deel van de stad worden warmtenetten als beste alternatief gezien. Dit betekent dat duizenden sociale huurwoningen de komende jaren aangesloten worden op het warmtenet. De Amsterdamse woningcorporaties, de gemeente en een aantal warmtebedrijven hebben hiervoor de handen ineengeslagen. Wat betekent voor bewoners?Op 19 januari vond een online bijeenkomst over dit onderwerp plaats. Onze NUL20-journalist Wendy Koops keek mee.
Image

Hoe de warmtetransitie precies zal gaan verlopen, moet zich nog uitkristalliseren. Wel is duidelijk dat er een grote rol blijft weggelegd voor het warmtenet. Blijft, want er zijn al meer dan honderdduizend woningen aangesloten op stadswarmte. Een warmtenet is eigenlijk gewoon een ondergronds buizenstelsel waardoor warm water stroomt, vertelt Jade Oudejans van Adviesbureau Overmorgen. Zij heeft de gemeente geholpen  bij het opstellen van de Transitievisie Warmte, de route naar een aardgasvrije stad in 2040. Het warme water uit het warmtenet wordt via een afleverset de woning of het gebouw ingeleid en verder verspreid. Later op de avond laat een bewoner van de Gentiaanbuurt in Noord via internet de afleverset in haar woning zien; in dit geval is de installatie kleiner dan een cv-ketel. Het verwarmen gaat via radiatoren, net als bij aardgas.

Het is de bedoeling is dat er een mix van warmtebronnen komt, maar nu komt de warmte vooral uit de gascentrale in Diemen en uit de afvalenergiecentrale van het AEB. Sinds 2020 levert AEB ook warmte uit een biomassacentrale. Er wordt gewerkt aan warmte uit datacentra, oppervlaktewater en geothermie.

Betaalbaarheid

De Transitievisie Warmte is een uitgebreid document waar anderhalf jaar aan is gewerkt. Voor bewoners is vooral de Transitiekaart Amsterdam van belang. Hierop is per buurt te zien welk alternatief voor aardgas de voorkeur van de gemeente heeft en wanneer de wijk aan de beurt is. De betaalbaarheid is de belangrijkste leidraad geweest. In wijken waarin het warmtenet als meest betaalbare optie uit de modellen rolde, gaat het meestal om een hogere dichtheid, al kunnen er tussen de appartementencomplexen ook grondgebonden woningen liggen. Soms ligt er in de buurt al een warmtenet, waardoor het financieel aantrekkelijker wordt. Bij wijken met woningen die beter geïsoleerd zijn of die minder dicht bebouwd zijn (zoals bedrijventerreinen) ligt all-electric meer voor de hand. Opvallend is dat in het centrum wordt ingezet op isoleren. Volledig aardgasvrij is met de huidige technieken volgens Oudejans nog niet haalbaar. Eerst flink aardgas besparen dus, waarna later wellicht wordt overgestapt op watergas of een ander soort gas.

Klimaatneutraal plus kostenneutraal

Hoewel 2040 nog ver weg is, moeten er in 2030 al een flink aantal woningen aangesloten zijn op stadswarmte. De energievoorziening moet in 2040 CO2-neutraal zijn. Vattenfall werkt aan de verduurzaming van het net en rapporteert daar jaarlijks over. Volgens Anne Jo Visser van AFWC is het belangrijk dat de stad klimaatneutraal wordt. “Daar hoort aardgasvrij bij en woningcorporaties zullen dus meewerken aan het aardgasvrij maken van de stad.” In de eerste wijken is dit proces al begonnen en een groot aantal wijken zal de komende tijd volgen. De woningcorporaties, de huurdersorganisaties en !WOON gaan bewoners op allerlei manieren informeren en met ze in gesprek. Het is de bedoeling om aanwezig te zijn in de wijk en ook voorbeeldwoningen maken om te laten zien hoe aardgasvrij eruitziet. Corporaties bieden huurders een elektrische kookplaat aan, de woning wordt daar ook geschikt voor gemaakt.

Voor de gemiddelde verbruiker zou de overstap volgens Visser kostenneutraal moeten zijn. Er zijn afspraken gemaakt dat het vastrecht tien jaar hetzelfde is als het vastrecht bij gas, al wordt deze afspraak na vijf jaar opnieuw tegen het licht gehouden. Daarnaast zouden huurders die overstappen op stadswarmte, hetzelfde moeten betalen als ze drie jaar eerder betaalden voor aardgas.
Woningeigenaren betalen wel meer vastrecht voor stadswarmte dan voor aardgas, zo vult Hielke Ploeg, programmamedewerker ontwikkelbuurten en aardgasvrij bij !WOON aan. Dat komt omdat warmteleveranciers ook de kosten voor het onderhoud en de afschrijving van de cv-ketel in het vastrechttarief mogen meenemen.

Ook isoleren!

De warmtewet reguleert de tarieven die bewoners betalen. Vattenfall wil zoveel mogelijk voor alle bewoners hetzelfde tarief rekenen, aldus Arno van Gestel, commercieel directeur warmte. Naast de doorlopende kosten voor vastrecht en verbruik zijn er ook aansluitkosten. Die zijn eenmalig en verschillen per buurt. De kosten zijn voor de gebouweigenaren, niet voor de huurders. Vattenfall doet aan particulieren in dezelfde buurt hetzelfde aanbod als aan de corporaties.

Als een corporatie huurders in een woongebouw wil laten overstappen op een warmtenet, moet 70 procent van hen daarmee instemmen. Als die meerderheid gehaald wordt, worden alle woningen aangesloten. Je bent dan niet verplicht om warmte af te nemen, maar je betaalt wel vastrecht.
Een belangrijk punt voor de Federatie Amsterdamse Huurderskoepels (FAH) was de solidariteit, vertelt strategisch adviseur Sven Ringelberg. Voor de pilotwijken is veel geld beschikbaar. FAH zet zich ervoor in dat niet alleen huurders in die wijken daarvan profiteren. “Voor alle huurders moet warmte voor een redelijke prijs beschikbaar zijn.” Verder zou de focus op isoleren veel groter moeten zijn. In Amsterdam zijn er 40 duizend slecht geïsoleerde woningen. Die aanpakken helpt ook om de woonlasten terug te dringen. Dat is belangrijk aangezien 20 procent van de Amsterdammers kampt met energiearmoede.
Peter Weppner, bestuursvoorzitter Federatie Amsterdamse Huurderskoepels: “Er zijn veel meer woningen in Amsterdam die matig geïsoleerd zijn. Ook die gaan warmtenet krijgen. Wij hebben er als FAH erg op aangedrongen dat de warmtetransitie parallel gaat met isoleren, zodat de kosten onder controle gehouden worden.” Visser knikt instemmend. “De corporaties hebben landelijk afgesproken dat woningen met energielabel F en G voor 2028 niet meer bestaan.”

Gesprek

Een huurder van een geheel gerenoveerde woning in de Gentiaanbuurt is opvallend positief over het verwarmen met stadswarmte en het elektrisch koken. Kleine kanttekening: het is geen oorspronkelijke bewoner. Toch ziet Reint Jan Renes, Lector Psychologie voor een duurzame stad bij de HvA, vaker dat mensen die al overgestapt zijn op een warmtenet vaak positiever zijn dan vlak voor de overstap. Hij noemt ook het verschijnsel false consent: mensen lijken voorstander te zijn, tot het dichtbij komt en ze gaan twijfelen. Renes en zijn team onderzoekt waar dit soort gevoelens bij mensen vandaan komen en hoe je gesprekken met bewoners moet voeren. Zijn advies: zoek die dialoog zo snel mogelijk op, heb als gemeente een relatie met je stad en kijk waar het schuurt. Heb er oog voor dat mensen met vragen zitten die niet belangrijk lijken.

Image

Daarom zijn initiatieven om bewoners kennis te laten maken met elektrisch koken of verschillende soorten warmte belangrijk, zo vinden ook de andere aanwezigen. Ook belangrijk: goede voorlichting bij de overstap naar elektrisch koken en stadswarmte.
'Richt snel bewonerscommissie op'
Hielke Ploeg van !WOON pleit voor de monitoring van de gebruikerskosten. “Als de kosten veel hoger uitvallen dan verwacht, kijk dan waar dat vandaan komt.” Vaak wordt als voordeel van een warmtenet gezien dat de bestaande radiatoren voldoen. Maar er zijn in Zuidoost gevallen bekend waar de radiatoren onvoldoende warmte bleken af te geven en alsnog vervangen moesten worden. Hij raadt bewonerscommissies aan daar extra alert op te zijn. Bovendien gaat stadswarmte op termijn naar een lagere temperatuur; dat zal dan niet met alle radiatoren lukken. Geen bewonerscommissie? Richt er snel eentje op, raadt hij aan. Die is ook nuttig voor het maken van afspraken over de uitvoering van het aardgasvrij maken. Ook de FAH zet zich daarvoor in: bewoners moeten zo weinig overlast hebben van de aansluiting op stadswarmte.

Monopolist

Warmtebedrijf hebben nu een monopolie; wie controleert de warmtetarieven, is een vraag via de chat. Van Gestel van Vattenfall krijgt deze vraag altijd van bewoners: hoe zit het met het monopolie, we hebben geen keuze. “Dat klopt. Daarom is het zo belangrijk dat de wetgever dat controleert. In Nederland worden de tarieven en de rendementen van de warmtebedrijven gereguleerd en worden er eisen gesteld aan de serviceverlening, de voorwaarden en hoe ze omgaan met storingen. We lopen daarin voor op landen die al langer warmtenetten hebben, zoals Duitsland, Zweden en Denemarken.”
Dat de warmtetarieven gekoppeld zijn aan de gasprijs komt daaruit voort. Juist omdat afnemers anders dan bij gas bij warmte geen keuzevrijheid hebben is in de Warmtewet vastgelegd dat er een maximumtarief moet worden vastgesteld. De tarieven zijn toen gekoppeld aan die van gas. Dat heeft in het verleden wellicht goed gewerkt, maar nu zijn juist de gasprijzen enorm hoog. Van Gestel betoogt dat de inkoopkosten van warmte zijn meegestegen. “De tarieven van Vattenfall stijgen ook fors, maar we proberen die stijging voor onze klanten wel te drukken. De stijging is minder dan die bij gas.” Het lijkt logisch dat de koppeling met de gasprijzen in de toekomst wordt losgelaten.

Wendy Koops