Overslaan en naar de inhoud gaan
Top
Tweede verdieping
De permanente strijd tegen de grote slokop
Wonen in een Amsterdams dorp
Durgerdam, Sloten, Sloterdijk, Driemond, Holysloot. Landelijk Luxe Wonen is de typering in het stedelijk Structuurplan voor deze en andere Amsterdamse dorpskernen. Bijna allemaal zijn ze sinds de grote annexatie van 1921 Amsterdams grondgebied. Destijds werd die inlijving met instemming begroet, maar de laatste decennia worden alle bewegingen van de grote stad met argusogen gevolgd. Regelmatig staan de dorpelingen op de barricaden om de stad uit hun achtertuin te weren en hun dorp zo dorps mogelijk te houden. Met wisselend succes.


Amsterdam en omgeving in 1928.

Vanaf de dijk van Durgerdam zijn in de verte de contouren zichtbaar van IJburg. Het uitzicht vanaf de Durgerdammerdijk is niet ingrijpend veranderd; de nieuwe bebouwing valt in het niet bij de flats van Diemen-Noord. Toch strijdt werkgroep BONO (boos op Nieuw Oost, een onderdeel van de Centrale Dorpenraad) onverminderd voort tegen de landwinning in het IJmeer. De pijlen zijn nu gericht op de aanleg van IJburg Fase II. “Bij de uitvoering van Fase I is weinig overeind gebleven van afspraken over bijvoorbeeld natuurcompensatie”, verklaart voorzitter Co Verkade. “En het hele idee van ecologisch bouwen en parkeer- en verkeersluw houden van IJburg is langzaam maar zeker losgelaten. We zullen via allerlei procedures proberen Fase II tegen te houden of in elk geval te bedingen dat de uitvoering op een zo verantwoord mogelijke manier geschiedt.”
Durgerdam is onderdeel van Landelijk Noord, dat verder bestaat uit de dorpen Holysloot, Ransdorp, Schellingwoude en Zunderdorp. Op eigen verzoek werden de dorpen – door de vele overstromingen vaak straatarm - in 1921 ingelijfd door Amsterdam. En ook tijdens een nieuwe gemeentelijke herindeling in 1974 gaf maar liefst 86 procent van de bevolking aan liever Amsterdammer te blijven dan op te gaan in de gemeente Monnickendam.
Verkade toont het uitzicht vanuit zijn woning aan de Durgerdammergouw. Er lijkt weinig veranderd sinds begin vorige eeuw; uitgestrekte weilanden met zwanen en over de dijk zicht op het eiland Pampus en het Muiderslot. Na voltooiing van IJburg-Fase II zal van dit riante uitzicht weinig overblijven, vreest Verkade. En dat zal volgens hem de zoveelste aantasting zijn van het dorp waar hij sinds de jaren tachtig woont. “De dorpen in landelijk Noord hebben allemaal het predikaat beschermd dorpsgezicht, maar het bestemmingsplan is onlangs aangepast aan de eisen die de nieuwe bewoners stellen. Er worden dan ook regelmatig dijkwoningen afgebroken en opnieuw - en dan meestal veel groter en luxer - opgebouwd. Dat doet afbreuk aan de karakteristiek van het dorp.”
Op eigen verzoek werden de dorpen
in 1921 ingelijfd door Amsterdam
Maar wat vooral een doorn in het oog is van Verkade en zijn mededorpelingen is de verkeersafwikkeling. Af- en aanrijdende bussen en vrachtwagens zorgen voor veel schade aan de woningen die met weinig steun tegen de zompige dijken aanleunen. De Centrale Dorpenraad Landelijk Noord – een adviesorgaan van stadsdeel Noord – ontwikkelde nieuwe verkeers- en parkeerplannen, maar deze zijn vooralsnog niet door het stadsdeel overgenomen. De grootstedelijke regelgeving op het gebied van verkeerszaken, maar ook wat woonbeleid betreft, geldt ook voor de Amsterdamse dorpen.
En tenslotte is in de landelijk Noord de oude discussie weer opgelaaid over het verleggen van de zogeheten ‘rode contour’. De grens met het landelijk gebied zou in eerste instantie op de A10 liggen, maar is er nu overheen gelegd. Co Verkade: “Er is altijd door de respectievelijke stadsdeelbesturen beloofd dat er niet buiten de ringweg gebouwd zou worden. Maar nu liggen er plannen voor de bouw van onder meer een rangeerterrein voor de NZ-lijn en clubgebouwen buiten de ringweg. Onze angst is dat er vervolgens weer een volkstuincomplex en nieuwe sportvelden worden aangelegd, bij wijze van groene buffer. Daarmee schuift de bedrijvigheid echter wel steeds verder onze kant op.”

Gekrompen dorp

Stadsdeel Bos en Lommer koos in 1994 voor behoud van het historische en groene karakter van het dorpje Sloterdijk, dat eveneens in 1921 werd geannexeerd. Plannen voor de bouw van kantoren en een hotel in de directe omgeving werden afgevoerd. Maar geleidelijk aan is het danig gekrompen dijkdorpje toch omringd door kantoorkolossen waarbij de tot rijksmonument uitgeroepen Petruskerk praktisch in het niet valt.
Toch is er de afgelopen decennia niets aan de oorspronkelijke bestemming van dit stukje Bos en Lommer gewijzigd, zegt stadsdeelbestuurder Ger Timmer. “Dit gebied ten noorden van de Haarlemmervaart heeft altijd een gemengde bestemming gehad en bedrijven zijn er ook altijd geweest. Aan de voorkant zie je op de dijk alleen de karakteristieke dorpsbebouwing, maar aan de achterkant gonst het van de bedrijvigheid.”
Aannemingsbedrijf Van Steenwijk is sinds 1831 op Sloterdijk gevestigd. De huidige directeur, Gert-Jan van den Boogaard werkt er veertig jaar. Hij werd in 1942 op de dijk geboren en herinnert zich het dorpsleven nog goed. “Er was toen nog een schooltje, een verenigingsgebouw, een kapper en een melkboer. Je voelde je ook geen echte Amsterdammer. Het bruggetje over de Haarlemmervaart naar de Admiraal de Ruijterweg was de grens met de grote stad. De Amsterdammers kwamen wel iedere zondag deze kant op om te sporten. Dat was altijd een complete invasie.”

Met de aanleg van het Coentunneltracé in de jaren zestig veranderde alles. Het grootste deel van het dorp werd gesloopt. Nu zijn er nog rond de 35 originele woningen over en negen nieuwbouwwoningen die in 1988 op de kop van de dijk werden gebouwd. In vergelijking met begin jaren zeventig is het dorp nu een oase van rust, vertelt beeldend kunstenaar Sjoerd Bartlema. “Toen ik hier in 1973 kwam wonen schudde de hele dag het huis door de bussen en de treinen die langs denderden. De Velserweg was in die tijd een van de weinige verbindingen met het noorden en het oude stationnetje lag hier om de hoek. Na de verplaatsing van het station en de aanleg van de A10 werd het een stuk rustiger, al geeft de snelweg op vijftig meter afstand behoorlijk wat hinder.”
Op het dorp lopen de belangen uiteen. Bartlema steunt het plan van de deelraad om de Sloterdijkerweg, die onderaan de dijk loopt, af te sluiten voor doorgaand verkeer. Hij droomt al van een parkachtige omgeving “met een waterpartij en rietvelden”. Die mening wordt hem echter niet in dank afgenomen door veel mededorpsbewoners, onder wie aannemer Van den Boogaard. “Die weg is voor onze wagens de snelste ontsluiting richting de A10. Rond de spits is er op de Haarlemmerweg geen doorkomen aan.”
Of het aannemingsbedrijf nog lang in Sloterdijk kan blijven is de vraag. De stadsdeelwethouder peinst over verandering van het bestemmingsplan van het gebied. “Gebouwd wordt er in elk geval niet meer, maar uiteindelijk zullen we er ook aan moeten gaan denken om de gemengde functie los te laten en de bedrijven naar elders te verplaatsen. We proberen momenteel het dijklichaam tot monument te laten verklaren en op den duur zou ik graag zien dat het hele dorp het predikaat beschermd dorpsgezicht krijgt.”

Natuurlijke buffer

Ook in Driemond, dat behoort tot Amsterdam Zuidoost, wordt geijverd voor behoud. In dit geval voor het vasthouden in het eigen dorp van ouderen en starters op de woningmarkt, zo vertelt dorpraadlid Tom Witkamp. Vijftien jaar geleden kwam hij op het dorp wonen, om al binnen een jaar toe te treden tot de dorpsraad. “Oudere Driemonders vonden dat in het begin maar raar; ik was immers ‘iemand van buiten het dorp’. Maar inmiddels hebben ze me redelijk geaccepteerd”, zegt hij lachend.
Witkamp is niet de enige ‘import’ op het dorp: op de plek waar het fabriekscomplex stond van Sluis vogelvoer, verrees eind jaren tachtig een compleet nieuwe wijk met 106 koopwoningen die gretig aftrek vonden bij mensen uit de stad. In tegenstelling tot de meeste andere Amsterdamse dorpen (landelijk Noord en Sloten hebben inmiddels ongeveer 95 procent koopwoningen) is in Driemond maar een derde van de ruim zeshonderd woningen particulier bezit. Wel is inmiddels in het kader van het Volkshuisvestingsplan begonnen met de verkoop van huurwoningen. En enkele jaren terug werden nog eens twaalf koopappartementen aan de rand van het dorp gebouwd.
Woningbedrijf Amsterdam voerde onlangs een woningbehoefte-onderzoek uit in Driemond, dat overigens pas in de jaren zeventig officieel Amsterdams grondgebied werd. Witkamp: “Uit dat onderzoek bleek dat we woningen te kort komen voor ouderen en starters. Veel jongeren willen graag op het dorp blijven, maar dat is nu vaak onmogelijk. We zijn met het stadsdeel in gesprek om te kijken of er nog gebouwd kan worden. Maar er is nog maar plaats voor hooguit vijftig woningen.”

De slag om de Vrije Geer had iets weg
van de strijd van de Gallische dorpelingen
tegen de Romeinen
Door zijn redelijk geïsoleerde ligging hebben in Driemond de slager en de kruidenier de concurrentie van grote supermarkten in de omgeving overleefd. Ook dat is vrij uniek: in de andere Amsterdamse dorpen hebben de kleine winkeliers al jaren geleden het veld moeten ruimen. En het dorp heeft een bruisend verenigingsleven, al dreigt daar nu een beetje de klad in te komen door het gebrek aan een goede accommodatie. Maar de oplossing is nabij: de Cornelis Jetsesschool mag na vijftig jaar nieuwbouw plegen en plannen voor een multifunctioneel gebouw dat het kloppende hart van het dorp moet worden liggen bij stadsdeel Zuidoost.
Anders dan andere Amsterdamse dorpelingen zijn de Driemonders niet bang voor de oprukkende stad. Het dorp ligt ingeklemd tussen de riviertjes Gaasp en Gein en het Amsterdam-Rijnkanaal. Deze natuurlijke buffer - onderdeel van Groengebied Amstelland - zal Driemond beschermen, meent Witkamp.

Symbolische strijd

De slag om het drie hectare grote weilandje de Vrije Geer in het dorpje Sloten heeft iets weg van de strijd van de Gallische dorpelingen die zich met hand en tand verzetten tegen de Romeinen. Nadat het dorp al ingesloten was geraakt door de nieuwbouwwijken Nieuw-Sloten en De Aker, wisten de dorpelingen onder aanvoering van de inmiddels overleden P. Hans Frankfurther te voorkomen dat het laatste stukje groen werd opgeofferd voor woningbouw en het doortrekken van tramlijn 2 richting De Aker. De ongeveer twaalfhonderd dorpelingen werden gesteund door een meerderheid van de Amsterdamse bevolking die in een referendum in 1995 tegen bebouwing van de Vrij Geer stemde.
In mei werd de strijd officieel bezegeld met de opening van Natuurpark Vrije Geer. Het is een symbolische overwinning: nog steeds wordt het dorpje en zijn omgeving bedreigd door de uitdijende stad. Voorzitter van dorpsraad Sloten-Oud Osdorp, Ger Castelijns: “Er wordt van alle kanten geaasd op het landelijk gebied. Zo is er het voornemen een bedrijventerrein te bouwen in de Osdorper Bovenpolder. Dat moet weer ontsloten worden via de Westrandweg. En ook Schiphol voert de druk op het landelijk gebied steeds verder op. We moeten voortdurend iedere beweging in de gaten houden, anders blijft er geen stukje groen meer over.”
Wat het dorp zelf betreft: de zeer hoge huizenprijzen maken het voor de dorpsbewoners erg aantrekkelijk om hun woning te verkopen. Er is dan ook nogal wat verloop en volgens Castelijns heeft bijna iedere nieuwkomer er een handje van de bestaande woningen zodanig te renoveren dat er weinig overblijft van de karakteristieke bebouwing. Sommigen gaan zelfs over tot volledige sloop.
Er staan ook op dit moment weer een paar grote woningen te koop, zoals een voormalige pastorie en een notariswoning. Volgens Jan Barnhorn van makelaarskantoor Barnhorn/Vermeer zijn vooral dat soort woningen zeer gewild. “In die dorpskernen gaat het vaak om woningen van voor 1920 en daar hoef je geen erfpacht voor te betalen. Maar voor zo’n karakteristieke woning betaal je natuurlijk wel een prijs. Negen ton euro is geen uitzondering.” Er staat nu meer te koop dan in andere jaren, weet Barnhorn. “In de dorpen rond Schiphol wonen veel mensen die voor hun werk afhankelijk zijn van de luchthaven. Nu in die bedrijfstak de klad komt, willen ze hun huis kwijt. En het duurt nu misschien wat langer; maar mijn ervaring is dat er altijd mensen zijn die hun grachtenpand graag verruilen voor een riante dorpswoning met een tuin en een parkeerplaats voor de deur.”
Hoewel er volgens Castelijns ook in Sloten een tekort is aan goedkope huurwoningen voor starters, is er wel gezorgd voor jongerenhuisvesting in het voormalig Wees- en Armenhuis. Via een speciale regeling krijgen jongeren uit Sloten-Oud Osdorp voorrang voor een van de HAT-eenheden in de Akerpolderstraat.
De Amsterdamse Raad voor de Monumentenzorg (ARM) adviseerde eind vorig jaar om Sloten de status beschermd stadsgezicht te geven. Dit gebeurde naar aanleiding van een Cultuurhistorische Verkenning, een initiatief van stadsdeel Osdorp. Wanneer de Rijksdienst voor de Monumentenzorg dit advies van de ARM overneemt, zal Sloten zich in de toekomst misschien met meer succes kunnen weren tegen ingrijpende veranderingen van het dorp.
“We doen er alles aan om Sloten een echt dorp te laten zijn met een actief verenigingsleven. Maar met de oprukkende stad en de vele nieuwkomers valt dat niet altijd mee. Toch is het nog steeds zo dat de meeste mensen elkaar nog kennen en groeten op straat. Die dorpse sfeer willen we graag behouden,” zegt Castelijns, waarmee hij de wens verwoordt van de meeste inwoners van de Amsterdamse dorpen.

Janna van Veen