Rijkshemelvaartdienst

Bewoners met een 'verlaten-landje-gevoel'
Rijkshemelvaartdienst

Bijna 25 jaar geleden kraakte een groep kunstenaars twee gebouwen van de Rijksluchtvaartdienst. Deze complexen, ingeklemd tussen de A4 en de Oude Haagseweg, maken deel uit van de Stelling van Amsterdam. Nog altijd bieden deze gebouwen woon- en werkruimte aan ongeveer twintig kunstenaars/creatieven en hun kinderen. Veel luxe is er niet, maar de bewoners genieten van de vrijheid in hun kleine oase aan de snelweg.

Het lijkt een van de best bewaarde geheimen van Nieuw-West: de culturele vrijplaats Rijkshemelvaartdienst. De voormalige complexen van de Rijksluchtvaartdienst staan goed verscholen in het groen. En dat vinden de bewoners van de kunstenaarskolonie wel zo prettig. Een aantal van hen woont al sinds het eerste uur op het complex. Zoals kunstenaar Patricia de Ruijter. Voor ze bijna 25 jaar geleden aan de Oude Haagseweg neerstreek, woonde ze drie jaar in een woonwagen op het KNSM-eiland.
Patrica: “We moesten daar weg en de Rijkshemelvaartdienst was net gekraakt. Een stel creatieve vrienden nodigde mij uit daar ook te komen wonen. Dus ben ik hier met woonwagen en al naartoe getrokken. Ik kraakte uit noodzaak – geen woning, geen geld - maar vooral ook omdat ik op zoek was naar een andere manier van leven. Ik wilde mijzelf mentaal ontplooien in een vrije ruimte.”
De woonwagen staat nog steeds op het terrein. Patricia exposeert er soms haar tekeningen en foto’s. Met vriend en kind verhuisde Patricia uiteindelijk naar een zelf getimmerde woonruimte in ‘de kubus’, zoals een van de twee voormalige militaire opslagplaatsen wordt genoemd. In de kamer die ook dienst doet als werkruimte, is een keuken met daarachter een slaapgedeelte. De gemeenschappelijke douches, toiletten en wasmachines zijn een verdieping lager. “Je komt hier regelmatig je buren tegen wanneer je gaat douchen of wassen. Dat heeft wel iets.”

Geen huur

Er wordt geen huur betaald door de bewoners. Wel stort iedereen maandelijks een bedrag in een pot voor onderhoud en energiekosten. De hoogte van die bijdrage is afhankelijk van het aantal gezinsleden en omvang van de woon- en werkruimte. Met dat geld is afgelopen zomer onder meer het dak vernieuwd van ‘het kasteel’ zoals het andere gebouw is gedoopt. Die verbouwing werd uitgevoerd door een aantal handige bewoners. Behalve over bijvoorbeeld grote klussen die gedaan moeten worden, wordt er zo min mogelijk vergaderd. Verder is er geen ballotage wanneer iemand zich op het terrein wil vestigen. Patricia: “Nieuwe bewoners komen hier eigenlijk altijd via via terecht. Je merkt vanzelf of iemand hier thuishoort. Bovendien zijn we niet echt een woongemeenschap in die zin dat we van alles samen doen. Wel wordt er af en toe spontaan samen gegeten in het ‘restaurant’ hier beneden of buiten op het terrein. En soms vindt er ook kruisbestuiving plaats op creatief gebied.”
Patricia woont na al die jaren nog steeds met plezier op het complex. “Het is hier een klein paradijs, vlakbij de stad en de uitvalswegen maar toch midden in de natuur. Je hebt hier echt een ‘verlaten-landje-gevoel’. We weten al heel lang dat we hier ooit weg moeten. Maar het gevoel van tijdelijkheid bevalt me juist wel. Daarbij word ik ook door mijn woonomgeving geïnspireerd. Die menging van natuur en stad vind ik heel fascinerend. Ik gebruik dat vaak in mijn fotografie.” (te zien op: www.mediakaal.nl)

Een grote familie

Patricia’s dochter Tara werd 21 jaar geleden als eerste kind geboren in het gekraakte complex. Haar stoere portret als klein meisje siert de openingspagina van de website. Tara herinnert zich vooral de vele vriendinnetjes die ze had op het terrein. “Die vriendinnetjes waren eigenlijk meer een soort zusjes. Het voelde als een grote familie. Wanneer je ouders even weg waren, waren er genoeg anderen die op je pasten. Dat voelde veilig. En we waren natuurlijk de hele dag buiten in de natuur.”
Tara studeert inmiddels aan de HvA en woont sinds kort ‘op zichzelf’. Ze heeft een eigen woonruimte met keuken op dezelfde verdieping als haar ouders. “Op deze manier ben ik toch het huis uit. En voorlopig blijf ik hier nog wonen. Ik ben hier opgegroeid en ben niet anders gewend. Wanneer ik van een vriendin hoor dat ze iets aan haar huis wil veranderen maar dat niet mag van de huisbaas, ben ik weer helemaal blij dat ik hier zit. Hier mag en kan eigenlijk alles. Toch zal ik op een gegeven moment wel een eigen huis willen, denk ik. Als ik ben afgestudeerd. Dan koop ik een badkamer met huis, in plaats van andersom. In je badjas in de kou naar beneden om te douchen went wel, maar is niet altijd even prettig. En ook het gesjouw met houtblokken voor de kachel is wat minder.”
De Rijkshemelvaartdienst bestaat niet alleen uit individuele woon- werkruimtes. Jefta, sinds tien jaar bewoner van het terrein en net afgestudeerd aan de Rietveldacademie, geeft een rondleiding langs onder meer gemeenschappelijke werkplaatsen en een professionele dansstudio in de Kubus. Het andere gebouw, het Kasteel, is een kinderrijk complex vertelt Jefta. Daarvan getuigen ook de babywasjes die buiten hangen. Een groepje jongens rent joelend achter elkaar aan met pijl en boog. Het Kasteel heeft een toren die op instorten stond. Maar die is door een van de bewoners weer opnieuw opgebouwd voor hij er zijn intrek nam. Bijna iedereen heeft bovendien een uitbouw aan het complex gebouwd om de woonruimte te vergroten en de meeste bewoners hebben in de loop der jaren hun eigen sanitair aangelegd. Gestookt wordt er voornamelijk op hout dat tegenwoordig in grote hoeveelheden wordt aangevoerd.
Jefta: “Het is heel fijn dat je hier alle vrijheid hebt om op je eigen manier te leven en je woonomgeving in te richten zoals je zelf wilt. De combinatie van natuur, cultuur en de stad is natuurlijk ideaal. Ik zou op dit moment nergens anders willen wonen.” Ook Jefta heeft geen eigen badkamer en moet zelfs via een buitentrap naar het sanitair. “Maakt mij niet uit, al moet ik soms op mijn slippers door de sneeuw. Het is trouwens ook grappig om terwijl je onder de douche staat even bij te kletsen met een van je buren. Waar maak je dat nou mee?”

 

Vrijplaatsen en broedplaatsen

Culturele vrijplaats Rijkshemelvaartdienst is opgenomen in zowel de gemeentelijke lijst van gereguleerde broedplaatsen als die van vrijplaatsen met gedoogstatus. Rijkshemelvaartdienst geniet al bijna 25 jaar een gedoogstatus. Op dit moment zijn er nog elf van dit soort gedoogde vrijplaatsen in Amsterdam.
De regulering van culturele vrijplaatsen startte in 1999 met de komst van een gemeentelijk broedplaatsenbeleid. In dertien jaar tijd werd 45 miljoen euro geïnvesteerd in de realisatie van nieuwe woon- en/of werkplekken voor kunstenaars. Op dit moment zijn er ongeveer zestig broedplaatsen in de stad met een gezamenlijk oppervlak van ongeveer 125.000 m2. In de broedplaatsen wonen en/of werken rond de drieduizend kunstenaars en andere creatieven.
In de vastgelegde doelstelling van het broedplaatsenbeleid tot 2016 wordt gestreefd naar onder meer de realisatie van 10.000 m2 nieuwe broedplaatsen per jaar. Voor de gebruikers van de reguliere broedplaatsen is de toekomst redelijk zeker. Dat geldt niet voor de gebruikers van de culturele vrijplaatsen die een gedoogstatus hebben.
Rijkshemelvaartdienst lijkt echter voorlopig veilig. In het afgelopen juni vastgestelde bestemmingsplan voor Nieuwe Meer e.o. wordt dit deel van West nog wel van strategisch belang genoemd als verbinding tussen Schiphol en de Zuidas. Maar vooralsnog heeft het de bestemming Groen gekregen in de Hoofdgroenstructuur 2040. Er staan echter wel ontwikkelingen gepland voor de infrastructuur van de Oude Haagseweg als ondersteuning van de recreatieve functie van de Oeverlanden.


Zie ook: