22.09.21
OP STAP MET ... de straatjurist
'Soms moet je een paar deuren intrappen'

Willemijn de Nooijer is sinds 2018 straatjurist. In die hoedanigheid staat zij dak- en thuislozen met raad en daad bij namens Bureau Straatjurist, een stichting voor cliëntondersteuning op het gebied van sociaal-juridische zaken. Samen met Belangenvereniging Drugsgebruikers MDHG en de Daklozenvakbond vormt het bureau sinds twee jaar de Straatalliantie die de belangen van dak- en thuislozen behartigt.

 


In de serie Op Stap Met… volgen we professionals die met de spreekwoordelijke poten in de modder staan.

Willemijn de Nooijer werkte als gezinsbegeleider bij HVO-Querido toen haar oog viel op een vacature bij Bureau Straatjurist. De Nooijer: “Ik heb sociaal-juridische dienstverlening gestudeerd aan de HvA, dus die baan was mij op het lijf geschreven. Ik ben geen jurist in die zin dat ik een rechtenstudie aan de universiteit heb voltooid, maar volg wel met regelmaat bijscholing op juridisch gebied. We wonen ook zittingen bij in de rechtbank om cliënten te ondersteunen. In die gevallen trekken we samen op met de advocaat die de zaak van die cliënt behartigt. Ook voeren we veel bezwaar- en beroepsprocedures.”
De straatjuristen bieden ondersteuning bij bijvoorbeeld vragen over een uitkering of toeslagen, een afwijzing van het recht op opvang of de rechten die iemand heeft in Nederland. Maar ook kwesties als discriminatie en woonrecht komen voorbij.

Geen briefadres

Maar voor veel daklozen beginnen de problemen al met het verkrijgen van een briefadres, vertelt De Nooijer: “Zonder briefadres kun je bijvoorbeeld geen uitkering aanvragen en besta je eigenlijk niet voor de overheid. Er zijn wel heel veel manieren om aan een briefadres te komen, maar niet elke oplossing is op ieder individu van toepassing. Hierdoor vallen mensen vaak tussen de wal en het schip. Wanneer iemand bij ons aanklopt, zoeken we naar een oplossing die wel bij de situatie van de specifieke cliënt past; het is dus vaak maatwerk.”
Het is voor veel mensen misschien handig en vanzelfsprekend wanneer je telefonisch contact op kunt nemen met een hulporganisatie, maar niet alle daklozen hebben een telefoon of een plek om die op te laden, weet De Nooijer. “Daarom vinden wij het belangrijk om zoveel mogelijk het veld in te gaan en de cliënten persoonlijk te benaderen.”
Het bureau houdt spreekuren bij bijvoorbeeld daklozenopvang het Stoelenproject of in hostels als Stayokay. Bovendien zijn de straatjuristen ook dagelijks – behalve op woensdag - telefonisch bereikbaar voor hulpvragen. De Nooijer: “Er wordt dan gekeken of het nodig en wenselijk is om een afspraak bij ons in te plannen of dat we al direct kunnen bemiddelen tussen de cliënt en een organisatie zoals de buurtteams of een van de advocaten waar we nauw mee samenwerken.”

Toename hulpvragen

De Nooijer ziet mensen van diverse pluimage op de spreekuren. “We ontmoeten economische daklozen en mensen met multiproblematiek zoals drugs- of alcoholverslaving en psychische problemen. Ook komen we veel ongedocumenteerden tegen. Door die spreekuren te houden op opvanglocaties krijgen we een goede indruk van wat er speelt, wie de mensen zijn waarvoor we werken en wat de hoogste nood is. Tijdens de lockdown was er in eerste instantie weinig ondersteuning in de noodopvang, dus daar waren we zeker nodig. Een ander voordeel van de spreekuren is dat we meer naamsbekendheid krijgen. We willen graag zichtbaar zijn, zodat iedereen die onafhankelijke cliëntondersteuning nodig heeft, weet van ons bestaan. Dat lukt niet wanneer je achter je bureau blijft zitten.”

Zonder briefadres besta je eigenlijk niet voor de overheid

De Nooijer en haar twee collega’s hebben het de afgelopen jaren zienderogen drukker zien worden in hun praktijk. “Het is duidelijk te merken dat het aantal dak- en thuislozen stijgt, maar ook de hulpvragen worden complexer. Kwam iemand twee jaar geleden nog met een enkele vraag bij ons, nu is het vaak een scala aan problemen die we krijgen voorgelegd.”
De pandemie speelt volgens De Nooijer een belangrijke rol bij die toename aan hulpvragen. “Mensen die voor de crisis nog tijdelijk in een extra kamer bij familie of vrienden terechtkonden, raakten opeens hun logeeradres kwijt, omdat iedereen thuis moest werken en het gastgezin zelf die extra kamer nodig had. Ook de angst voor besmetting zal ervoor hebben gezorgd dat er minder mensen een logeerplek konden vinden en op straat belandden.”

Soms een paar deuren opentrappen

Vorig jaar oktober luidde de Straatalliantie de noodklok over het feit dat de tijdelijke opvanglocaties werden opgeheven zodra er sprake was van versoepelingen door het kabinet, terwijl een structurele oplossing uitbleef. De Nooijer: “Er werden vorig jaar tijdelijke slaapplaatsen in hotels aangeboden en in sporthallen en dat was een prima oplossing voor met name economische daklozen die nog wel een baan hebben en bijvoorbeeld noodgedwongen in hun auto slapen. In die opvang konden ze op verhaal komen en de zaken op een rijtje zetten. De crisis heeft heel duidelijk zichtbaar gemaakt hoe groot het daklozenprobleem is in de stad. Dit is het moment om met structurele oplossingen te komen. Een eigen thuis waar mensen veilig zijn, is een fundamentele levensbehoefte, maar duizenden mensen in deze stad ontberen die nu.”

Een gouden tip heeft de straatjurist niet maar volgens haar zou het wel helpen wanneer hulporganisaties op dit terrein meer buiten de geijkte kaders gaan denken. De Nooijer: “Je moet niet kijken wat er niet kan, maar naar wat er wel kan en daar creatief mee omgaan. En soms moet je een paar deuren intrappen wanneer de cliënt daarmee zijn recht kan halen.”
Zo zijn volgens De Nooijer meer mensen best bereid om een kamer te verhuren aan een dakloze medemens, maar ontmoedigen allerlei regeltjes dat: “Zodra mensen horen dat ze hun uitkering of toeslagen kwijtraken wanneer ze iemand in huis nemen, haken ze natuurlijk af. Er wordt veel te krampachtig vastgehouden aan al die regels en daar worden heel veel mensen de dupe van. Alles rondom dak- en thuisloosheid vraagt om specifieke kennis. Maar vooral ook om maatwerk in het uitvoeren van beleid.”
Of ze soms niet moedeloos wordt van alle bureaucratie waar ze tegenaan loopt? “Er lukken gelukkig nog genoeg dingen wel. We kunnen voor veel mensen iets betekenen en dat is het belangrijkste. Bovendien, wanneer je je werk leuk vindt en je boekt af en toe succes, dan geeft dat genoeg voldoening om vol te houden.”