Straks verschillende inkomensgrenzen voor sociale huurwoningen

Wetsvoorstel huur- en inkomensgrenzen na de zomer naar Kamer
Straks verschillende inkomensgrenzen voor sociale huurwoningen

Minister Ollongren wil de inkomensgrens voor sociale huurwoningen koppelen aan de grootte van het huishouden. In haar wetsvoorstel mogen alleenstaanden nog maar maximaal 35.000 euro verdienen terwijl de grens van meerpersoonshuishoudens opschuift naar 42.000 euro. Ook wil de minister de zogeheten scheefwoners zwaarder aanpakken.

Het wetsvoorstel van minister Ollongren bevat vier maatregelen voor de gereguleerde huursector. Naast de gedifferentieerde inkomensgrenzen en de hogere inkomensafhankelijke huurverhoging komen er meer mogelijkheden om huren aan te passen. Zo kunnen huurders straks enerzijds in aanmerking komen voor een tijdelijke huurkorting, en kunnen anderzijds zeer lage huren sneller worden verhoogd.
 
Er is nu voor alle typen huishoudens één inkomensgrens van ongeveer 38.000 euro. Minister Ollongren heeft gekozen voor twee inkomensgrenzen, waardoor minder eenpersoonshuishoudens toegang krijgen tot de sociale huursector. De inkomensgrens voor gezinnen schuift maar beperkt op: van 38.000 naar 42.000 euro. Volgens minister Ollongren is deze maatregel er "voor de agent en de verpleger".
Maar Aedes en de Woonbond komen tot een heel ander oordeel: "Het kabinet maakt hiermee een politieke keuze over de rug van mensen die dringend op zoek zijn naar een huis". Singles en gezinnen met een bescheiden inkomen vallen al buiten de boot. Zij omarmen de idee van inkomensgrenzen per huishoudtype, maar stellen drie grenzen voor: voor eenpersoonshuishoudens tot 38.000 euro, voor tweepersoonshuishoudens tot 42.000 euro en voor huishoudens met drie of meer personen tot 52.000 euro.
 
Overigens hebben woningcorporaties nu ook al ruimte om zo'n 10 procent (en tijdelijk zelfs 20%) van de vrijkomende woningen aan middeninkomens toe te wijzen. In de praktijk blijken ze die ruimte maar beperkt te gebruiken.

Scheefwoners

Middeninkomens die al in een sociale huurwoning wonen, kunnen forse huurverhogingen krijgen als het wetsvoorstel wordt aangenomen. Nu geldt er een maximale huurverhoging krijgen van 4 procentpunt boven inflatie. Straks kan er vast bedrag bijkomen van maximaal 100 euro.
Het wetsvoorstel maakt het tenslotte mogelijk om 'dure scheefwoners' een tijdelijke huurkorting te geven. Zo kunnen huurders bijvoorbeeld tegemoet worden gekomen als hun financiële omstandigheden verslechteren, zonder dat de verhuurders voor altijd aan lagere huurinkomsten vast zitten.
Een andere aanpassing is dat huren onder de 300 euro sneller kunnen worden opgetrokken dan nu mogelijk is.

Reacties

Het wetsvoorstel wordt na de zomer behandeld. Betrokken partijen konden tot en met 7 augustus reageren. Tal van huurdersorganisaties en woningcorporaties hebben kritiek op de plannen ingediend. De bezwaren richten zich vooral op de hoogte van de grenzen en de mogelijkheden om huren sneller te verhogen. Fundamenteler is de kritiek dat de nieuwe wet de sociale huursector verder marginaliseert. In een gezamenlijke reactie stellen Aedes en de Woonbond dat de voorgestelde inkomensgrenzen veel te laag zijn. Ze stellen drie - hogere - inkomensgrenzen voor. De AFWC bepleit een overgangsregeling voor eenpersoonshuishoudens die wachten op een sociale huurwoning en straks buiten de boot vallen als de inkomensgrens inderdaad verlaagt. Ook willen de Amsterdamse corporaties de inkomensafhankelijke huurverhoging eerder laten ingaan dan bij de inkomensgrenzen die Ollongren voorstelt. Volgens het recent opgerichte Huurdersnetwerk Amsterdam (HNA) doet het wetsvoorstel meer kwaad dan goed: ‘Niet de behoefte aan betaalbare huurwoningen en het oplossen van de woningnood is het beleidsdoel, maar het overhevelen van grote groepen naar de vrije markt en de daarbij horende veel hogere huurniveaus’, zeggen Han Wanders en Kay Rutten namens het HNA. De minister blijft volgens het HNA inzetten op verkleining van de doelgroep en op het met drastische stappen verhogen van de huren aan de boven- én aan de onderkant van de markt. "Dat is op z’n zachtst gezegd opportunistisch, en op geen enkele manier een oplossing van de woningnood."
   

Zie voor reacties:
'Verpleger, leraar en politieagent wordt juist kans ontnomen op sociale huurwoning' (NUL20, 7 augustus 2019, met aandacht voor reacties van Aedes, Woonbond en Huurdersvereniging Amsterdam Centrum)

AFWC: verlaag de grens voor inkomensafhankelijke huurverhogingen (NUL20, 16-08-2019)
Inkomensafhankelijke huurverhoging niet stoppen bij de liberalisatiegrens (NUL20, 14-08-2019)
HNA: 
"Wetsvoorstel huur- en inkomensgrenzen doet meer kwaad dan goed" (NUL20, 23-08-2019)

 

Effecten wetsvoorstel voor huurders 

Inkomensgrens: de grens voor alleenstaanden wordt verlaagd naar maximaal 35.000 euro, terwijl de grens van meerpersoonshuishoudens opschuift naar 42.000 euro. Nu is 38.000 euro de inkomensgrens voor alle typen huishoudens.
 
Inkomensafhankelijke huurverhoging: de huidige maatregel wordt aangepast. De ondergrens waar vanaf deze extra verhoging mag worden toegepast gaat omhoog, maar de toegestane huurverhogingen worden ook vergroot. Nu is de maximale verhoging inflatie + 4,0 procentpunt. Straks komt er een maximale huursprong: 50 euro per maand voor de hoge middeninkomens (tot liberalisatiegrens!) en maximaal 100 euro voor de hoge inkomens, althans voorzover het puntenstelsel WWS dat toelaat:
Geen uitzonderingen meer: De huidige uitzondering voor AOW-gerechtigden en grote gezinnen (vier of meer personen) komt in het wetsvoorstel te vervallen. Die komen straks dus ook in aanmerking voor de inkomensafhankelijke huurverhoging.
 
Huurkorting bij terugval in inkomen: Huurders kunnen in aanmerking komen voor tijdelijke korting op de inkomensafhankelijke huurverhoging. Deze verlaging is maximaal de correctie van de laatste drie inkomensafhankelijke verhogingen.
 
Optrekken lage huren: Huurders met een huur onder de 300 euro kunnen te maken krijgen met een grotere huurverhoging dan de reguliere. De maximale verhoging is 25 euro per maand. Nu is dat inflatie + 2,5 procent.