Tegen de stroom in: Woningvereeniging Samenwerking en De Goede Woning
Buitenbeentjes in corporatieland

Er zijn in Amsterdam nog een paar woningbouwverenigingen waar de leden het voor het zeggen hebben. Coöperaties van de oude stempel waar decennia van schaalvergroting aan voorbij zijn gegaan. In WoningNet zijn hun woningen niet te vinden, een prestigieus hoofdkantoor ontbreekt en woningen verkopen is er niet bij. NUL20 nam poolshoogte bij twee buitenbeentjes in de Amsterdamse corporatiewereld: de Amsterdamsche Coöperatieve Woningvereeniging Samenwerking en Woningbouwvereniging De Goede Woning.

Meer dan 3700 leden telt de Amsterdamsche Coöperatieve Woningvereeniging Samenwerking. En allemaal willen ze dolgraag in een van de 862 woningen tussen het Roelof Hartplein en de Hobbemakade wonen. Vele bewoners hebben dan ook wel tien tot twaalf jaar gewacht op een driekamerappartement in de Gerard Terborgstraat of – nog beter - een van de benedenwoningen in de Harmoniehof. Fraaie huizen in Amsterdamse School-stijl die er na een grootschalige renovatie weer prima bij staan. Dat de huren allemaal in de vrije sector liggen, zal geen probleem zijn voor de veelal bovenmodaal verdienende huurders, onder wie veel hoogleraren en intellectuelen. Zij hebben naast hun jaarlijkse contributie van 21 euro ook een aandeelstorting moeten doen van 4600 euro. Deze financiële drempel heeft er voor gezorgd dat in het verleden alleen ‘gegoeden’ lid werden van deze bijzondere woningbouwvereniging. Maar zo hebben de initiatiefnemers dat ook altijd gewild.

Wel nieuwbouw, geen verkoop

De Amsterdamsche Coöperatieve Woningvereeniging Samenwerking is niet het enige buitenbeentje in de Amsterdamse corporatiewereld. Zo probeert in Driemond de piepkleine woningbouwvereniging De Goede Woning al tachtig jaar eigen inwoners aan een goedkope woning te helpen. Hoezeer de doelgroep van de organisaties ook verschilt, ze zijn beide erg gesteld op hun eigen karakter. Ze willen graag nieuwe woningen bouwen of zelfs fuseren met een branchegenoot, maar dat mag niet ten koste gaan van hun bijzondere band met de leden. Verkoop van huurwoningen is uitgesloten. “Dat betekent het einde van de vereniging”, verklaren de voormannen van beide clubs in koor.
‘Samenwerking’ is nog het meest gehecht aan haar unieke karakter. Toen de jonge adjunct-controleur van de gemeentebelasting Harke Keegstra de vereniging in 1908 oprichtte, werd er niet voor niets gekozen voor een coöperatieve vereniging. Lange tijd dienden de huurders hun inkopen te doen bij de eigen winkels en schreef het bestuur voor hoe een goede woninginrichting er uit zag. Die tijden zijn lang voorbij. Maar sommige regels staan nog altijd in de statuten om op terug te kunnen vallen bij overlast. Zo mogen huurders geen droogrekjes aan hun balkon hangen en is het kloppen van kleden in de buitenlucht verboden. Directeur Wim Hendriks: “We willen ook niet dat mensen een bedrijf aan huis hebben dat veel aanloop of lawaai veroorzaakt. Een muziekleraar kan hier prima wonen, maar moet voor zijn lessen op zoek naar een andere plek.”

‘Pottenkijkers’ ongewenst

‘Samenwerking’ heeft altijd een dubbelzinnige relatie gehad met de overheid. Het liefst had de vereniging zo weinig mogelijk met gemeente en rijksoverheid te maken. De eerste twee kleine bouwprojecten werden dan ook op eigen kracht gefinancierd. Voor de bouw van nog eens achthonderd woningen moest Samenwerking toch een beroep doen op de gemeente. “Dat project was financieel te groot om zelf te kunnen behappen”, aldus Hendriks. Hoewel de Woningwet financiering van duurdere huurwoningen onmogelijk maakte, kreeg de woningbouwvereniging via een omweg toch een lening en een flinke subsidie om het project te realiseren. Met tegenzin accepteerde het bestuur dat de overheid zich daardoor ook kon bemoeien met het beleid van de vereniging. Toen de lening kon worden afgelost, was de vereniging dan ook blij met het vertrek van de ‘pottenkijkers’. Nog altijd heeft de gemeente of het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) weinig invloed op het doen en laten van de coöperatieve vereniging. Het contact met andere corporaties beperkt zich tot het uitwisselen van informatie en incidentele adviezen. En ook de toewijzing van de weinige vrijkomende woningen houdt Samenwerking in eigen hand.
Vanwege de lange wachttijden zou het bestuur het bezit dolgraag uitbreiden. Maar tot nu toe heeft ze alleen de voormalige Beatrixschool kunnen opkopen en ombouwen tot negen seniorenappartementen en een multifunctionele ruimte. Groeien kan ook via een fusie met een branchegenoot. Hendriks vertelt dat er ook wel gesprekken zijn geweest met een andere kleine coöperatieve woningbouwvereniging in Amsterdam. Maar het bestuur van die organisatie wil het bezit verkopen aan de leden. “Dat is jammer, want samen zijn we een mooie combinatie”, aldus Hendriks. Omdat de leden zich nog moeten uitspreken over het eventueel opheffen van hun vereniging, blijft hij hopen op een ‘happy end’.

Twijfels over toekomst

Bij Woningbouwvereniging De Goede Woning in Driemond wordt ook nagedacht over de toekomst. Want is een corporatie met 110 sociale huurwoningen die helemaal draait op vrijwilligers nog wel levensvatbaar? Voorzitter Hero van der Lei en penningmeester Koos de Rooij gaan er komend najaar met de rest van het bestuur indringend over praten. “Het wordt toch steeds moeilijker om goede mensen te vinden die zich belangeloos voor de vereniging willen inzetten”, vertelt De Rooij openhartig. “Uit eigen ervaring weet ik dat het ook niet altijd leuk is om in je vrije tijd door leden aangesproken te worden op achterstallig onderhoud of een huurverhoging. Liever mikken we dan ook op mensen van buiten die hun kennis en ervaring willen inzetten om De Goede Woning vooruit te helpen.” Het alternatief - nauwer samenwerken of fuseren met een collega-corporatie - is in de afgelopen jaren wel onderzocht, maar uiteindelijk op niets uit gelopen. “Er is wel met anderen gepraat, maar uiteindelijk bleken de cultuurverschillen en de fysieke afstand tussen de organisaties toch te groot”, aldus Van der Lei.
Voorlopig hoeven de leden zich niet ongerust te maken. De organisatie staat er prima voor, met zijn 58 goedkope arbeiderswoninkjes aan de Burgemeester Bletzstraat, 44 betaalbare huurappartementen aan het Seizoenenhof en acht recente appartementen achter het dorpshuis. Grote renovaties zijn voorlopig niet gepland. Alle woningen hebben in de afgelopen decennia al een kleine of grote beurt gehad. En opknappen om het bezit daarna te verkopen is bij De Goede Woning niet aan de orde. Het zou het einde betekenen van de vereniging. En dat zijn de heren niet van plan.

Geen bouwlocaties

Het liefst zou Van der Lei het bezit van de vereniging verder uitbreiden. Dan hoeven Driemondse jongeren niet meer zo lang te wachten op een woning. Geld heeft de vereniging voldoende maar bouwlocaties niet. “Twee jaar geleden hebben we nog met het stadsdeel en andere partijen gezocht naar mogelijke bouwplekken. Maar de paar locaties die we vonden, zijn uiteindelijk allemaal aan Ymere gegeven. Blijkbaar durfden ze het met ons toch niet aan.”
Voorlopig moeten de mensen op de wachtlijst het dus doen met de vrijkomende woningen en dat zijn er niet zo veel. “Gemiddeld zo’n drie tot vier per jaar”, aldus De Rooij. De toewijzing van die lege woningen doet de vereniging nog altijd zelf. “We zijn er in de eerste plaats voor de Driemonders en hun kinderen. Die willen we met lage huren een fatsoenlijk dak boven hun hoofd bieden”, aldus Van der Lei. Buitenstaanders kunnen wel lid worden of zich voor 15 euro per jaar op de lijst van woningzoekenden laten zetten. Maar in de praktijk blijken ze na jarenlang wachten te veel te verdienen om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. Van der Lei: “De vereniging blijft daardoor toch iets van de Driemonders zelf.”

Jaco Boer