Terug naar de Akbarstraat

"We zullen nooit gezien worden als Nederlanders"
Terug naar de Akbarstraat

Bijna twintig jaar na de eerste – invloedrijke – documentaire over de Akbarstraat, keert Felix Rottenberg terug naar de Amsterdamse Kolenkitbuurt. Hoe kijken nieuwe en oude bewoners aan tegen de buurt die ruim tien jaar geleden officieel bestempeld werd als slechtste wijk van Nederland? Integratie is er nog steeds een probleem. Nu ook van de nieuwe witte bewoners. De prachtige documentaire wordt in twee delen uitgezonden op 22 en 23 januari. Op maandag 27 januari een nagesprek met onder andere de makers in Pakhuis de Zwijger.

Wat in de jaren vijftig gold als een moderne wijk voor Nederlandse arbeidersgezinnen was aan het begin van de eenentwintigste eeuw een stuk stad geworden waar voornamelijk migranten woonden. Uit de documentaire die Felix Rottenberg in 2002 maakte doemde een beeld op van Turkse en Marokkaanse migranten die nauwelijks integreerden, wiens leven zich in de eigen buurt voltrok en waar de inwoners steeds minder goed Nederlands gingen spreken. Dat werd bevestigd in gesprekken met zowel oude als nieuw bewoners. 
De meeste 'Nederlandse' arbeiders waren naar elders vertrokken, 'de achterblijvers' in Bos en Lommer waren zeer negatief over de ontwikkeling van hun buurt en de nieuwe bewoners, de migranten, kregen daarvan al dan niet in bedekte termen de schuld. Het was een periode waarin het integratiedebat een kookpunt bereikte onder invloed van Frits Bolkestein, Paul Scheffer en Pim Fortuyn die in 2002, het jaar dat de eerste documentaire uitkwam, werd vermoord. "Wij betalen alles, al jaren," zegt een oudere Nederlandse vrouw in plat Amsterdams, "maar wij staan aan de zijkant." 
Critici vonden destijds dat Rottenberg olie op het vuur gooide door een wijk te portretteren waarbij de verloedering in Bos en Lommer op het conto van de migranten werd bijgeschreven. In 'Terug naar de Akbarstraat' die op 22 en 23 januari in twee delen wordt uitgezonden op NPO 2 kijken enkele hoofdrolspelers uit 2002 terug op de afgelopen twintig jaar. Zo is het ontroerend hoe een inmiddels volwassen psycholoog met Turkse roots vertelt hoe hij in zijn jeugd samen met zijn ouders een plek in de Nederlandse samenleving aan het zoeken was. "Mijn ouders konden mij niet vertellen hoe de toekomst er uit zou zien." 

Wie moet zich aanpassen?

Het past in de analyse van Sinan Çankaya, antropoloog en inwoner van de Kolenkitbuurt, die analyseert dat integratie volledig bij de migranten is gelegd. "En die integratie houdt nooit op." Kortom: Nederlanders met een migrantenachtergrond horen er nooit echt bij. Ook niet als zij, heel Hollands, op hun strepen gaan staan. Zo heeft een vader met Turkse achtergrond er tijdens een schoolvergadering moeite mee dat een groepje 'witte ouders' alleen bereid is hun kinderen op de 'zwarte' Bos en Lommerschool in te schrijven als ze de eerste paar jaar bij elkaar in de klas zitten. "Jullie zijn in een zwarte wijk komen wonen, jullie moeten je aan ons aanpassen."
Hij vraagt zich bovendien af waarom hij van het 'bewonersinitiatief' niet op de hoogte gesteld is. En: Ik mag toch ook niet zeggen: ik wil alleen maar Turkse kinderen in de klas van mijn zoons?” De vraag dringt zich op wie zich aan wie aan zou moeten passen. Maar antropoloog Çankaya benadrukt nog maar eens dat de 'witte ouders' de kinderen in het multi-etnische Amsterdam van nu niet als volwaardig Amsterdamse kinderen zien. "We zullen nooit gezien worden als Nederlanders," zegt een Amsterdammer met Turkse achtergrond.
Het is de rode draad in deze prachtige documentaire: integreren moet van beide kanten komen. Er zijn vele miljoenen in de Kolenkitbuurt gestopt, door woningen te renoveren en gedeeltelijk te vervangen door nieuwbouw. Maar van integratie is geen sprake. Binnen de wijk zijn duidelijke grenzen ontstaan tussen oude woongebouwen met sociale huurwoningen waar voornamelijk mensen met een migrantenachtergrond wonen en nieuwbouw met koopwoningen waar de witte middenklasse is teruggekeerd. Maar die wel direct klaagt over hangjongeren op straat. Jongerenwerker Saïd Bensallem vraagt zich af 'of die mensen wel weten in welke wijk ze een huis gekocht hebben'. 
Overigens kunnen die 'yuppen' ook op weinig sympathie van de oude Amsterdamse arbeiders rekenen: 'die zijn van boven bont en van onder stront'. Ze werken de hele dag en houden de trap en de ramen niet schoon. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat bij de bijeenkomsten van de kookclub van nieuwe bewoners, goedbedoeld voor alle wijkbewoners, alleen diezelfde nieuwe bewoners aanschuiven. 

Verplichte kost

In Terug naar de Akbarstraat toont Rottenberg zich wederom een goede luisteraar én een kritische interviewer, die bovendien van veel verschillende inwoners het vertrouwen weet te winnen om hun verhaal te doen. Deze prachtige documentaire is verplichte kost voor iedereen die geïnteresseerd is in samenleven in de grote stad.