|
|
Een nieuwe lente, een nieuw geluid. Maar na de gemeenteraadsverkiezingen van vorige week moet blijken of dat voor Amsterdam ook echt geldt. De huidige coalitie van GroenLinks‑PvdA en D66 behoudt haar meerderheid, de andere partijen boekten geen noemenswaardige winst. Een nieuwe richting ligt dus niet voor de hand. Wat betekent dat voor het woondossier?
In hun verkiezingsprogramma’s benoemen deze partijen de structurele knelpunten, maar de vraag is of het nieuwe stadsbestuur de moed heeft om het woonbeleid werkelijk van een nieuw geluid te voorzien. Volkshuisvesting staat immers al jaren onder spanning. Het Parool schreef onlangs dat Amsterdam steeds meer een koopstad wordt: het aandeel koopwoningen stijgt, terwijl sociale en particuliere huur juist afnemen. Een trend die al decennia speelt. In 2012 bestond 46 procent van de woningvoorraad nog uit corporatiewoningen; anno 2026 is dat bijna tien procent lager. De gemiddelde koopprijs is opgelopen naar zo’n 6,5 ton. Middeninkomens zitten daardoor klem: geen recht op sociale huur, te weinig financiële ruimte voor vrijesectorhuur en kopen is voor velen onbereikbaar.
Daar komt bij dat het kabinet, inclusief D66, in het regeerakkoord heeft vastgelegd dat de hypotheekrenteaftrek blijft bestaan. Daardoor verdwijnen niet alleen kansen om de oververhitte koopmarkt af te remmen, maar ook de mogelijkheid om de vrijgekomen middelen in sociale woningbouw te investeren.
Bouwkosten
Intussen staan de producenten van die sociale woningbouw zwaar onder druk. Branchevereniging Aedes berekende dat de wooncorporaties per verhuurde woning per maand gemiddeld 48 euro verlies lijden: stijgende bouwkosten en de winstbelasting drukken zwaarder dan de huurinkomsten. Het zijn de sociale huurders die indirect opdraaien voor deze fiscale keuzes, nationale beleidskeuzes die diep doorwerken in Amsterdamse wijken.
Ook rondom grond en gebiedsontwikkeling is er een urgente vraag: hoe stevig wil de gemeente sturen? GroenLinks-PvdA en in iets mindere mate ook D66 pleiten al jaren voor meer publieke grip op bouwlocaties, betaalbaarheid en het indammen van marktwerking. Maar gaan nieuwe wethouders dat waarmaken?
Daarnaast is er de opgave om passende woningen te realiseren voor ouderen en mensen met beperkingen. Alle partijen erkennen dit, maar concrete uitwerking ontbreekt. Men spreekt over complete, leefbare buurten, maar zonder duidelijk plan en concrete zeggenschap vanuit de samenleving, blijft het bij intenties. Coöperatieve woonvormen krijgen sympathie, maar nauwelijks politieke prioriteit. En sociale huur, ooit de ruggengraat van gemengde stadswijken, verdwijnt langzaam uit beeld.
Doorstroming
Het resultaat: vastgelopen doorstroming. Ouderen die kleiner en comfortabeler willen wonen, vinden niets in hun eigen buurt. Gezinnen en jongeren kunnen daardoor niet doorstromen naar grotere of eerste woningen. De stad zit nog te veel op slot, terwijl iedereen wil bewegen. Vooral het groeiend aantal dak- en thuisloze Amsterdammers die laten zien hoe urgent het tekort aan betaalbare en toegankelijke woningen werkelijk is.
Wat brengt die nieuwe lente dan? Voorlopig vooral de realiteit dat betaalbare woningen schaarser worden en diversiteit onder druk staat. Er is enorm veel werk te verzetten. De vraag is vooral: heeft Amsterdam de politieke wil om de lente voor woningzoekers echt te laten beginnen?
| Ruud Fiere is antropoloog en community builder bij Cliëntenbelang met speciale aandacht voor wonen. Als één van de drie columnisten van NUL20 gaat hij iedere twee maanden in op een aspect van de volkshuisvesting vanuit het perspectief van de bewoner. Het trio vaste columnisten van NUL20 bestaat naast Ruud Fiere uit Kasper Baggerman en Léon Bobbe. Alle columns van Ruud Fiere. |